Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 35
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Typoscript (doorslag van een brief).

7 juni 1943. Van: Onbekend (waarschijnlijk een zakelijke relatie of belangenbehartiger in Amsterdam, gezien de initialen VD/SV). Aan: Den Heer Secretaris van den Ondervakgroep Detailhandel Visch, J.P. Coenstraat 25, 's-Gravenhage.

Origineel

Typoscript (doorslag van een brief). 7 juni 1943. Onbekend (waarschijnlijk een zakelijke relatie of belangenbehartiger in Amsterdam, gezien de initialen VD/SV). Den Heer Secretaris van den Ondervakgroep Detailhandel Visch, J.P. Coenstraat 25, 's-Gravenhage. 46a/207/1 M.
extra
VD/SV

7 Juni 1943.

den Heer Secretaris van den
Ondervakgroep Detailhandel
Visch,
J.P. Coenstraat 25,
's-G r a v e n h a g e (ZH)
========================

In aansluiting op het telefonisch onderhoud van hedenmorgen vraag ik hierbij Uw speciale aandacht voor de zaak van Busman's Vischhandel, Nieuwmarkt 8te Amsterdam.

Busman is zoowel groot- als kleinhandelaar. Hij zelf verzorgt zijn zaken in Ymuiden, terwijl zijn vrouw dan de kleinhandelszaken in Amsterdam waarneemt.

Hij heeft thans in zijn kleinhandelszaak nog 2 knechts in dienst, die voor het goed functionneeren van zijn zaak zorgdragen. Deze beide knechts zijn reeds 15 jaren bij hem in dienst.

Een knecht, genaamd Christiaan Willem Frederik Huppen, geboren 5 December 1913, ongehuwd, wonende Bloemstraat 116 I, persoonsbewijsnummer A. 35 - 244208 zal zich te zijner tijd moeten melden voor de "Arbeitseinsatz", terwijl de andere, genaamd Jacobus Johannes Zonsveld, geboren 5 April 1912, gehuwd, Lange Distelstraat 26 huis, persoonsbewijsnummer A. 35 - 579059 zich als krijgsgevangene zal moeten melden.

Het spreekt vanzelf, dat deze zaak, wanneer deze beide knechts zouden moeten vertrekken, volkomen zou worden gedesorganiseerd.

Ik wijs er hierbij op, dat Busman als een van de oudste en meest betrouwbare zaken te Amsterdam bekend staat.

Deze zaak gaarne in Uw speciale [doorgehaald/onleesbaar] aanbevelend.

Hoogachtend, Dit document is een dringende pleitbezorging om twee cruciale werknemers van een viswinkel aan de Amsterdamse Nieuwmarkt te behoeden voor tewerkstelling of gevangenschap. De brief is typerend voor de administratieve strijd die ondernemers voerden om hun personeel te behouden tijdens de bezetting.

De argumentatie rust op drie pijlers:
1. Onmisbaarheid: De werknemers zijn al 15 jaar in dienst en essentieel voor de bedrijfsvoering. Zonder hen zou de zaak "volkomen worden gedesorganiseerd".
2. Bedrijfsstructuur: De eigenaar is in IJmuiden (waarschijnlijk bij de visafslag voor de groothandel), waardoor de winkel in Amsterdam volledig op de vrouw en de twee knechts leunt.
3. Reputatie: De zaak wordt gepresenteerd als "oudste en meest betrouwbare", een poging om het maatschappelijk belang van de onderneming te onderstrepen.

Opvallend is de gedetailleerde vermelding van persoonsgegevens (geboortedatum, adres en persoonsbewijsnummer), wat noodzakelijk was voor officiële verzoeken om vrijstelling (vrijstellingsstempels of 'Sperren'). De datum, 7 juni 1943, plaatst dit document in een zeer turbulente fase van de Duitse bezetting:

  • De Arbeitseinsatz: In 1943 nam de druk op de Nederlandse arbeidsmarkt enorm toe. De Duitsers hadden steeds meer dwangarbeiders nodig voor de oorlogsindustrie in het Reich.
  • Terugkeer in Krijgsgevangenschap: Eind april 1943 verordonneerde generaal Christiansen dat voormalige leden van de Nederlandse krijgs挑选macht (die in 1940 waren vrijgelaten) zich opnieuw moesten melden voor krijgsgevangenschap. Dit leidde tot de felle April-meistakingen. Werknemer Zonsveld valt blijkbaar onder deze regeling.
  • De "Ondervakgroep Detailhandel Visch": Tijdens de bezetting werd het bedrijfsleven gelijkgeschakeld in een strakke organisatie van 'Vakgroepen' en 'Bedrijfschappen'. Deze organen speelden een bemiddelende rol tussen de ondernemers en de bezettingsautoriteiten wat betreft distributie, vergunningen en personeelszaken.
  • Voedselvoorziening: De visdetailhandel was een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening in de stad, wat de afzender een juridisch handvat gaf om te proberen de werknemers te behouden onder het mom van het algemeen belang.

Samenvatting

Dit document is een dringende pleitbezorging om twee cruciale werknemers van een viswinkel aan de Amsterdamse Nieuwmarkt te behoeden voor tewerkstelling of gevangenschap. De brief is typerend voor de administratieve strijd die ondernemers voerden om hun personeel te behouden tijdens de bezetting.

De argumentatie rust op drie pijlers:
1. Onmisbaarheid: De werknemers zijn al 15 jaar in dienst en essentieel voor de bedrijfsvoering. Zonder hen zou de zaak "volkomen worden gedesorganiseerd".
2. Bedrijfsstructuur: De eigenaar is in IJmuiden (waarschijnlijk bij de visafslag voor de groothandel), waardoor de winkel in Amsterdam volledig op de vrouw en de twee knechts leunt.
3. Reputatie: De zaak wordt gepresenteerd als "oudste en meest betrouwbare", een poging om het maatschappelijk belang van de onderneming te onderstrepen.

Opvallend is de gedetailleerde vermelding van persoonsgegevens (geboortedatum, adres en persoonsbewijsnummer), wat noodzakelijk was voor officiële verzoeken om vrijstelling (vrijstellingsstempels of 'Sperren').

Historische Context

De datum, 7 juni 1943, plaatst dit document in een zeer turbulente fase van de Duitse bezetting:

  • De Arbeitseinsatz: In 1943 nam de druk op de Nederlandse arbeidsmarkt enorm toe. De Duitsers hadden steeds meer dwangarbeiders nodig voor de oorlogsindustrie in het Reich.
  • Terugkeer in Krijgsgevangenschap: Eind april 1943 verordonneerde generaal Christiansen dat voormalige leden van de Nederlandse krijgs挑选macht (die in 1940 waren vrijgelaten) zich opnieuw moesten melden voor krijgsgevangenschap. Dit leidde tot de felle April-meistakingen. Werknemer Zonsveld valt blijkbaar onder deze regeling.
  • De "Ondervakgroep Detailhandel Visch": Tijdens de bezetting werd het bedrijfsleven gelijkgeschakeld in een strakke organisatie van 'Vakgroepen' en 'Bedrijfschappen'. Deze organen speelden een bemiddelende rol tussen de ondernemers en de bezettingsautoriteiten wat betreft distributie, vergunningen en personeelszaken.
  • Voedselvoorziening: De visdetailhandel was een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening in de stad, wat de afzender een juridisch handvat gaf om te proberen de werknemers te behouden onder het mom van het algemeen belang.

Gerelateerde Documenten 4