Archief 745
Inventaris 745-427
Pagina 253
Dossier 113
Jaar 1944
Stadsarchief

Officiële aanmaning (brief).

5 October 1944. Van: Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14 (West).

Origineel

Officiële aanmaning (brief). 5 October 1944. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14 (West). Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West), Telefoon 85151

No.: 37/92/1M. SV.
Bijlagen :
Onderwerp :

Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden

Amsterdam, 5 October 1944.

Den Heer H. Verwoerd
B 160
L o e n e n (Utr.)
==============

Aangezien U in gebreke bent geble-
ven om de op den eersten van de maanden
September en October 1944 verschenen ter-
mijn groot f. 41,67 van het plaatsgeld
voor Uw plaats op de Centrale Markt waar-
voor U over het kalenderjaar 1944 f. 500.-
verschuldigd bent te voldoen, maan ik U bij
dezen aan, om ten spoedigste een bedrag
groot f. 83,34 te mijnen kantore te doen
betalen of te doen gireeren op de rekening
no. 74 van de Centrale Markt bij het Gemeente-
lijk Girokantoor te Amsterdam, welk kan-
toor onder no. 13500 bij den Postcheque- en
Girodienst is aangesloten.
Indien door U aan deze aanmaning
geen gevolg wordt gegeven, zal ik mij ge-
noodzaakt zien deze vordering in handen
te stellen van het bureau dat voor de Ge-
meente Amsterdam met het incasseeren van
achterstallige vorderingen is belast.

De Directeur,
[Handgeschreven signatuur]

Model A.Z. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
4586-2-44-2000-1565 Dit document is een formele sommatie van de Amsterdamse gemeentelijke marktdienst. De heer Verwoerd wordt gesommeerd om een bedrag van 83,34 gulden te betalen voor zijn staanplaats op de Centrale Markt over de maanden september en oktober 1944. Uit de brief blijkt dat de totale jaarhuur voor de plek 500 gulden bedroeg, wat neerkomt op maandelijkse termijnen van 41,67 gulden.

De toon is strikt bureaucratisch en dreigt met het inschakelen van een incassobureau van de gemeente bij niet-tijdige betaling. Het grote kruis door de tekst suggereert dat de kwestie naderhand is opgelost (waarschijnlijk door betaling) of dat het dossier is gesloten. De gebruikte terminologie ("in gebreke bent gebleven", "dezen", "mijnen kantore") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van de eerste helft van de 20e eeuw. Het document is gedateerd op 5 oktober 1944, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Dit is kort na "Dolle Dinsdag" en valt samen met het begin van de Hongerwinter in het bezette westen van Nederland.

Ondanks de oorlog, de Duitse bezetting en de toenemende voedseltekorten, bleef het gemeentelijk apparaat van Amsterdam functioneren volgens de geldende regels en procedures. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Dat er in deze tijd van schaarste en chaos nog steeds aanmaningen werden verstuurd voor 'plaatsgeld', getuigt van de hardnekkigheid van de bureaucratie. De geadresseerde woonde in Loenen (Utrecht), wat erop kan wijzen dat hij een producent of groothandelaar was die vanuit de provincie goederen naar de Amsterdamse markt bracht.

Samenvatting

Dit document is een formele sommatie van de Amsterdamse gemeentelijke marktdienst. De heer Verwoerd wordt gesommeerd om een bedrag van 83,34 gulden te betalen voor zijn staanplaats op de Centrale Markt over de maanden september en oktober 1944. Uit de brief blijkt dat de totale jaarhuur voor de plek 500 gulden bedroeg, wat neerkomt op maandelijkse termijnen van 41,67 gulden.

De toon is strikt bureaucratisch en dreigt met het inschakelen van een incassobureau van de gemeente bij niet-tijdige betaling. Het grote kruis door de tekst suggereert dat de kwestie naderhand is opgelost (waarschijnlijk door betaling) of dat het dossier is gesloten. De gebruikte terminologie ("in gebreke bent gebleven", "dezen", "mijnen kantore") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Het document is gedateerd op 5 oktober 1944, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Dit is kort na "Dolle Dinsdag" en valt samen met het begin van de Hongerwinter in het bezette westen van Nederland.

Ondanks de oorlog, de Duitse bezetting en de toenemende voedseltekorten, bleef het gemeentelijk apparaat van Amsterdam functioneren volgens de geldende regels en procedures. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Dat er in deze tijd van schaarste en chaos nog steeds aanmaningen werden verstuurd voor 'plaatsgeld', getuigt van de hardnekkigheid van de bureaucratie. De geadresseerde woonde in Loenen (Utrecht), wat erop kan wijzen dat hij een producent of groothandelaar was die vanuit de provincie goederen naar de Amsterdamse markt bracht.

Gerelateerde Documenten 3