Archief 745
Inventaris 745-429
Pagina 17
Dossier 37
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt rapport of ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder kop).

Origineel

Getypt rapport of ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder kop). [Pagina -2-]

2. het rooken van aal en paling.

De op den afslag te dezer stede toegewezen versche aal wordt als regel ook in verschen toestand op de verkoopplaatsen verkocht. Slechts aan de in de verdeeling opgenomen groep rookers (een dertigtal) is toegestaan om de hun toegewezen versche aal, voor welk artikel zij uitsluitend in de verdeeling zijn opgenomen, te rooken. De mogelijkheid hiertoe is in het 2e Uitvoeringsbesluit opgenomen. Dit wil evenwel nog niet zeggen, dat daardoor de contrôle in ernstige mate wordt bemoeilijkt. De rookers staan namelijk vrijwel allen op de markten. Bij het rooken geldt als vaste regel, dat 60 % van de hoeveelheid versch toegewezen aal gerookt op de verkoopplaats moet worden aangevoerd. Op de verkoopplaats wordt de hoeveelheid aangevoerde gerookte aal opgenomen en op een dagrapport vermeld. Uit contrôle achteraf op den afslag blijkt dan, welke hoeveelheid versch is toegewezen.

In het algemeen kan ik evenwel volkomen met het oordeel van den leider van den Centralen Contrôle-Dienst instemmen namelijk dat aal in verschen toestand voor de bevolking een beter voedsel is dan in gerookten toestand. Bovendien is voor gerookte aal de mogelijkheid tot zwarten handel zeer veel grooter. Een algemeen rookverbod lijkt ons te ver te gaan, aangezien daardoor een aantal, reeds jaren bestaande rookerijen tot sluiting zouden worden gedoemd. Bovendien acht ik het artikel "gerookte aal en paling" een dusdanig gewild artikel door de bevolking, dat dezerzijds geen medewerking kan worden verleend, dat dit artikel geheel van de markt zou verdwijnen. Overigens moet ik opmerken, dat het op bepaalde warme dagen onvermijdelijk zal zijn, vooral ook met het oog op transportmoeilijkheden (aanvoer van Urk!) om tot rooken over te gaan.

3. aalverkoop uitsluitend op markten.

Het denkbeeld van den Districtsleider is zeer aantrekkelijk, doch kan naar mijn meening bezwaarlijk worden verwezenlijkt.

Het kan naar mijn meening niet op den weg van het Gemeente-bestuur liggen om een dergelijke / ingrijpende [handgeschreven tussenvoeging] voor den middenstand ruineuze maatregel te treffen. Dit zou toch een declasseering van de zaken beteekenen, waarbij de winkelier zijn hooge winkelonkosten zou blijven houden, terwijl hij in het geheel niet is ingesteld op den straathandel.

Met de strekking van het denkbeeld ben ik het volkomen eens waar het de contrôle, die op de winkels thans nog vrijwel onuitvoerbaar is, wil verleggen naar de markten, waar deze stellig beter is uit te voeren. Bovendien mag ook niet over het hoofd worden gezien, dat door dezen maatregel het voor de betreffende zaken vrijwel onmogelijk zou worden om na den oorlog zich weer in hun ouden toestand te herstellen, waardoor voor dezen groep van den middenstand blijvend nadeel te weeg zou worden gebracht. Ten slotte mag er nog op worden gewezen, dat ook de clientele door dezen maatregel gedupeerd zouden worden. Om al deze redenen moet ik het denkbeeld van den Districtsleider ernstig ontraden. Ik merk hierbij op, dat momenteel dezerzijds maatregelen worden overwogen om de contrôle op de winkeliers beter te organiseeren. We stellen ons voor den winkeliers de verplichting op te leggen om een klantenboek aan te leggen, waarin moet worden genoteerd aan wie(n) en hoeveel visch werd verkocht. Door de ambtenaren van mijn dienst en van den C.C.D. zullen dan steekproeven worden genomen, o.a. door de in het klantenboek vermelde klanten op te roepen of te bezoeken; hierdoor kan de juistheid van de verantwoording in het klantenboek

