Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 610
Dossier 24
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte beleidsnotitie/ontwerprapport met handgeschreven kanttekeningen en correcties.

Origineel

Getypte beleidsnotitie/ontwerprapport met handgeschreven kanttekeningen en correcties. [Links in de marge:]
L3
[Paraaf in rood potlood]
L behalve tong, tarbot en kabeljauw.
[Groot rood kruis]
met standplaatsen vervallen
[Groot bruin kruis]
Mensen die uitsluitend Zaterdag staan?

[Hoofdtekst:]
Punten voor rapport aan W.L.M.
(Wanneer door N.V.C. de maatregelen zijn genomen ter verzekering van den aanvoer der visch naar één centraal punt voor de geheele Gemeente Amsterdam: de Gem.Vischmarkt en het Reglement voor de Verdeeling door de Visscherijcentrale is uitgevaardigd).
Gerekend moet worden op een wekelijkschen aanvoer van:
gem. 120.000 pond versche aal
" 40.000 " zoetwatervisch
stel 10.000 " gerookte aal [handgeschreven:] en zeevisch

bovendien zal ook de zeevisch in de verdeeling worden opgenomen, wanneer [handgeschreven boven invoegteken:] voor deze visch maximumprijzen worden vastgesteld, hetgeen [handgeschreven:] vermoedelijk [getypt:] omstreeks [doorgehaald:] ~~half~~ [handgeschreven:] eind April kan worden tegemoetgezien. [handgeschreven:] L

Ingevolge mededeeling V.C. zijn de maatregelen, welke door deze Centrale moeten worden genomen, gereed gekomen en moeten uitvoeringsvoorschriften door Gemeente Amsterdam worden getroffen. Daaronder mede begrepen het Reglement voor de Verdeeling van visch te Amsterdam. Dit Reglement behoort dus thans door den Burgemeester te worden vastgesteld.

Als uitvloeisel van dit Reglement dient bij besluit van den Burgemeester het venten en het te koop aanbieden en afleveren van visch buiten de door hem aan te wijzen verkoopplaatsen te worden verboden.

Verkoop zal dan dusplaatsvinden:
A. in de winkels en vischhallen;
B. op de dagmarkten Albert Cuypstraat, Ten Katestraat, Lindengracht, Dapperstraat, Nieuwmarkt;
op de weekmarkten Noordermarkt, Amstelveid, [doorgehaald:] ~~Jan Evertsenstraat, Mosplein en Sumatrastraat;~~
op de Joodsche dagmarkten Waterlooplein, Jouberstraat en Gaaspstraat.

C. dagelijks op de vaste verkoopplaatsen [handgeschreven:] (tijdel. hulp v. markt)
Noord { Mosplein
{ Tuindorp Oostzaan [handwritten:] (Pollux of Castorplein)
Zuid [doorgehaald:] ~~Olympiaplein~~ [handgeschreven:] -> Surinameplein [handgeschreven:] en eventueel
West + ged. Zuid { [doorgehaald:] ~~Bosch en Lommerweg~~
{ Jan Evertsenstraat.
Oost { [doorgehaald:] ~~Sumatraplein~~
{ Brink (Betondorp)
Centrum { [doorgehaald:] ~~Kattenburgerplein~~
{ [doorgehaald:] ~~Haarlemmerplein.~~

[Groot rood kruis door onderste helft van punt C]

Komt mij gewenscht voor deze verkoopplaatsen door Burgemeester ingevolge artikel 7 Verordening op den Dienst te doen aanwijzen als tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkten, uitsluitend voor het artikel visch. Aldaar zullen uitsluitend vaste plaatsen worden uitgegeven. * Administratief proces: Dit document is een werkversie. De vele doorhalingen en handgeschreven toevoegingen tonen aan dat de logistiek van de visdistributie in Amsterdam nog volop in beweging was. Er wordt gezocht naar een balans tussen centrale aanvoer via de Gemeentelijke Vischmarkt en de distributie via specifieke marktlocaties.
* Distributiesysteem: Er is sprake van een schaarste-economie. De vermelding van "maximumprijzen" en het verbod op venten (straatverkoop buiten de aangewezen plekken) wijzen op een strikt gecontroleerd distributiesysteem om zwarte handel tegen te gaan.
* Geografie: De lijst met markten geeft een goed beeld van de belangrijkste handelsplekken in Amsterdam in de jaren '40. De wijzigingen bij punt C laten zien dat men probeerde de verkoopplaatsen te concentreren of te verplaatsen (bijv. van Olympiaplein naar Surinameplein). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Enkele specifieke elementen verraden deze context:
1. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale): Dit was een crisisorgaan dat tijdens de bezetting de gehele visketen controleerde.
2. Joodsche dagmarkten: De expliciete vermelding van de markten aan het Waterlooplein, de Joubertstraat en de Gaaspstraat als "Joodsch" duidt op de periode na juli 1941, toen de bezetter Joden verbood om op reguliere markten te komen en hen dwong hun inkopen te doen op speciaal aangewezen locaties.
3. Schaarste en Regulering: De controle op de aanvoer (aal, zoetwatervisch, zeevisch) was essentieel voor de voedselvoorziening van de stad in een tijd waarin de import stil lag en de visserij op de Noordzee door de oorlogsvoering gevaarlijk en beperkt was.

Samenvatting

  • Administratief proces: Dit document is een werkversie. De vele doorhalingen en handgeschreven toevoegingen tonen aan dat de logistiek van de visdistributie in Amsterdam nog volop in beweging was. Er wordt gezocht naar een balans tussen centrale aanvoer via de Gemeentelijke Vischmarkt en de distributie via specifieke marktlocaties.
  • Distributiesysteem: Er is sprake van een schaarste-economie. De vermelding van "maximumprijzen" en het verbod op venten (straatverkoop buiten de aangewezen plekken) wijzen op een strikt gecontroleerd distributiesysteem om zwarte handel tegen te gaan.
  • Geografie: De lijst met markten geeft een goed beeld van de belangrijkste handelsplekken in Amsterdam in de jaren '40. De wijzigingen bij punt C laten zien dat men probeerde de verkoopplaatsen te concentreren of te verplaatsen (bijv. van Olympiaplein naar Surinameplein).

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Enkele specifieke elementen verraden deze context:
1. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale): Dit was een crisisorgaan dat tijdens de bezetting de gehele visketen controleerde.
2. Joodsche dagmarkten: De expliciete vermelding van de markten aan het Waterlooplein, de Joubertstraat en de Gaaspstraat als "Joodsch" duidt op de periode na juli 1941, toen de bezetter Joden verbood om op reguliere markten te komen en hen dwong hun inkopen te doen op speciaal aangewezen locaties.
3. Schaarste en Regulering: De controle op de aanvoer (aal, zoetwatervisch, zeevisch) was essentieel voor de voedselvoorziening van de stad in een tijd waarin de import stil lag en de visserij op de Noordzee door de oorlogsvoering gevaarlijk en beperkt was.

Gerelateerde Documenten 3