Archiefdocument
Origineel
15 november 1948 "Veele bezoekers" (een collectief van ontevreden marktbezoekers) Amsterdam 15 November 48
Mijnheere! het zou zeer aan beveling verdienen
indien alle kinderen onder de 15 Jaar geweerd werden
in de rij van visch, die kinderen houden 2 à 3
plaatsen op voor de moeder die ook in de rij staat
dus als er visch is, bijna altijd succes hebben,
en de rij onnoodig lang maakt, soms wel 6 groepen
wat voor serieuze staanders, de kans zeer gering
maakt, om ook eens een vischje te bemachtigen.
om de stemming onder de markt bezoekers
niet tot verbittering op te voeren, en tevens
voor een eerlijke verdeeling, geeft onderstaande
marktbezoekers, u Ed in overweging, de
marktmeester zulks te willen opdragen
Hoogachtend veele bezoekers De brief is een formeel verzoekschrift waarin geklaagd wordt over de gang van zaken in de wachtrij bij de viskraam. De kern van de klacht is sociaal-economisch van aard: moeders zetten hun kinderen in de rij om zo meerdere plekken te bezetten en meer kans te maken op de beperkte voorraad vis.
De schrijvers gebruiken termen als "serieuze staanders" voor de mensen die alleen en eerlijk in de rij staan. De toon is beleefd doch dringend; er wordt gewaarschuwd voor "verbittering" onder het publiek als er geen "eerlijke verdeeling" plaatsvindt. Het taalgebruik is kenmerkend voor de overgangsperiode in de Nederlandse spelling (bijv. "visch", "onnoodig" en "verdeeling"), waarbij de oude spelling uit gewoonte nog veelvuldig werd gebruikt kort na de officiële spellingwijziging van 1947. In november 1948 zat Nederland midden in de naoorlogse wederopbouw. Hoewel de Tweede Wereldoorlog drie jaar voorbij was, was er nog steeds sprake van schaarste en waren sommige goederen nog op de bon. Vis was een essentieel volksvoedsel en een welkom alternatief voor het vaak nog schaarse of dure vlees.
Rijen (wachtrijen) waren een dagelijks onderdeel van het straatbeeld. Het inzetten van kinderen om extra rantsoenen te bemachtigen of rijen "dikker" te maken was een bekende irritatiefactor op lokale markten zoals de Albert Cuypmarkt of de Dappermarkt in Amsterdam. De marktmeester had in die tijd een sterke bevoegdheid om de orde te handhaven, vandaar dit directe verzoek om reglementair in te grijpen.