Getypt rapport of memo met handgeschreven correcties.
Origineel
Getypt rapport of memo met handgeschreven correcties. Hierbij zijn eenige mogelijkheden overwogen o.a. de overblijvende ~~der~~ visch zonder bon te laten verkoopen, met als gevolg: zwarte handel: de ovablijvende visch naar de Vischmarkt doen terug voeren en registreeren: dit is in de practijk ondoenlijk. Bovendien zou de visch na een geheelen dag reeds ten verkoop gelegen te hebben, dit niet meer kunnen verdragen.
De enige mogelijkheid, die overblijft, doch waaraan eveneens groote bezwaren zijn verbonden, is, dat meer volgnummers worden aangewezen, dan visch beschikbaar is. Op bovenvermelde uren vindt de verkoop uitsluitend plaats vm aan de aangekondigde nummers. Wanneer niet allen zijn geweest, wordt daarna aan de reeds tevoren geannonceerde marge-nummers verkocht. Bezwaren: Bij slechte visch of kleine visch (voorntjes e.d.) komen de opgeroepen nummers niet en is het denkbaar, dat ook geen der margenummer opkomt. De handelaar zal dan aan iederen bij hem ingeschreven klant moeten kunnen verkoopen, In geen geval mag hij visch overhouden doch ook in geen geval mag hij zonder bon verkoopen, aangezien daardoor de geheele controle illusoir wordt.
Voorbeeld: Wanneer hij 50 pond visch heeft ontvangen, annonceert hij: verkoop van 11 - 12 uur no's 1 - 100: daarna wanneer nog visch over is aan de nos. 101 - 125 5 klanten tusschen no's 1 - 100 komen niet, dus hij levert dan nog aan de no's 108, 112, 115, 119 en 123. Doch welke nummers zal hij nu de volgende keer, dat hij visch krijgt toegewezen, moeten annonceeren? Hieromtrent zijn vooraf geen regelen te stellen; terzake zal de practijk moeten worden afgewacht.
De groote moeilijkheid doet zich voor met de groote zoetw. visch soorten en met de fijne vischsoorten. Groote brasem, snoek, karper en kabeljauw, tarbot e.d. met gewicht tot 8 kg. toe. Dit document illustreert de bureaucratische en praktische frictie van het distributiestelsel. De kern van het probleem is de bederfelijkheid van de waar:
1. Vrij verkoopverbod: Men wil voorkomen dat restanten zonder bon worden verkocht, omdat dit de "zwarte handel" stimuleert en de controle "illusoir" (waardeloos) maakt.
2. Logistieke onmogelijkheid: Het terugsturen van onverkochte vis naar een centraal punt voor herregistratie is onmogelijk omdat de vis na een dag in de winkel al begint te bederven ("niet meer kunnen verdragen").
3. Het 'Marge-systeem': Men stelt voor om meer mensen op te roepen (volgnummers) dan er voorraad is, om te garanderen dat alles opgaat. Dit creëert echter onzekerheid voor de klanten en administratieve chaos voor de volgende verkoopronde.
4. Productspecifieke problemen: De laatste alinea benadrukt dat vooral grote vissen (zoals snoek of karper tot 8 kg) lastig te verdelen zijn binnen een systeem dat gebaseerd is op kleine, gestandaardiseerde porties per bon. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna alles "op de bon". Voor vis gold een specifiek regime omdat de aanvoer onregelmatig was door de beperkingen op de scheepvaart en de visserij in de Noordzee. De overheid probeerde met strikte regels de eerlijke verdeling te waarborgen en prijsopdrijving te voorkomen. Dit document lijkt een intern overleg of een instructie van een distributiedienst of een marktmeester, waarbij gezocht wordt naar een werkbaar evenwicht tussen de starre regels van de voedselvoorziening en de biologische realiteit van bedervende vis.