Handgeschreven inspectierapport/dienstmededeling.
Origineel
Handgeschreven inspectierapport/dienstmededeling. 26 mei 1944. Een controleur van de Dienst van het Marktwezen (getekend door waarschijnlijk J.W. Vrij). De Inspecteur van het Marktwezen. Den Heer Inspecteur Marktwezen
Op Vrijdag 26 Mei '44 heb ik door z.g. tusschen-
komst de toewijzing uitgifte groot Blok 9 van D. Koper
op de verkoopplaats Alb. Cuypstr. gecontroleerd.
Aan 55 personen beurde rij en aan 18
voorrangskaarten is visch verkocht. Aangezien
eenige keeren een ons meer dan een kilo is ver-
kocht, is de hoeveelheid visch in overeenstemming
met de toewijzing.
Amsterdam 26 Mei '44
(w.g. J.W. Vrij)
[Aantekening linkerzijde:]
door
Contrôle
5-6-44
(onleesbaar) Dit document is een beknopt verslag van een visverkoop onder toezicht tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De tekst geeft inzicht in de strikte regulering van de voedselvoorziening in 1944:
- Distributiesysteem: Er wordt gesproken over een "toewijzing" (distributie-eenheid) en "Blok 9". Dit wijst op een systeem waarbij specifieke hoeveelheden voedsel werden toegewezen aan bepaalde wijken of groepen.
- Locatie en Handelaar: De verkoop vond plaats op de Albert Cuypstraat door de handelaar D. Koper.
- Kwantitatieve precisie: De controleur telt exact het aantal kopers: 55 personen uit de reguliere rij ("beurde rij") en 18 personen met voorrangskaarten. Voorrangskaarten werden vaak uitgegeven aan grote gezinnen, zieken of mensen met een specifieke status.
- Verantwoording van gewicht: De opmerking dat er soms "een ons meer dan een kilo" is verkocht, dient om te verklaren waarom de totale voorraad vis opging aan het genoemde aantal personen. In een tijd van extreme schaarste was elke 100 gram (een ons) van belang voor de administratieve verantwoording.
- Ambtelijke verwerking: De kantlijnnotitie van 5 juni 1944 laat zien dat het rapport tien dagen later officieel is verwerkt door de centrale controle-afdeling. In mei 1944, kort voor de geallieerde invasie in Normandië, was de voedselsituatie in de Nederlandse steden zeer precair. Vlees was nauwelijks meer te krijgen, waardoor vis een cruciale, maar eveneens zwaar gerantsoeneerde eiwitbron was geworden.
De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam had de zware taak om toezicht te houden op de eerlijke verdeling van het schaarse voedsel op de markten en om zwarte handel te voorkomen. De Albert Cuypmarkt was hierbij een brandpunt van activiteit. Dit document illustreert de bureaucratische realiteit van de bezetting: zelfs de verkoop van een relatief kleine hoeveelheid vis door één handelaar werd nauwgezet gedocumenteerd en gecontroleerd om fraude of voortrekkerij te voorkomen. Het toont de overgang naar de periode van de 'Hongerwinter' (1944-1945), waarbij dergelijke georganiseerde verkopen steeds zeldzamer en de rantsoenen steeds kleiner zouden worden.