Handgeschreven memo of ambtelijk verslag.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijk verslag. (14.)
Verzoek van H. Marinus
om de toewijzing van zijn
vader S. C. Marinus Sr.
te mogen overnemen.
H. Marinus drijft sedert eenige
jaren met zijn vader, die reeds
op leeftijd is, zaken. Zij hebben
een winkeltje in de Binnen
Oranjestraat, hetwelk is gehuurd
door H. Marinus. Practisch
doet H. de zoon alle werkzaam-
heden. Marinus Jr. verklaart
reeds voor den oorlog zelfstan-
dig in den vischhandel te zijn
werkzaam geweest. Hij had
toen een standplaats op de
Lindengracht. Hij heeft met de
N. V. C. (Hr. Helvebrand) reeds
besproken of deze er bezwaar
tegen zou hebben, dat hij de
zaken van zijn vader definitief
over zou nemen. De Centrale
zou daartegen geen bezwaar
hebben.
De Com. verklaart, dat Marinus
Jr. zelf geen recht heeft op visch.
Hij kan niet bewijzen, dat hij Het document is een verslag betreffende een verzoek tot overdracht van een officiële "toewijzing" (vergunning of rantsoen-recht) voor de vishandel. De kernpunten zijn:
* Familiebedrijf: H. Marinus (de zoon) voert feitelijk de werkzaamheden al uit voor zijn bejaarde vader, S.C. Marinus Sr.
* Locaties: Het betreft een winkel in de Binnen Oranjestraat en een eerdere standplaats op de Lindengracht (beide in de Jordaan, Amsterdam).
* Regelgeving: Er is overleg geweest met de N.V.C. (Nederlandsche Vis-Centrale). Hoewel de Centrale geen bezwaar heeft tegen de overname, merkt "de Commissie" (Com.) op dat de zoon op dat moment persoonlijk geen eigen recht op visleveranties heeft. Hij moet bewijzen dat hij voor de oorlog al zelfstandig werkzaam was om aanspraak te maken op een eigen toewijzing. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of vlak daarna (de wederopbouwperiode). Tijdens de bezetting was de distributie van schaarse goederen zoals vis streng gereguleerd via rijksbureaus en centrales zoals de N.V.C. (Nederlandsche Vis-Centrale).
Toewijzingen waren persoonsgebonden en essentieel om legaal handel te mogen drijven. De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan. De ambtelijke toon en de focus op "bewijs van werkzaamheid voor de oorlog" zijn typerend voor de bureaucratische afhandeling van bedrijfsvoortzettingen in die tijd, waarbij men wilde voorkomen dat nieuwe (niet-gerechtigde) handelaren de markt betraden.