Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 665
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

2 februari 1943 (met een archiefnotitie van 10-2-43) Van: Centrale Controle Dienst (C.C.D.), afdeling Spijsvoorziening en Visscherij Aan: Directeur van de Dienst van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

2 februari 1943 (met een archiefnotitie van 10-2-43) Centrale Controle Dienst (C.C.D.), afdeling Spijsvoorziening en Visscherij Directeur van de Dienst van het Marktwezen te Amsterdam Inbrengen en opbergen
10-2-43

Centr. Contr. Dienst.
afd. Spijsv.- en Visscherij.

Amsterdam, 2-2-43

Aan den Heer Directeur v.d. Dienst v.h. Marktwezen te Amsterdam.

No. 467/59/1 M. 1943 16 ½

Naar aanleiding van een verzoek Uwerzijds is door mij een onderzoek ingesteld bij J.F. Fafieanie, Egelantiersstraat 85.
Op 31-12-42 ontving J.F. Fafieanie jr, standplaats Ten Catestraat, een toewijzing van 80 pond brasem op den Gem. Vischafslag.
Volgens zijn verklaring werd hiervan eerst 60 pond gevorderd door een Duitsch militair, die op het terrein v.d. afslag aanwezig was. De heer Jongbloed, boekhouder v.d. afslag, door Fafieanie hierover om advies gevraagd, liet het al of niet verkoopen over aan Fafieanie, doch wees zoowel dezen als den Duitschen militair er op, dat een Bezugschein zou moeten worden afgegeven.
Dit werd door den Duitschen militair beloofd, doch volgens Fafieanie is door hem nooit een Bezugschein ontvangen. Later werden ook de overgebleven 20 pond door denzelfden militair gevorderd en gekocht. Alles werd contant betaald. Ook van de laatste transactie kunnen door Fafieanie getuigen worden aangebracht. Eenig schriftelijk bewijs is echter niet aanwezig, terwijl evenmin bekend is tot welk onderdeel de Duitsche militair behoorde.

De controleur C.C.D.
[Signatuur]
2728 Het document is een officieel rapport van de Centrale Controle Dienst (C.C.D.) over een incident dat plaatsvond op de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam op oudejaarsdag 1942.

De kernpunten van de rapportage zijn:
1. Vordering: Een visboer (J.F. Fafieanie jr.) kreeg 80 pond brasem toegewezen. Een Duitse militair die op de afslag aanwezig was, 'vorderde' eerst 60 pond en later de overige 20 pond.
2. Onregelmatigheid: Hoewel de militair contant betaalde, ontbrak het verplichte administratieve bewijs: de Bezugschein (een aankoopvergunning of bon). Zonder dit document was de verkoop technisch gezien illegaal binnen de distributieregels.
3. Getuigen: De boekhouder van de afslag (de heer Jongbloed) was op de hoogte maar liet de beslissing bij de vishandelaar. De vishandelaar beweert dat de militair het document beloofd had, maar nooit heeft overhandigd.
4. Conclusie: Er is geen schriftelijk bewijs van de transactie en de identiteit van de militair (onderdeel) is onbekend, wat verdere vervolging of correctie bemoeilijkt. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Controle Dienst (C.C.D.) was in 1941 opgericht om toezicht te houden op de naleving van de distributievoorschriften en om de zwarte handel te bestrijden.

In deze periode was voedsel schaars en strikt gerantsoeneerd. Handelaren hadden toewijzingen nodig en kopers hadden bonnen of vergunningen (Bezugscheine) nodig. Duitse militairen maakten vaak misbruik van hun machtspositie door goederen te 'vorderen', waarbij ze soms wel betaalden, maar de bureaucratische regels die voor de Nederlandse bevolking golden negeerden. Voor een Nederlandse handelaar was het nagenoeg onmogelijk om een vordering door een Duitse militair te weigeren, ook al bracht hen dit in de problemen met de eigen controlerende instanties zoals de C.C.D. Dit rapport illustreert de lastige positie van burgers en ambtenaren tussen de strikte distributiewetgeving en de willekeur van de bezetter.

Samenvatting

Het document is een officieel rapport van de Centrale Controle Dienst (C.C.D.) over een incident dat plaatsvond op de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam op oudejaarsdag 1942.

De kernpunten van de rapportage zijn:
1. Vordering: Een visboer (J.F. Fafieanie jr.) kreeg 80 pond brasem toegewezen. Een Duitse militair die op de afslag aanwezig was, 'vorderde' eerst 60 pond en later de overige 20 pond.
2. Onregelmatigheid: Hoewel de militair contant betaalde, ontbrak het verplichte administratieve bewijs: de Bezugschein (een aankoopvergunning of bon). Zonder dit document was de verkoop technisch gezien illegaal binnen de distributieregels.
3. Getuigen: De boekhouder van de afslag (de heer Jongbloed) was op de hoogte maar liet de beslissing bij de vishandelaar. De vishandelaar beweert dat de militair het document beloofd had, maar nooit heeft overhandigd.
4. Conclusie: Er is geen schriftelijk bewijs van de transactie en de identiteit van de militair (onderdeel) is onbekend, wat verdere vervolging of correctie bemoeilijkt.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Controle Dienst (C.C.D.) was in 1941 opgericht om toezicht te houden op de naleving van de distributievoorschriften en om de zwarte handel te bestrijden.

In deze periode was voedsel schaars en strikt gerantsoeneerd. Handelaren hadden toewijzingen nodig en kopers hadden bonnen of vergunningen (Bezugscheine) nodig. Duitse militairen maakten vaak misbruik van hun machtspositie door goederen te 'vorderen', waarbij ze soms wel betaalden, maar de bureaucratische regels die voor de Nederlandse bevolking golden negeerden. Voor een Nederlandse handelaar was het nagenoeg onmogelijk om een vordering door een Duitse militair te weigeren, ook al bracht hen dit in de problemen met de eigen controlerende instanties zoals de C.C.D. Dit rapport illustreert de lastige positie van burgers en ambtenaren tussen de strikte distributiewetgeving en de willekeur van de bezetter.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6