Zakelijke brief / Intern rapport.
Origineel
Zakelijke brief / Intern rapport. 10 februari 1943. Waarschijnlijk M.W. Stam (gezien de ondertekening en de latere aantekening). [Rechtsboven:] Amsterdam 10 Febr’ 43.
WelEdelHeer
A.H. de Boer.
Insp: Marktwezen
Amsterdam.
[Stempel/Kenmerk linksboven:] No. 46A/40/2 M. 1943 [met handgeschreven '16' erboven]
23 Jan’ heb ik ontvangen van
D. Gnodde te Urk, 1 mand visch.
25 Jan’ 1 mand visch en 27 Jan’
4 manden visch. Deze 6 ledige-
manden deksels & matten zijn
Donderdags 28 Jan’ met de Urker-
boot aan D. Gnodde terug gezonden.
Dit is beslist waar, want ik heb
Stegeman en de Haan hierover
ondervraagd en ze zeggen pertinent
dat het zoo is, Stegeman zegt zelfs
ik heb Henk en Frans elk met drie
manden op hun nek naar de Urker-
boot zien gaan. Wat er dus verder
met die manden op de boot is gebeurd
dat weet ik niet. Manden met LL [of II]
gemerkt van Legebeke die hebben
wij hier nooit, die komen hier hele-
maal niet. Maar wij zullen goed
op zijn ledige manden toe zien
in het vervolg en nog beter opletten.
Hoogachtend
[Handtekening:] M. W. Stam
[Kanttekening in rood schrift, links verticaal:]
Er dient bewijsstuk van de vervoer-
der manden te worden overgelegd
bij event. werpen van
de schuld op [onleesbaar]
[Aantekening linksonder in blauw/rood:]
Voor beantwoording
zie rapport M. Stam.
15-2-43
[Geparafeerd] De kern van dit document is een verweer tegen een klacht of discrepantie in de administratie van emballage (vismanden, deksels en matten). De afzender, Stam, reageert op een beschuldiging dat zes lege manden van de leverancier D. Gnodde uit Urk niet zouden zijn geretourneerd.
Stam voert een gedetailleerde verdediging aan:
1. Chronologie: Hij specificeert exact wanneer de volle manden zijn ontvangen (23, 25 en 27 januari) en wanneer ze zijn teruggezonden (28 januari).
2. Getuigenverklaringen: Hij voert collega's aan (Stegeman en De Haan) die kunnen bevestigen dat de manden zijn verzonden. Stegeman geeft zelfs een visueel bewijs: hij heeft de medewerkers Henk en Frans de manden fysiek naar de Urkerboot zien dragen.
3. Ontkenning van foutieve emballage: Hij reageert op een mogelijke verwarring met manden van een andere partij ("Legebeke"), waarbij hij stelt dat die manden bij hen nooit voorkomen.
4. Toekomstbelofte: Hij belooft in het vervolg nog scherper op de administratie van de emballage te letten.
De rode kanttekening suggereert dat de inspectie een officieel bewijsstuk van de vervoerder (de schipper van de Urkerboot) vereist om de schuldvraag definitief te beantwoorden. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening, waaronder de visvangst en -handel, onderworpen aan strikte distributieregels en toezicht door overheidsinstanties zoals het Marktwezen.
Emballage (manden en matten) was in oorlogstijd schaars en kostbaar. Het correct retourneren van deze materialen was essentieel voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Een tekort aan manden betekende dat er minder vis getransporteerd kon worden. De formele toon van de brief en de betrokkenheid van een Inspecteur van het Marktwezen wijzen erop dat dergelijke logistieke kleine incidenten hoog werden opgenomen in een economie van schaarste en strikte controle. De naam "Gnodde" is een bekende vissersnaam uit Urk, wat de authenticiteit van de correspondentie bevestigt.