Handgeschreven notitie/kwitantie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven notitie/kwitantie op gelinieerd papier. 21 juli 1943. 6 zilverbons gemerkt
serie A.F. 030331
" F. 226709 f 15
" B.X. 023932 ----
" B.U. 126616
" A.O. 000050
" A.X. 663771
In beslag genomen bij J. Th. Symons -
Lingen, Kruisstraat 165. Behoorend bij
Rapport d.d. 21-7-'43.
De Inspecteur
[onleesbare handtekening] Het document is een bewijs van inbeslagname van waardepapieren tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Objecten: Er worden zes 'zilverbons' vermeld met hun specifieke serienummers. Zilverbons waren papieren noodgeld dat zilveren munten verving. Gezien het totaalbedrag van 15 gulden voor 6 stuks, gaat het hier om bons met een waarde van 2,50 gulden per stuk.
* Betrokkenen: De goederen zijn in beslag genomen bij "J. Th. Symons-Lingen". De dubbele achternaam suggereert een gehuwde vrouw.
* Context van de actie: De notitie verwijst naar een officieel politierapport van 21 juli 1943. De term "gemerkt" bovenaan kan erop duiden dat deze specifieke biljetten vooraf waren geregistreerd of gemarkeerd, mogelijk in het kader van een onderzoek naar illegale activiteiten of zwarte handel.
* Adres: Het handschrift voor de straatnaam is enigszins onduidelijk, maar lijkt "Kruisstraat 165" te lezen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) voerden de Nederlandse politie en de Duitse bezettingsautoriteiten regelmatig huiszoekingen uit waarbij contant geld, effecten en andere waardevolle goederen in beslag werden genomen. Dit gebeurde vaak bij mensen die verdacht werden van verzetsactiviteiten, het verbergen van onderduikers, of bij de vervolging van de Joodse bevolking (waarbij bezittingen systematisch werden geroofd).
Zilverbons werden in die tijd veelvuldig gebruikt omdat de bevolking zilveren munten oppotte als waardevast bezit of omdat de bezetter het metaal vorderde voor de oorlogsindustrie. In juli 1943 was de repressie in Nederland op een dieptepunt; de systematische inbeslagname van middelen was een cruciaal onderdeel van de controle die de bezetter uitoefende op de Nederlandse samenleving. Dit briefje fungeerde waarschijnlijk als een administratief bewijsstuk binnen een groter politie- of opsporingsdossier. J. Th. Symons-Lingen. Politie