Proces-verbaal / Rapport van kaartcontrole
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van kaartcontrole 30 september 1940 [Stempel linksboven:]
№ 77/41/M.1940
[Getypt:]
KAARTCONTROLE CENTRALE MARKT.
No. kaart 2809 uitgegeven als Kooper
Naam S. Koopman geboren 17 Februari 1890
woonplaats Krugerstraat 19 A-dam-O
Reden van inhouding. (Korte omschrijving).
tyd 8.30 v/m
Op bovengenoemd tijdstip reed S. Koopman, die als bestuurder was gezeten op een driewielige bakfiets, met groote snelheid de Centr: Markt op, waardoor het mij niet mogelijk was zijn kaart behoorlijk te controleeren. Hoewel hij de controle reeds gepasseerd was gelastte ik hem met zijn driewieler te stoppen, waaraan hij terstond voldeed. Bij gehouden controle bleek mij toen, dat het betalingsbewijs, hetwelk zich bij zijn kaart bevond en geldig was voor de loopende 39e week, niet bij deze kaart behoorde. Gezien het daarop vermelde kaartnummer en naam, behoorde dit betalingsbewijs bij kooperskaart No 2648, van kooper I. Koopman.
S. Koopman, verklaarde, dat hij het betalingsbewijs had geleend van zijn zoon, I. Koopmans. Laatstgenoemde zou door ziekte verhinderd zijn geweest naar de Centr: Markt te komen om inkoopen te doen.
Ik, rapporteur, heb S. Koopman een proces-verbaal aangezegd, terzake overtreding van Art: 461 Wetb: van Strafr: en hem van het marktterrein verwijderd. Kaart van S. Koopman en betalingsbewijs van I. Koopman gaan hierbij. Bij onderzoek in de administratie van het kaartenkantoor is gebleken, dat beide koopers voordien nimmer zijn gestraft.
[Handgeschreven:]
Tevens dient vermeld, dat ik rapporteur, op Maandag 30 september '40 j.l. de legitimatiekaart № 2648, ten name van den kooper I. Koopman, oud 24 jaar, wonende Piet-Brandtstraat 6 III heb ingehouden, voor zijn betalingsbewijs 39e week uitgeleend te hebben aan zijn vader den kooper S. Koopman.
3 dagen schorsing voor vader en zoon.
[Onderaan:]
AMSTERDAM, 30 September 1940.
Gezien: [paraaf]
De Contrôleur,
[handtekening] P.C. Postema.
[Linksonder diverse administratieve aantekeningen en data: 1/10-'40, 77/41/2 enz.] Dit document is een officieel rapport van de kaartcontrole van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een overtreding van de marktregels door de heer S. Koopman.
Belangrijke punten uit de analyse:
1. De overtreding: S. Koopman probeerde de controlepost met hoge snelheid op zijn bakfiets te passeren. Na te zijn teruggefloten bleek hij een betalingsbewijs (week 39) te gebruiken dat op naam stond van zijn zoon, I. Koopman.
2. Verweer: De vader claimde dat zijn zoon ziek was en hij daarom het bewijs had geleend om inkopen te kunnen doen.
3. Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht (verboden toegang), aangezien hij zonder geldig eigen bewijs het terrein betrad.
4. Sanctie: Hoewel beiden geen strafblad hadden bij het kaartenkantoor, werd er streng opgetreden: de kaarten werden ingenomen en er werd een schorsing van drie dagen opgelegd voor zowel vader als zoon. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening in de stad.
De genoemde locaties (Krugerstraat en Piet Brandtstraat) bevinden zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een wijk waar in 1940 veel Joodse Amsterdammers woonden. De naam "Koopman" is een veelvoorkomende naam, maar de context van de markt en de woonlocatie suggereert dat dit kleine zelfstandige handelaren waren die voor hun dagelijks brood afhankelijk waren van toegang tot de markt. Een schorsing van drie dagen was voor dergelijke handelaren een gevoelige financiële tik. Het document illustreert de strikte bureaucracy en handhaving op de Amsterdamse markten in oorlogstijd.