Dienstbrief van de Centrale Controle Dienst (CCD).
Origineel
Dienstbrief van de Centrale Controle Dienst (CCD). 28 april 1944. De Districtsleider van de CCD, District 1d-Amsterdam (gevestigd aan de J.v.Lennepkade 25 II). De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. Centrale Controle Dienst
Afd. Spijsvetten & Visscherij
District 1d-Amsterdam
Amsterdam, 28 April 1944
J.v.Lennepkade 25 II
Tel. 85370
N.o 46b/15/5 M.1944 29/4
Aan den Heer Directeur v.h. Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam W
[Handgeschreven rechtsboven:]
n.i. Dir.
aanvrage Boeske bijvoegen
Betreft: G.Boeske, Ruysdaelkade 201, Amsterdam.
In antwoord op Uw schrijven No. 46b/15/2 M dd 20 April aan ondergeteekende deel ik U mede, dat mij omtrent Boeske het volgende bekend is: Van 1938 op 1939 is hij als t.b.c. patient verpleegd te Hoog Laren, heeft daar echter zoolang herrie gemaakt, dat hij vandaar is weggezonden. Heeft toen eenige tijd niet kunnen werken en werd toen door Maatsch. Hulpbetoon gesteund; ontving bovendien nog een kleine ondersteuning van zijn vader. Omstreeks 1942 en later heeft hij zich wel beziggehouden met de clandestiene handel in sprot, omdat hij zijn toewijzing niet terug kon krijgen en de man toch leven moest.
[Handgeschreven in linker marge:]
nooit om gevraagd [met een verwijzingsteken naar de tekst 'toewijzing niet terug kon krijgen']
Begin 1944 heeft hij van onze Dienst een proces-verbaal gehad wegens het verkoopen van gezouten haring ver boven de max. prijs.
M.i. dient men Boeske een kans te geven door hem in de vischverdeeling op te nemen onder voorwaarde dat hij deze kwijtraakt en dan definitief, wanneer hij betrapt wordt op zwarthandel in visch.
De Districtsleider CCD,
[Handtekening] Dit document is een ambtelijke inlichtingenrapportage over de antecedenten van G. Boeske, opgesteld door de CCD ten behoeve van het Amsterdamse Marktwezen. Het doel is te bepalen of Boeske (opnieuw) toegelaten kan worden tot de officiële visdistributie.
De inhoud schetst een beeld van een gemarginaliseerde burger in oorlogstijd:
1. Sociaal-medische achtergrond: Hij was een TBC-patiënt die vanwege wangedrag uit een sanatorium is gezet en was afhankelijk van sociale steun (Maatschappelijk Hulpbetoon).
2. Economische delicten: Er wordt toegegeven dat hij zich bezighield met zwarte handel (sprot) en prijsopdrijving (haring).
3. Humanitair aspect: De schrijver toont een zekere mate van begrip voor de illegale handel door te stellen dat de man "toch leven moest".
4. Bureaucratische frictie: De handgeschreven kanttekening "nooit om gevraagd" in de marge is cruciaal. Het suggereert dat de administratie van het Marktwezen de claim van Boeske (dat hij tevergeefs om een toewijzing had gevraagd) weerlegt.
Het advies van de CCD is opvallend pragmatisch: geef de man een kans binnen het legale systeem, maar hanteer een zerotolerancebeleid bij een volgende overtreding. Het document dateert van april 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en was alles "op de bon". De Centrale Controle Dienst (CCD) was belast met het opsporen van prijsopdrijving en zwarte handel.
TBC was in die jaren een gevreesde volksziekte en sanatoria zoals in Hoog Laren zaten vol. De "vischverdeeling" waarover gesproken wordt, was het strikte systeem waarbij vishandelaren slechts een beperkte hoeveelheid vis kregen toegewezen om tegen vastgestelde maximumprijzen te verkopen.
Dit document biedt een inkijkje in de wijze waarop lokale instanties probeerden te laveren tussen de strikte handhaving van bezettingsregels en de bittere noodzaak van burgers om in hun levensonderhoud te voorzien.