Afschrift van een verzoekbrief.
Origineel
Afschrift van een verzoekbrief. 30 oktober 1943. A.S. Heis, gevestigd aan de Lijnbaansgracht 308, Amsterdam. AFSCHRIFT.
AMSTERDAM, 30 October '43
Mijnheer.
Op advies van de Inspecteur te Amsterdam(Vischafdlg:ag) is mijn vraag beleefd voor een kleine toewijzing visch, daar genoemde Inspecteur geheel en al met mijn gang van zaken op de hoogte is en deze mij aanrade het U te verzoeken.
De rede is nl. deze. In mijn zaak Vis en Zoon was vroeger een Israeliet met vischvergunning. Deze kocht ook vroeger voor 39 voor mij in,en ofschoon ik ingeschreven was bij de Amsterdamsche marktwezen op de Ruiterkade bekwam ik alles van hem. Hierdoor ben ik,na een jaar ziek te zijn geweest,in groote moeilijkheden gekomen,omrede deze Israeliet alles wat inkoop betrof op zijn naam hadt staan en ik hierdoor nu niet kan aantoonen wat mijn verkoop was in 39-40.Thans leef ik steeds van wat zuurwaren en enkele andere artikelen(zeer schaars)
Zou U in deze bijzondere situasie geen kleine toewijzing willen verleenen,zoodat ik op 51 jarige leeftijd /steeds in de Vis(gerookt of versch) mijn brood kan verdienen.
[Handgeschreven in de marge:] /verder voor mijn gezin zooals
De Inspecteur zou op Uw beslissing wachten en deelde mij mede,mij eerst dan te kunnen helpen,het betreft hier voor mij een wel uitzonderlijken toestand.
In de hoop op een gunstig besluit van U mijnheer teeken ik met verschuldigde eerbied
W.g. A.S.Heis
Lijnbaansgracht 308
AMSTERDAM.-
P.S. Nimmer met bestuur of politie bezwaren gehadt omtrent vischverkoop In deze zaak wordt al tientallen jaren visch verkocht.
Voor eensluidend afschrift
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening onleesbaar]
BS In deze brief verzoekt A.S. Heis om een toewijzing van vis voor zijn zaak "Vis en Zoon". De kern van zijn probleem is bureaucratisch van aard, maar diep geworteld in de realiteit van de Duitse bezetting.
Heis legt uit dat hij voor de oorlog (1939) samenwerkte met een Joodse man ("een Israeliet") die de vergunning hield en de inkopen deed. Omdat de administratie op naam van deze Joodse partner stond, kan Heis nu geen officiële verkoopcijfers over de referentiejaren 1939-1940 overleggen. Zonder deze cijfers krijgt hij geen nieuwe toewijzing van de centrale instanties. Hij verkeert in armoede en leeft momenteel van de verkoop van "zuurwaren" (zoals augurken of uien), die ook schaars zijn. De brief is een poging om via de weg van de redelijkheid en met steun van een lokale inspecteur de strikte distributieregels te omzeilen. Dit document is een treffend voorbeeld van de economische ontwrichting tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland (1943).
- Anti-Joodse maatregelen: De vermelding van de "Israeliet" wijst indirect op de Holocaust. In 1943 waren de meeste Joodse ondernemers uit hun zaken gezet (arjanisering) of gedeporteerd. Heis kan niet meer met zijn partner samenwerken omdat deze door de nazi-bezetter uit de samenleving is verwijderd.
- Schaarste en Distributie: Tijdens de bezetting was bijna alles op de bon. Toewijzingen voor winkeliers werden gebaseerd op historische omzetcijfers. Het ontbreken van bewijslast betekende in dit systeem vaak de financiële ondergang.
- Collaboratie/Bestuur: De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een orgaan dat onder toezicht van de bezetter de visvoorraad beheerde. De formele toon ("verschuldigde eerbied") was gebruikelijk in correspondentie met dergelijke semi-overheidsinstanties.
- Dagelijks leven: De verwijzing naar "zuurwaren" typeert de Amsterdamse eetcultuur en de pogingen van kleine neringdoenden om met minimale middelen te overleven. A.S. Heis P.S. Nimmer Marktwezen Politie