Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 20
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Briefkopie (bladzijde 2).

1943 (exacte dag/maand ontbreken op deze pagina).

Origineel

Briefkopie (bladzijde 2). 1943 (exacte dag/maand ontbreken op deze pagina). Bladzijde 2 van brief No.46A/88/1 M. 1943 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen.

doch deze verzorgt reeds de aanvoeren uit geheel Noord-Nederland,
zoodat het voor hem bezwaarlijk is om ook in het Zuiden als
kooper op te treden. En de practijk met Rooseman heeft wel bewe-
zen, dat het voor een goeden aanvoer noodzakelijk is, dat de
grossier persoonlijk op de afslagen aanwezig is. In de reeds ver-
melde bespreking met den heer Vriens is door dezen al de vraag
opgeworpen of deze toewijzing niet aan de combinatie Lammers-
Gootjes ware te geven. Wij hebben, gelet op deze situatie, aan
de leiding van de Nederlandsche Visscherijcentrale medegedeeld,
dat onzerzijds geen bezwaar zou bestaan, indien deze toewijzing
aan de combinatie Lammers-Gootjes zou worden gegeven. Wij hebben
erop gewezen, dat onze ervaring met deze Combinatie, wat de
mosselen betreft, heeft geleerd, dat de betreffende aanvoeren
dan stellig in hun geheel ten goede zullen komen aan de Amster-
damsche bevolking, terwijl wij er tevens van overtuigd zijn, dat
de Combinatie met kracht de aanvoeren van garnalen op alle moge-
lijke wijzen zal bevorderen.
Ook de heer Haasnoot is van dit gevoelen en hoewel hij
ervan overtuigd is, dat inschakeling van de combinatie Lammers
op het gebied der garnalen een precedent beteekent, daar zij
nimmer als groothandelaar in garnalen is opgetreden en het daarom
mogelijk zou kunnen zijn, dat er actie tegen inschakeling van
Lammers zou kunnen worden gevoerd, speciaal door de groep Roose-
man, meende genoemde directeur zich toch op het standpunt te
mogen stellen, dat de bovenbedoelde toewijzing op naam van de
combinatie Lammers zou worden overgeschreven, daar geen der be-
staande combinaties technisch in staat is de tot nog toe door
Rooseman verzorgde aanvoer over te nemen. Wij vertrouwen, dat U
zich met deze beslissing wel zult kunnen vereenigen.

/aal- II. Volendammer regeling voor het aanstaande aalseizoen.

Nadat de Volendammers, die in Amsterdam handel plegen
te drijven gedurende een tweetal weken in 1942 (van 18 – 31 Mei)
in de verdeeling te Amsterdam waren opgenomen, hetgeen beteekende,
dat de te Volendam voor deze handelaren aangevoerde aal, naar
Amsterdam werd gezonden en aldaar onder alle kleinhandelaren werd
verdeeld, hebben de Volendammers voor de rest van het aalseizoen
bereikt, dat de Nederlandsche Visscherijcentrale in overleg met
het Gemeentebestuur heeft goedgekeurd, dat deze aal te Volendam
werd verdeeld en dat de Volendammer kleinhandelaren deze aal via
de Gemeentelijke Vischmarkt, alhier met een geleidebiljet naar de
verkoopplaatsen vervoerden. Als voornaamste argument werd hier-
voor door Volendam aangevoerd en door de Nederlandsche Visscherij-
centrale ondersteund, dat de Volendammers op hun eigen coopera-
tieven afslag een rechtstreeksche toewijzing hadden, welke niet
kon worden ingetrokken. De Nederlandsche Visscherijcentrale neemt
namelijk het standpunt in, dat handelaren, die op een primairen
afslag een eigen toewijzing hebben, het recht hebben deze te
blijven ontvangen. Dit is ook de reden, dat de Amsterdamsche
kleinhandelaren Bergen, Bambergen, Buten en L. Jansen, die in de-
zelfde omstandigheid verkeeren, in het afgeloopen aalseizoen is
toegestaan om hun eigen toewijzing te houden; ook deze klein-
handelaren zijn in het aalseizoen niet in de verdeeling te
Amsterdam opgenomen.
Aan het einde van het aalseizoen kon aan de hand van de
aanvoercijfers niet worden gezegd, dat de bovenstaande regeling
voor Amsterdam ongunstig heeft gewerkt, daar de verhouding van * Logistieke herstructurering: Het eerste deel van het document beschrijft een verschuiving in de toewijzing van aanvoerrechten voor mosselen en garnalen van de firma Rooseman naar de "combinatie Lammers-Gootjes". Dit wordt gemotiveerd door de noodzaak van fysieke aanwezigheid op de afslagen en de garantie dat de voorraad de Amsterdamse bevolking bereikt.
* Protectionisme en precedenten: Er wordt gevreesd voor verzet van gevestigde belangen (de groep Rooseman), omdat de firma Lammers voorheen geen groothandelaar in garnalen was.
* De 'Volendammer regeling': Het tweede deel (gemarkeerd met "/aal-") handelt over de distributie van aal. Er is een spanningsveld tussen centrale distributie in Amsterdam en de directe toewijzing aan Volendamse handelaren via hun eigen coöperatieve afslag.
* Uitzonderingsposities: Specifieke handelaren (Bergen, Bambergen, Buten en L. Jansen) worden genoemd als partijen die, net als de Volendammers, buiten de algemene Amsterdamse verdeling vallen vanwege hun rechten op een 'primaire afslag'. Dit document stamt uit 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening stond in deze periode onder enorme druk en werd streng gereguleerd door de overheid en specifieke organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale (onderdeel van de Rijksorganisatie voor de Voedselvoorziening).