[Verticale tekst in linker marge:]
worden vastgesteld en kunnen maatregelen tegen knoeiers worden genomen. De Directeur. * Taal en spelling: Het document is opgesteld in de zogenoemde "Spelling-Marchant" (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "rooken", "versche", "dezer stede" en "den middenstand".
* Bestuurlijke context: Er is sprake van een spanningsveld tussen de "Districtsleider" (waarschijnlijk een NSB-functionaris of een door de bezetter aangestelde toezichthouder) en de auteur van het stuk (de Directeur van een gemeentelijke dienst).
* Kern van het betoog:
* Punt 2: De directeur verzet zich tegen een volledig rookverbod voor paling. Hoewel verse vis voedzamer is en minder fraudegevoelig (zwarte handel), wil hij bestaande rokerijen beschermen en de bevolking hun geliefde gerookte paling niet ontnemen. Ook logistieke redenen (bederf bij aanvoer uit Urk op warme dagen) maken roken noodzakelijk.
* Punt 3: Er wordt fel geprotesteerd tegen het plan om palingverkoop alleen nog op markten toe te staan. Dit zou de vishandelaren (de "middenstand") ruïneren omdat zij hun winkelkosten niet kunnen dekken met straathandel.
* Controlesysteem: In plaats van een verbod stelt de directeur een bureaucratisch controlesysteem voor: het klantenboek. Dit illustreert de verregaande controle op de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren, waarbij zelfs de eindconsument door de C.C.D. thuis opgezocht kon worden voor verificatie van een aankoop. Dit document biedt een unieke inkijk in de distributieproblematiek in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Contrôle-Dienst (C.C.D.), opgericht in 1934 en zeer actief tijdens de bezetting, had de taak om woekerwinsten en zwarte handel tegen te gaan.

De vermelding van Urk is saillant; Urk was (en is) een centrum voor de aalvisserij. De transportmoeilijkheden waarover gesproken wordt, duiden op de beperkingen in brandstof en vervoermiddelen die kenmerkend waren voor de oorlogsjaren. De tekst laat zien hoe lokale ambtenaren probeerden te laveren tussen de strenge eisen van de bezetter/toezichthouders en het overlevingsbelang van de lokale middenstand en de voedselbehoefte van de bevolking.

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document is opgesteld in de zogenoemde "Spelling-Marchant" (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "rooken", "versche", "dezer stede" en "den middenstand".
  • Bestuurlijke context: Er is sprake van een spanningsveld tussen de "Districtsleider" (waarschijnlijk een NSB-functionaris of een door de bezetter aangestelde toezichthouder) en de auteur van het stuk (de Directeur van een gemeentelijke dienst).
  • Kern van het betoog:
    • Punt 2: De directeur verzet zich tegen een volledig rookverbod voor paling. Hoewel verse vis voedzamer is en minder fraudegevoelig (zwarte handel), wil hij bestaande rokerijen beschermen en de bevolking hun geliefde gerookte paling niet ontnemen. Ook logistieke redenen (bederf bij aanvoer uit Urk op warme dagen) maken roken noodzakelijk.
    • Punt 3: Er wordt fel geprotesteerd tegen het plan om palingverkoop alleen nog op markten toe te staan. Dit zou de vishandelaren (de "middenstand") ruïneren omdat zij hun winkelkosten niet kunnen dekken met straathandel.
  • Controlesysteem: In plaats van een verbod stelt de directeur een bureaucratisch controlesysteem voor: het klantenboek. Dit illustreert de verregaande controle op de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren, waarbij zelfs de eindconsument door de C.C.D. thuis opgezocht kon worden voor verificatie van een aankoop.

Historische Context

Dit document biedt een unieke inkijk in de distributieproblematiek in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Contrôle-Dienst (C.C.D.), opgericht in 1934 en zeer actief tijdens de bezetting, had de taak om woekerwinsten en zwarte handel tegen te gaan.

De vermelding van Urk is saillant; Urk was (en is) een centrum voor de aalvisserij. De transportmoeilijkheden waarover gesproken wordt, duiden op de beperkingen in brandstof en vervoermiddelen die kenmerkend waren voor de oorlogsjaren. De tekst laat zien hoe lokale ambtenaren probeerden te laveren tussen de strenge eisen van de bezetter/toezichthouders en het overlevingsbelang van de lokale middenstand en de voedselbehoefte van de bevolking.

Gerelateerde Documenten 3