Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 23 april 1943 C. Molenaar, wonende te Volendam (Industriestraat 5) De Verdeelingscommissie Vischmarktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No. 46 6/129 / M. 1943 28/4
[Middenboven:]
Volendam.
[Rechtsboven:]
800
46/129/2
23 April 1943.
[Margenotitie linksboven, diagonaal:]
Oproepen met J. Tuijp (Pier)
[Margenotitie rechtsboven, potlood:]
opgevoerd
1 X zeevisch
2 X garnalen
X zw. visch (V’dam)
[Adressering:]
Aan de Verdeelingscommissie
vischmarktwezen.
Jan van Galenstraat.
Amsterdam.
[Inhoud:]
Mijne Heeren,
Ondergetekende C. Molenaar, geboren 4 Augustus 1913, wonende Industriestr. no 5, neemt de vrijheid U het volgende te verzoeken.
Zoals U bekend zal zijn, stond ik in de toewijzing in Amsterdam.
Door mijn werkzaamheden in samenwerking met de gebr. Molenaar (Prop) heb ik deze anderhalf jaar mijn toewijzing prijs gegeven.
Nu ik echter niet meer met de gebr. Molenaar in samenwerking ben en ik mijn aaltoewijzing in Volendam nog heb, waar Am, de Gemeente Amsterdam recht op heeft, verzoek ik U, indien mogelijk mij weer in de verdeling in Amsterdam in te schakelen.
Tevens verzoek ik U, of ik zoals voorheen weer in de Albert Cuypstraat mijn standplaats mag innemen.
Vertrouwende, dat U mijn verzoek zult inwilligen, verblijf ik hoogachtend.
[Ondertekening:]
C. Molenaar. In deze brief verzoekt C. Molenaar de Amsterdamse Verdeelingscommissie om opnieuw te worden opgenomen in de distributieregeling voor vis. De schrijver legt uit dat hij gedurende anderhalf jaar zijn eigen toewijzing had opgegeven omdat hij samenwerkte met de "gebr. Molenaar (Prop)" (een bekende tak van de familie Molenaar uit Volendam). Nu deze samenwerking is beëindigd, wil hij zijn zelfstandige handel in Amsterdam hervatten.
Opvallend is dat hij zijn "aal-toewijzing" in Volendam als pressiemiddel gebruikt; hij merkt op dat Amsterdam hier recht op heeft, wat suggereert dat hij bereid is deze toevoer aan de stad te leveren in ruil voor een standplaats. Hij vraagt specifiek om zijn oude plek op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen.
De handgeschreven notities bovenin wijzen op de administratieve verwerking: er is genoteerd dat hij is "opgevoerd" voor specifieke categorieën (zeevis, garnalen en zwarthandel- of zwemvis). Ook is er een instructie om hem op te roepen samen met een zekere J. Tuijp (bijnaam "Pier"). Het document dateert uit april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem. De handel in vis was strikt gereguleerd door verdeelingscommissies om de voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel in te dammen.
De locatie van de commissie aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam verwijst naar de Centrale Markthallen, die destijds het hart van de stedelijke voedseldistributie vormden. De brief geeft een inkijkje in hoe individuele handelaren uit vissersdorpen als Volendam moesten navigeren door de bureaucratie van de bezettingstijd om hun nering op de Amsterdamse markten, zoals de Albert Cuyp, te kunnen blijven uitoefenen. C. Molenaar J. Tuijp Gemeente Amsterdam