Archief 745
Inventaris 745-432
Pagina 52
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of afschrift).

15 mei 1944. Van: Bart. de Vries, Nieuwe Kerkstraat 77 II, Amsterdam. Aan: De Burgemeester van Amsterdam, Raadhuis, kamer 50.

Origineel

Getypte brief (doorslag of afschrift). 15 mei 1944. Bart. de Vries, Nieuwe Kerkstraat 77 II, Amsterdam. De Burgemeester van Amsterdam, Raadhuis, kamer 50. A F S C H R I F T .

Den Heer Burgemeester
van Amsterdam.
Raadhuis, kamer 50.

Amsterdam, 15 Mei 1944.

Mijnheer,

Hiermede vraag ik beleefd Uw welwillende aandacht voor het volgende:
Voor den oorlog voerde ik jarenlang op de Gemeente Visch Afslag, alhier, garnalen aan als groothandelaar, terwijl mijn vrouw en ikzelf tevens als kleinhandelaren in garnalen werkzaam waren.
Als gevolg van de manipulaties van mijn vroegere medegarnalen-grossiers ben ik sedert het invoeren van het vischverdelingsstelsel als garnalengrossier uitgesloten geweest, daar ik op de aanvoerplaatsen nergens toewijzing had door hun toedoen.
Na 2 jaar onvermoeid pogen kreeg ik 6% van de garnalenaanvoer te Den Helder toegewezen, zoodat ik als grossier – volgens den schijn – weer ingeschakeld was. Daar te Den Helder practisch geen garnalen worden aangevoerd, heb ik nog niet een keer garnalen vandaar te Amsterdam kunnen aanvoeren. In wezen is de toestand voor mij dus niet veranderd; hoewel zoowel de Dienst van het Marktwezen, alhier, als het Bedrijfschap voor Visscherijproducten te ’s-Gravenhage de rechtmatigheid van mijn aanspraken erkennen, ben ik als grossier overal van uitgeschakeld.
Nu hebben echter onlangs in de Gemeente Vischafslag alhier de vischrokers, die, evenals ik, tot de gedupeerden behoren een toewijzing gekregen voor de Scheveningsche visch, welke regelmatig wordt aangevoerd.
Mij is een dergelijke toewijzing geweigerd, ofschoon mij verleden jaar een kleinhandelstoewijzing zeevisch etc. is aangeboden. Toen heb ik er echter voor bedankt, omdat ik meende als grossier iets te kunnen bereiken. Ni dit falikant is uitgelopen, ondanks mij erkende rechten, meende ik wel aanspraak op eenige vergoeding te kunnen maken op de bovenomschreven wijze.
Wel is mij thans een toewijzing speiring en 15 kg. per toebeurt garnalen meer toegezegd, doch de aanvoer van beide artikelen is zoodanig, dat ik daar eens in 4 weken enkele guldens kan verdienen.
In mijn huishouden met 4 kinderen heb ik daar echter niet veel aan.
In verband met het bovenstaande richt ik het beleefde verzoek tot U te willen bevorderen, dat mij alsnog in de Gemeente Visch afslag alhier een toewijzing zeevisch en, zoo mogelijk zoetwatervisch wordt verstrekt.

Met de meeste hoogachting

Bart. de Vries
Nwe Kerkstraat 77 II
Amsterdam.

De Wethouder voor de Levensmiddelen enz. stelt deze in handen van den Directeur van het Marktwezen en Gem. Adviseur om advies.
Amsterdam, 23 Mei 1944.

No. 46b/86/1 M. 1944 24/5. Deze brief is een formeel verzoekschrift van een Amsterdamse vishandelaar, Bart de Vries, aan de burgemeester. De kern van het probleem is de economische uitsluiting van de schrijver binnen het door de bezetter gecontroleerde distributiesysteem voor vis ("vischverdelingsstelsel").

