Afschrift van een officiële brief (type machinegeschreven).
Origineel
Afschrift van een officiële brief (type machinegeschreven). Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete – Wirtschaftsprüfstelle (namens Kolbmüller). OMNIA Treuhand G.m.b.H., Arnhem. AFSCHRIFT.-
Abschrift für Hr. Wappler. 4/XII/'43.
Hr. Wappler.
Der Reichskommissar
für die besetzten niederländischen
Gebiete.
Der Generalkommissar
für Finanz und Wirtschaft
Wirtschaftsprüfstelle.
FW/W/Wp - Li-Ko/Gö
HG 106/34
Arnheim, den 29. November 1943.
An die
OMNIA Treuhand G.m.b.H.,
A r n h e i m .-
Utrechtschestraat 1.
Betr.: Liquidation der Firma G. Wijnschenk, Vischhandel,
Amsterdam, Weesperstraat 107.
Ich habe Sie mit Urkunde vom 27.11.43 zum Liquidationstreuhänder des vorbezeichneten Jüdischen Unternehmen bestellt, Bei der Durchführung der Liquidation bitte ich darauf zu achten, dass durch Vermittlung der zuständigen Stellen eventuell frei werdende Kontingente an Herrn E. Dekker, Vondellaan 59, Driehuis übertragen werden. Ich habe die Gemeentelijke Vischafslag Amsterdam ebenfalls diesbezüglich gebeten die Kontingente auf Herrn E. Dekker zu übertragen. Grund für meine diesbezügliche Bitte ist die Tatsache, dass Herr Dekker seiner Zeit die Firma J. Cohen, Vischhandel, Amsterdam, Tilanusstraat 49 II übernehmen wollte und ursprünglich auch sollte; dass aber dann auf Grund eines von der N A G U aufgestellten Wertgutachtens die Firma Cohen wegen ihrer Bedeutungslosigkeit liquidiert wurde und die Kontingente anderweitig verwendet wurden. Herr Dekker hat weiter erhebliche Opfer persönlicher und familiärer Art gebracht - sein Schwiegersohn ist an der Ostfront gefallen, seine Tochter ist Rote-Kreuz-Schwester, sodass auch aus diesem Grund die Bitte des Herrn Dekker ihm bei der Übertragung von frei werdenden Kontingenten behilflich zu sein, verständlich ist.-
In Vertretung
w.g. Kolbmüller.
voor eensluidend afschrift,
BEDRIJFSSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN,
[Handtekening] Dit document is een administratief bevel binnen het kader van de Arisering (het onteigenen en liquideren van Joodse bezittingen) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de brief is de aanstelling van de OMNIA Treuhand als vereffenaar van de Joodse vishandel van G. Wijnschenk.
De brief is opmerkelijk omdat hij expliciet instructies geeft om de vrijkomende "contingenten" (handelsquota) toe te wijzen aan een specifieke Nederlander, de heer E. Dekker uit Driehuis. De argumentatie hiervoor is een mengeling van zakelijke compensatie en politieke gunst:
1. Compensatie: Dekker had eerder geprobeerd een andere Joodse zaak (J. Cohen) over te nemen, maar die werd door de N.A.G.U. als "onbeduidend" geliquideerd, waardoor hij de quota misliep.
2. Ideologische beloning: Dekker wordt beschreven als een loyale medewerker aan de Duitse zaak. Zijn schoonzoon is gesneuveld aan het Oostfront en zijn dochter werkt voor het Rode Kruis. Dit "persoonlijke offer" wordt door de bezetter gebruikt als rechtvaardiging om hem economisch te bevoordelen ten koste van Joodse ondernemers. * OMNIA Treuhand: Dit was een beruchte Duitse organisatie die tijdens de bezetting belast was met de liquidatie van Joodse vermogens en bedrijven in Nederland. Het hoofdkantoor zat in Arnhem.
* G. Wijnschenk en J. Cohen: Dit waren Joodse ondernemers in Amsterdam. Hun namen verschijnen in archieven van de Holocaust; de liquidatie van hun bedrijven was vaak de opmaat naar deportatie. De Weesperstraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
* N.A.G.U. (Nederlandsche Algemeene Goederen-Uitruil): Een instantie die toezicht hield op de handel en economische waardebepalingen, vaak betrokken bij de herverdeling van goederen in een schaarste-economie.
* Ostfront: Het vermelden van een gesneuvelde aan het Oostfront duidt er vaak op dat de familie sympathiseerde met de NSB of de bezetter (bijvoorbeeld via de Waffen-SS). Dergelijke "bloedoffers" gaven burgers een streepje voor bij de Duitse autoriteiten bij de verdeling van geroofde goederen of vergunningen.