Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 73
Dossier 3
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (doorslag of kopie).

31 maart 1943. Van: De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (doorslag of kopie). 31 maart 1943. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst). [Handgeschreven bovenaan, gecentreerd:]
extra

[Rechtsboven:]
VB/HB.

[Geadresseerde:]
den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
Amsterdam-Centrum.

[Rechtsonder geadresseerde:]
Wijk 3.
31 Maart 1943.

[Linkermarge:]
43/2/3 M.

[Midden:]
2.

[Onderwerp:]
verrichten neven-
werkzaamheden door over-
heidspersoneel.

[Body:]
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 3 Februari jl.
no. 494 i. Arb. 1942, heb ik de eer U in bijlage dezes te doen
toekomen afschriften van door personeel van mijn dienst gedane
verzoeken hun dispensatie te verleenen van het verbod tot het
verrichten van betaalde werkzaamheden door hun echtgenooten.
Aangezien het dienstbelang in deze gevallen in het ge-
heel niet wordt geschaad, bestaat mijnerzijds tegen inwilliging
van de onderhavige verzoeken geen bezwaar.

[Sluiting:]
De Directeur,

[Handgeschreven kanttekening links:]
den door
den klerk kan
gr. Dit document is een ambtelijk schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De tekst getuigt van de strikte bureaucratische controle op het privéleven van ambtenaren in die tijd. Het betreft specifiek een verzoek om dispensatie (vrijstelling) van een verbod voor echtgenoten van overheidspersoneel om betaald werk te verrichten.

In de jaren '30 en tijdens de bezetting bestonden er regelingen die het werken van getrouwde vrouwen ontmoedigden of verboden, enerzijds vanuit een ideologisch streven naar het traditionele kostwinnersmodel, anderzijds als arbeidsmarktmaatregel. De directeur van de betreffende dienst adviseert hier positief over de verzoeken, omdat hij van mening is dat de extra werkzaamheden van de echtgenoten de uitvoering van de publieke taak ("het dienstbelang") niet in de weg staan.

De handgeschreven aantekening in de kantlijn lijkt een administratieve instructie of paraaf te zijn ("gezien door de klerk"). Het jaartal 1943 is een cruciaal jaar in de bezettingstijd, waarin de greep van de bezetter op de Nederlandse samenleving en het ambtelijk apparaat steeds verstikkender werd. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. De genoemde circulaire (no. 494 i. Arb. 1942) verwijst naar regelgeving die waarschijnlijk in 1942 is ingevoerd om de inzet van arbeidskrachten centraal te kunnen sturen.

Dergelijke documenten in het stadsarchief geven inzicht in hoe de dagelijkse bureaucratie bleef doordraaien onder de bezetting, waarbij zelfs de kleinste details van de gezinssituatie van ambtenaren onderworpen waren aan officiële goedkeuring.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De tekst getuigt van de strikte bureaucratische controle op het privéleven van ambtenaren in die tijd. Het betreft specifiek een verzoek om dispensatie (vrijstelling) van een verbod voor echtgenoten van overheidspersoneel om betaald werk te verrichten.

In de jaren '30 en tijdens de bezetting bestonden er regelingen die het werken van getrouwde vrouwen ontmoedigden of verboden, enerzijds vanuit een ideologisch streven naar het traditionele kostwinnersmodel, anderzijds als arbeidsmarktmaatregel. De directeur van de betreffende dienst adviseert hier positief over de verzoeken, omdat hij van mening is dat de extra werkzaamheden van de echtgenoten de uitvoering van de publieke taak ("het dienstbelang") niet in de weg staan.

De handgeschreven aantekening in de kantlijn lijkt een administratieve instructie of paraaf te zijn ("gezien door de klerk").

Historische Context

Het jaartal 1943 is een cruciaal jaar in de bezettingstijd, waarin de greep van de bezetter op de Nederlandse samenleving en het ambtelijk apparaat steeds verstikkender werd. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. De genoemde circulaire (no. 494 i. Arb. 1942) verwijst naar regelgeving die waarschijnlijk in 1942 is ingevoerd om de inzet van arbeidskrachten centraal te kunnen sturen.

Dergelijke documenten in het stadsarchief geven inzicht in hoe de dagelijkse bureaucratie bleef doordraaien onder de bezetting, waarbij zelfs de kleinste details van de gezinssituatie van ambtenaren onderworpen waren aan officiële goedkeuring.

Gerelateerde Documenten 6