De Vries voert aan dat hij door "manipulaties" van concurrenten (collega-grossiers) buiten spel is gezet. Hoewel instanties zijn rechten erkennen, krijgt hij in de praktijk geen handel toegewezen. Een eerdere toewijzing in Den Helder bleek een "wassen neus" omdat daar geen aanvoer was. De schrijver schetst een nijpende financiële situatie: met vier kinderen en een inkomen van slechts enkele guldens per vier weken uit de minimale handel in spiering en garnalen, kan hij zijn gezin niet onderhouden. Hij vraagt nu om een toewijzing van zeevis op de Amsterdamse afslag, vergelijkbaar met wat andere gedupeerden (de visrokers) wel hebben gekregen.

Onderaan de brief staat een ambtelijke notitie waaruit blijkt dat de brief door de Wethouder voor de Levensmiddelen is doorgeleid voor advies aan de Directeur van het Marktwezen. De brief dateert van mei 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland. Het "vischverdelingsstelsel" was onderdeel van de Duitse distributiepolitiek, waarbij de handel strikt werd gereguleerd om de voedselvoorziening te controleren (en een aanzienlijk deel naar Duitsland af te voeren).

In deze periode was corruptie, vriendjespolitiek en uitsluiting van bepaalde handelaren schering en inslag. De strijd om "toewijzingen" was een strijd om het bestaan. De situatie voor de burgerbevolking in Amsterdam zou in de maanden na deze brief (de Hongerwinter van 1944-1945) nog vele malen dramatischer worden. De verwijzing naar de "4 kinderen" onderstreept de sociale noodzaak van de aanvraag in een tijd waarin de zwarte markt onbetaalbaar was voor de gemiddelde burger. De brief geeft een inkijkje in de bureaucratische weg die burgers moesten bewandelen om binnen het systeem hun recht te halen.

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoekschrift van een Amsterdamse vishandelaar, Bart de Vries, aan de burgemeester. De kern van het probleem is de economische uitsluiting van de schrijver binnen het door de bezetter gecontroleerde distributiesysteem voor vis ("vischverdelingsstelsel").

De Vries voert aan dat hij door "manipulaties" van concurrenten (collega-grossiers) buiten spel is gezet. Hoewel instanties zijn rechten erkennen, krijgt hij in de praktijk geen handel toegewezen. Een eerdere toewijzing in Den Helder bleek een "wassen neus" omdat daar geen aanvoer was. De schrijver schetst een nijpende financiële situatie: met vier kinderen en een inkomen van slechts enkele guldens per vier weken uit de minimale handel in spiering en garnalen, kan hij zijn gezin niet onderhouden. Hij vraagt nu om een toewijzing van zeevis op de Amsterdamse afslag, vergelijkbaar met wat andere gedupeerden (de visrokers) wel hebben gekregen.

Onderaan de brief staat een ambtelijke notitie waaruit blijkt dat de brief door de Wethouder voor de Levensmiddelen is doorgeleid voor advies aan de Directeur van het Marktwezen.

Historische Context

De brief dateert van mei 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland. Het "vischverdelingsstelsel" was onderdeel van de Duitse distributiepolitiek, waarbij de handel strikt werd gereguleerd om de voedselvoorziening te controleren (en een aanzienlijk deel naar Duitsland af te voeren).

In deze periode was corruptie, vriendjespolitiek en uitsluiting van bepaalde handelaren schering en inslag. De strijd om "toewijzingen" was een strijd om het bestaan. De situatie voor de burgerbevolking in Amsterdam zou in de maanden na deze brief (de Hongerwinter van 1944-1945) nog vele malen dramatischer worden. De verwijzing naar de "4 kinderen" onderstreept de sociale noodzaak van de aanvraag in een tijd waarin de zwarte markt onbetaalbaar was voor de gemiddelde burger. De brief geeft een inkijkje in de bureaucratische weg die burgers moesten bewandelen om binnen het systeem hun recht te halen.

Gerelateerde Documenten 3