Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 258
Dossier 55
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële circulaire/dienstmededeling van de Gemeente Amsterdam.

3 december 1943. Van: De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte).

Origineel

Officiële circulaire/dienstmededeling van de Gemeente Amsterdam. 3 december 1943. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). AM. G E M E E N T E A M S T E R D A M .

No. 1895ᵃ Arb. 1943 Amsterdam, 3 December 1943.
Onderwerp: Verlenging ambtsperiode
ambtenaren en werklieden.

  Hierbij breng ik te Uwer kennis, dat, blijkens een van den

Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken ont-
vangen mededeeling, voortaan voor het in dienst houden van ambtenaren
of werklieden, die op grond van de bestaande voorschriften wegens het
bereiken van den pensioengerechtigden leeftijd uit den gemeentedienst
ontslagen zouden worden, goedkeuring is vereischt van den Rijkscommis-
saris voor het bezette Nederlandsche gebied (Commissaris-Generaal voor
Bestuur en Justitie).
Verzoeken om goedkeuring moeten bij vorengenoemden Secretaris-
Generaal aanhangig worden gemaakt.
In verband hiermede verzoek ik U voorstellen tot verlenging van
het dienstverband van ambtenaren of werklieden na het bereiken van den
65-jarigen leeftijd zóó tijdig in te dienen, dat de vereischte goedkeu-
ring vóór het bereiken van den datum, waarop ontslag zou moeten plaats
vinden, kan zijn verkregen.
Ook het verleenen van ontslag, gevolgd door tewerkstelling op ar-
beidscontract, is zonder goedkeuring van den Rijkscommissaris niet ge-
oorloofd.

                                  **De Burgemeester van Amsterdam,**
                                  [Handtekening: *Voûte*]

Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten de Gemeentesecretaris,
en Bedrijven. [Handtekening: M.F. Franken]

Arb.Z. Stadhuis
A'dam Dec. 1943 No. 43/4 3/1 M. 1943 h
Volgnr. 117.


[Handgeschreven notities op het document:]
* Bovenaan rechts: "m.i. Dir." [in rood potlood], "51" [in rood].
* Onderaan rechts: "Struiv..." [mogelijk Struiver of Struis], "26 Jan. a.s. 65 jaar." Dit document is een ambtelijke kennisgeving waarin de autonomie van de gemeente Amsterdam op het gebied van personeelsbeleid verder wordt ingeperkt door de Duitse bezetter. De kernboodschap is dat voor het aanhouden van personeel dat de 65-jarige leeftijd bereikt, expliciete toestemming nodig is van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart).

Zelfs de omweg om personeel eerst te ontslaan en vervolgens op een privaat arbeidscontract weer aan te nemen, wordt hiermee verboden zonder nazi-goedkeuring. De brief is ondertekend door Edward Voûte, die door de bezetter als burgemeester was aangesteld. De handgeschreven notitie rechtsonder suggereert dat dit specifieke document werd gebruikt in de administratieve afhandeling van een werknemer (mogelijk genaamd Struiver) die op 26 januari 1944 de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken. Ten tijde van dit schrijven (december 1943) stond Nederland al ruim drie jaar onder Duits militair en civiel bestuur. De Secretarissen-Generaal van de Nederlandse ministeries stonden onder direct toezicht van de Duitse Commissarissen-Generaal.

De maatregel om pensioenverlengingen te controleren had waarschijnlijk een dubbel doel:
1. Ideologische controle: De bezetter kon op deze manier onwelgevallige ambtenaren dwingen met pensioen te gaan, terwijl loyale of onmisbare krachten konden blijven zitten.
2. Arbeidsmarktbeheersing: Gezien de enorme tekorten aan arbeidskrachten voor de Duitse oorlogsindustrie (Arbeitseinsatz), wilde de bezetter nauwkeurig toezicht houden op wie er in Nederland werkzaam bleef en wie er potentieel beschikbaar kwam voor tewerkstelling elders.

Edward Voûte (burgemeester van 1941-1945) was een collaborerend bestuurder, wat verklaart waarom dergelijke instructies vanuit het Duitse apparaat direct en dwingend naar de gemeentelijke diensten werden gecommuniceerd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke kennisgeving waarin de autonomie van de gemeente Amsterdam op het gebied van personeelsbeleid verder wordt ingeperkt door de Duitse bezetter. De kernboodschap is dat voor het aanhouden van personeel dat de 65-jarige leeftijd bereikt, expliciete toestemming nodig is van de Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart).

Zelfs de omweg om personeel eerst te ontslaan en vervolgens op een privaat arbeidscontract weer aan te nemen, wordt hiermee verboden zonder nazi-goedkeuring. De brief is ondertekend door Edward Voûte, die door de bezetter als burgemeester was aangesteld. De handgeschreven notitie rechtsonder suggereert dat dit specifieke document werd gebruikt in de administratieve afhandeling van een werknemer (mogelijk genaamd Struiver) die op 26 januari 1944 de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken.

Historische Context

Ten tijde van dit schrijven (december 1943) stond Nederland al ruim drie jaar onder Duits militair en civiel bestuur. De Secretarissen-Generaal van de Nederlandse ministeries stonden onder direct toezicht van de Duitse Commissarissen-Generaal.

De maatregel om pensioenverlengingen te controleren had waarschijnlijk een dubbel doel:
1. Ideologische controle: De bezetter kon op deze manier onwelgevallige ambtenaren dwingen met pensioen te gaan, terwijl loyale of onmisbare krachten konden blijven zitten.
2. Arbeidsmarktbeheersing: Gezien de enorme tekorten aan arbeidskrachten voor de Duitse oorlogsindustrie (Arbeitseinsatz), wilde de bezetter nauwkeurig toezicht houden op wie er in Nederland werkzaam bleef en wie er potentieel beschikbaar kwam voor tewerkstelling elders.

Edward Voûte (burgemeester van 1941-1945) was een collaborerend bestuurder, wat verklaart waarom dergelijke instructies vanuit het Duitse apparaat direct en dwingend naar de gemeentelijke diensten werden gecommuniceerd.

Gerelateerde Documenten 6