De brief is gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. In deze periode was de distributie van vis niet alleen een economische kwestie, maar een cruciale factor in het voorkomen van hongersnood in de stad. De discussie over welke "combinatie" of welke groep handelaren (Volendammers versus Amsterdammers) de rechten kreeg, laat zien hoe gedetailleerd de bureaucratie de schaarse middelen probeerde te beheersen. De handgeschreven kanttekening "/aal-" diende waarschijnlijk voor de archivering of snelle referentie naar het specifieke onderwerp van de tweede alinea.

Samenvatting

  • Logistieke herstructurering: Het eerste deel van het document beschrijft een verschuiving in de toewijzing van aanvoerrechten voor mosselen en garnalen van de firma Rooseman naar de "combinatie Lammers-Gootjes". Dit wordt gemotiveerd door de noodzaak van fysieke aanwezigheid op de afslagen en de garantie dat de voorraad de Amsterdamse bevolking bereikt.
  • Protectionisme en precedenten: Er wordt gevreesd voor verzet van gevestigde belangen (de groep Rooseman), omdat de firma Lammers voorheen geen groothandelaar in garnalen was.
  • De 'Volendammer regeling': Het tweede deel (gemarkeerd met "/aal-") handelt over de distributie van aal. Er is een spanningsveld tussen centrale distributie in Amsterdam en de directe toewijzing aan Volendamse handelaren via hun eigen coöperatieve afslag.
  • Uitzonderingsposities: Specifieke handelaren (Bergen, Bambergen, Buten en L. Jansen) worden genoemd als partijen die, net als de Volendammers, buiten de algemene Amsterdamse verdeling vallen vanwege hun rechten op een 'primaire afslag'.

Historische Context

Dit document stamt uit 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening stond in deze periode onder enorme druk en werd streng gereguleerd door de overheid en specifieke organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale (onderdeel van de Rijksorganisatie voor de Voedselvoorziening).

De brief is gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. In deze periode was de distributie van vis niet alleen een economische kwestie, maar een cruciale factor in het voorkomen van hongersnood in de stad. De discussie over welke "combinatie" of welke groep handelaren (Volendammers versus Amsterdammers) de rechten kreeg, laat zien hoe gedetailleerd de bureaucratie de schaarse middelen probeerde te beheersen. De handgeschreven kanttekening "/aal-" diende waarschijnlijk voor de archivering of snelle referentie naar het specifieke onderwerp van de tweede alinea.

Gerelateerde Documenten 3