Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 16 maart 1943. H. Lap (plaatshouder nr. 93 aan de Gaaspstraat). De Inspecteur van het Marktwezen. Inschrijven [linksboven, onderstreept]
Amsterdam 16 Maart 1943
No. 103/10/M. 1943 1/2 [gestempeld en geschreven]
Hr Inspecteur van het Marktwezen
Hiermede doe ik beleefd een
beroep op U om mij H. Lap pl:
houder No 93 aan de Gaaspstraat.
toe te willen staan dat ik mijn
zoon Salomon Lap geb: 12-12-25
als assistent bij mijn stal mag
hebben.
De reden hiervan is dat ik invalide
ben en ook gebracht en gehaald word
door bovengenoemde zoon met mij
invalide wagentje. Hierbij doe ik
tevens een bewijs van de Joodsche
Raad afd: Medische hulp. Als bewijs
dat ik deze assistentie hard noodig
heb. Ook de marktmeester is van mijn
invaliditeit op de hoogte zodat ook hij
U inlichtingen kan verstrekken omtrent
mij. Hopende, dat U mij spoedig in
het bezit zult stellen van een
acc. ~~modelbriefje~~ No 103/10/2 [doorgetreept en gecorrigeerd]
[Aantekening onderaan in ander handschrift:]
Tegen inwilliging van het verzoek No 103/10/2
van H. Lap, bestaat m.i. geen bezwaar.
17-3-43 de Haan Het document is een formeel maar persoonlijk verzoek van de heer H. Lap aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver vraagt toestemming om zijn zeventienjarige zoon, Salomon Lap, als assistent te mogen hebben bij zijn marktstal op de Gaaspstraat.
De argumentatie is tweeledig:
1. Medische noodzaak: De heer Lap is invalide en is voor zijn vervoer (met een "invalide wagentje") en werkzaamheden volledig afhankelijk van zijn zoon.
2. Bewijsvoering: Hij voegt een verklaring toe van de "Joodsche Raad afd: Medische hulp" en verwijst naar de marktmeester die zijn situatie kan bevestigen.
Onderaan het document staat een ambtelijke krabbel van ene 'de Haan', gedateerd op de dag na verzending (17 maart 1943), waarin wordt aangegeven dat er geen bezwaar is tegen het inwilligen van het verzoek. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De locatie "Gaaspstraat" is hierbij cruciaal: in 1941 werden er in Amsterdam specifieke markten voor Joden ingesteld, waaronder een markt in de Gaaspstraat (hoek IJselstraat). Joden mochten vanaf dat moment alleen nog op deze markten hun goederen verkopen en kopen.
De vermelding van de Joodsche Raad onderstreept de penibele situatie van de afzender. In maart 1943 waren de deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen in volle gang. Het hebben van een officiële werkvergunning of assistentie-status kon op dat moment het verschil betekenen tussen voorlopige vrijstelling of onmiddellijke deportatie. Het verzoek om de zoon als assistent te registreren was waarschijnlijk niet alleen een praktische behoefte vanwege de invaliditeit, maar ook een wanhopige poging om de zoon een vorm van 'Sperre' (vrijstelling) te bezorgen door hem onmisbaar te maken voor een erkende economische activiteit. H. Lap Lap is (De heer) Marktwezen