Archief 745
Inventaris 745-424
Pagina 61
Dossier 26
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift van een officieel besluit).

30 maart 1944. Van: Inspectie voor de Prijsbeheersching te Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (afschrift van een officieel besluit). 30 maart 1944. Inspectie voor de Prijsbeheersching te Amsterdam. INSPECTIE
voor de
PRIJSBEHEERSCHING
te Amsterdam.

Amsterdam, Z. 30 Maart 1944.
Emmastraat 35
Telefoon 21433
Postgiro 408874

No. 20/28/1 M.1944$^3$
No. 2406
Typ. Ba/C.

Afschrift.

Dossier no. 59784-59785-59786-59695-59697

Ter voldoening aan Uw destijds gedane verzoek en naar aan-
leiding van de gehouden razzia, laat ik hieronder volgen de na-
men en adressen van die marktkooplieden in de schoenmakers-
branche, welke met uitsluiting door mij werden gestraft:
Kl. Haaker Beemster M.B. 51 f. 450.- boete
E.J. Glimmerveen J.v. Lennepstr. 136 Ia f. 200.-
J. de Groot Vasco da Gamastr. 18 I f. 150.-
A.P. Groen J.v. Lennepkade 29 III f. 200.-
C. de Groot v. Renselaerstr. 31 III f. 1000.-
J.J. de Vries Orteliusstr. 76 I f. 60.-

Verder werd het hun verboden om gedurende 5 jaren in
leder, schoenen en fournituren te handelen en schoenherstellers-
werkzaamheden te verrichten, ingaande 27 Maart .
Ik verzoek U zoo mogelijk op de naleving van deze straf
te willen toezien.

DE INSPECTEUR VOOR
DE PRIJSBEHEERSCHING
voor dezen:
(w.g.) P. van Goor.

Den Heer Dir. v. h. Marktwezen
Centrale Markthallen
Jan van Galenstraat
Amsterdam .

Hk. Marktw.
6-4-'44. G.U.
No. 249. * Inhoud: Het document betreft een officiële mededeling van de Inspectie voor de Prijsbeheersching aan de directeur van de Amsterdamse markten. Zes specifieke marktkooplieden worden bij naam en adres genoemd. Zij hebben zware straffen gekregen naar aanleiding van een "razzia" (prijscontrole/inval).
* Sancties: De straffen zijn tweeledig: aanzienlijke geldboetes (variërend van 60 tot 1000 gulden, wat in 1944 enorme bedragen waren) en een beroepsverbod van vijf jaar. Dit verbod omvat de handel in leder, schoenen en fournituren (toebehoren), evenals reparatiewerkzaamheden.
* Bestuurlijke context: De brief toont de nauwe samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties (Prijsbeheersing en Marktwezen) tijdens de bezettingsjaren. De Inspecteur verzoekt de directeur van de markten expliciet om toe te zien op de naleving van het beroepsverbod, wat suggereert dat deze personen van de markt verbannen moesten worden.
* Taalgebruik: De term "razzia" wordt hier gebruikt in de context van een economische inval. Hoewel de term tegenwoordig vooral geassocieerd wordt met de Jodenvervolging, werd het destijds ook breed ingezet voor plotselinge, grootschalige controles door de (economische) politie. * Tijdperk: Maart 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De schaarste was op dat moment nijpend, wat leidde tot een bloeiende zwarte markt.
* Inspectie voor de Prijsbeheersching: Dit orgaan was door de Duitse bezetter belast met het handhaven van prijsstops en het bestrijden van de zwarte handel. In de praktijk fungeerde het als een economische recherche die met harde hand optrad tegen prijsopdrijving of handel buiten de officiële distributiekanalen om.
* Locatie: De genoemde adressen bevinden zich voornamelijk in Amsterdam-West (o.a. Jacob van Lennepstraat, Orteliusstraat), een buurt waar destijds veel marktkooplieden woonden. De Jan van Galenstraat was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de Amsterdamse voedsel- en goederenvoorziening.
* Impact: Voor de genoemde personen betekende deze straf een economische ondergang. Een boete van 1000 gulden in combinatie met een vijfjarig beroepsverbod was in feite een liquidatie van hun nering in een tijd waarin alternatieve inkomstenbronnen schaars waren.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft een officiële mededeling van de Inspectie voor de Prijsbeheersching aan de directeur van de Amsterdamse markten. Zes specifieke marktkooplieden worden bij naam en adres genoemd. Zij hebben zware straffen gekregen naar aanleiding van een "razzia" (prijscontrole/inval).
  • Sancties: De straffen zijn tweeledig: aanzienlijke geldboetes (variërend van 60 tot 1000 gulden, wat in 1944 enorme bedragen waren) en een beroepsverbod van vijf jaar. Dit verbod omvat de handel in leder, schoenen en fournituren (toebehoren), evenals reparatiewerkzaamheden.
  • Bestuurlijke context: De brief toont de nauwe samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties (Prijsbeheersing en Marktwezen) tijdens de bezettingsjaren. De Inspecteur verzoekt de directeur van de markten expliciet om toe te zien op de naleving van het beroepsverbod, wat suggereert dat deze personen van de markt verbannen moesten worden.
  • Taalgebruik: De term "razzia" wordt hier gebruikt in de context van een economische inval. Hoewel de term tegenwoordig vooral geassocieerd wordt met de Jodenvervolging, werd het destijds ook breed ingezet voor plotselinge, grootschalige controles door de (economische) politie.

Historische Context

  • Tijdperk: Maart 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De schaarste was op dat moment nijpend, wat leidde tot een bloeiende zwarte markt.
  • Inspectie voor de Prijsbeheersching: Dit orgaan was door de Duitse bezetter belast met het handhaven van prijsstops en het bestrijden van de zwarte handel. In de praktijk fungeerde het als een economische recherche die met harde hand optrad tegen prijsopdrijving of handel buiten de officiële distributiekanalen om.
  • Locatie: De genoemde adressen bevinden zich voornamelijk in Amsterdam-West (o.a. Jacob van Lennepstraat, Orteliusstraat), een buurt waar destijds veel marktkooplieden woonden. De Jan van Galenstraat was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de Amsterdamse voedsel- en goederenvoorziening.
  • Impact: Voor de genoemde personen betekende deze straf een economische ondergang. Een boete van 1000 gulden in combinatie met een vijfjarig beroepsverbod was in feite een liquidatie van hun nering in een tijd waarin alternatieve inkomstenbronnen schaars waren.

Locaties

De genoemde adressen bevinden zich voornamelijk in Amsterdam-West (o.a. Jacob van Lennepstraat Orteliusstraat) een buurt waar destijds veel marktkooplieden woonden. De Jan van Galenstraat was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen het logistieke hart van de Amsterdamse voedsel- en goederenvoorziening.

Gerelateerde Documenten 3