Archief 745
Inventaris 745-410
Pagina 669
Dossier 92
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notities/adviezen van een commissie.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notities/adviezen van een commissie. in de basisjaren in den visch- (15
handel is werkzaam geweest.
De Com. heeft evenwel geen bezwaar,
gelet op den leeftijd v. Manus,
dat de toewijzing worde overge-
schreven op den zoon. De vader
zal dan evenwel schriftelijk
moeten verklaren, dat hij ten
behoeve van zijn zoon afstand doet.
(is inmiddels geschied).

A. J. Schoos, zoo hier,
verzocht te worden ingescha-
keld in den verschen vischhandel.
Com. adviseert afwijzen; Schoos
is nimmer in den verschen visch-
handel werkzaam geweest.

H. Hendriks verzocht (via
N.V.C.) in de verdeling v.
alle soorten visch te worden
opgenomen. Hij zou in 1938
een ongeluk hebben gehad
en waarom hij de laatste jaren
niet meer in den vischhandel is
geweest. De Com. adviseert afwijzen. Het document bevat drie korte adviezen van een niet nader genoemde commissie ("Com.") betreffende de toelating tot of wijziging binnen de vishandel:

  1. Casus Manus: Hier gaat het om de overdracht van handelsrechten van vader op zoon. De commissie gaat akkoord vanwege de gevorderde leeftijd van de vader, mits er een formele afstandverklaring wordt getekend. Een aantekening tussen haakjes vermeldt dat dit reeds is gebeurd.
  2. Casus A. J. Schoos: Schoos wenst toe te treden tot de handel in verse vis. Dit wordt afgewezen omdat hij geen bewezen ervaring heeft in deze specifieke sector.
  3. Casus H. Hendriks: Hendriks doet via de N.V.C. een verzoek om vis toegewezen te krijgen. Hij voert een ongeluk uit 1938 aan als reden voor zijn afwezigheid in de handel gedurende de voorgaande jaren. De commissie wijst het verzoek desondanks af.

Het handschrift is een vlot zakelijk cursief, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw. De vermelding van de N.V.C. (Nederlandsche Vis-Centrale) en de term "basisjaren" plaatsen dit document in de context van de economische ordening tijdens de Duitse bezetting (1940-1945). De N.V.C. werd in 1941 opgericht om de visserij en visdistributie onder centraal toezicht te stellen.

In die periode was er sprake van een contingentering: alleen handelaren die in de "basisjaren" (meestal de jaren direct voor de oorlog, zoals 1937-1939) reeds actief waren, behielden hun rechten. Nieuwkomers (zoals Schoos) of mensen die hun continuïteit niet konden aantonen (zoals Hendriks) werden strikt geweerd om de beperkte voorraden te verdelen onder de gevestigde handel.

Samenvatting

Het document bevat drie korte adviezen van een niet nader genoemde commissie ("Com.") betreffende de toelating tot of wijziging binnen de vishandel:

  1. Casus Manus: Hier gaat het om de overdracht van handelsrechten van vader op zoon. De commissie gaat akkoord vanwege de gevorderde leeftijd van de vader, mits er een formele afstandverklaring wordt getekend. Een aantekening tussen haakjes vermeldt dat dit reeds is gebeurd.
  2. Casus A. J. Schoos: Schoos wenst toe te treden tot de handel in verse vis. Dit wordt afgewezen omdat hij geen bewezen ervaring heeft in deze specifieke sector.
  3. Casus H. Hendriks: Hendriks doet via de N.V.C. een verzoek om vis toegewezen te krijgen. Hij voert een ongeluk uit 1938 aan als reden voor zijn afwezigheid in de handel gedurende de voorgaande jaren. De commissie wijst het verzoek desondanks af.

Het handschrift is een vlot zakelijk cursief, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

De vermelding van de N.V.C. (Nederlandsche Vis-Centrale) en de term "basisjaren" plaatsen dit document in de context van de economische ordening tijdens de Duitse bezetting (1940-1945). De N.V.C. werd in 1941 opgericht om de visserij en visdistributie onder centraal toezicht te stellen.

In die periode was er sprake van een contingentering: alleen handelaren die in de "basisjaren" (meestal de jaren direct voor de oorlog, zoals 1937-1939) reeds actief waren, behielden hun rechten. Nieuwkomers (zoals Schoos) of mensen die hun continuïteit niet konden aantonen (zoals Hendriks) werden strikt geweerd om de beperkte voorraden te verdelen onder de gevestigde handel.

Gerelateerde Documenten 4