Archief 745
Inventaris 745-433
Pagina 233
Dossier 92
Jaar 1944
Stadsarchief

Gedrukte verordening of reglement (waarschijnlijk een gemeentelijke rechtspositieregeling voor ambtenaren).

Origineel

Gedrukte verordening of reglement (waarschijnlijk een gemeentelijke rechtspositieregeling voor ambtenaren). 8

zijn dienst moet verzuimen, geldt dit verzuim ten aanzien van het bepaalde in art. 18, niet als een nieuw ziekteverzuim en heeft hij nog slechts aanspraak op betaling van zijn salaris over den tijd, gelijk aan den tijd, waarover hij, bij niet-onderbreking van zijn afwezigheid wegens ziekte, nog aanspraak op betaling van salaris zou hebben kunnen doen gelden.

ART. 26

De ambtenaar, die wegens ziekte verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, is verplicht de voorschriften, welke de daartoe aangewezen gemeente-arts in het belang van een goede behandeling of genezing noodzakelijk acht en de opdracht van dien gemeente-arts om zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk te hervatten, op het tijdstip, daartoe door den gemeente-arts bepaald, op te volgen.

ART. 27

(1) Indien de ambtenaar bezwaar heeft tegen een der in art. 26 bedoelde voorschriften of opdrachten, is hij, zoowel ingeval hij zijn werkzaamheden is blijven verrichten, als ingeval hij wegens ziekte verzuimt, bevoegd, hieromtrent een uitspraak te vorderen van een Commissie van Geneeskundigen.

(2) Burgemeester en Wethouders stellen nadere regelen vast betreffende het instellen van zoodanig beroep, de behandeling daarvan en de samenstelling van de Commissie van Geneeskundigen.

ART. 28

(1) De ambtenaar in vasten dienst, wien ingevolge het bepaalde in art. 21 (1) ontslag is verleend, en die door den daartoe aangewezen gemeente-arts ongeschikt, doch door den Pensioenraad nog geschikt is verklaard om zijn werkzaamheden te blijven verrichten, heeft, indien de verklaring van den gemeente-arts wordt bevestigd door een Commissie van drie gemeente-artsen, na zijn ontslag tot aan den dag met ingang van welken hem, krachtens de Pensioenwet-1922, invaliditeitspensioen of ouderdomspensioen wordt toegekend, of, indien hij door de gemeente-artsen wederom geneeskundig wordt geschikt geacht, zijn of anderen arbeid te verrichten, tot aan den dag, waarop hij weder wordt te werk gesteld, aanspraak op uitkeering van een bedrag, gelijk aan het bedrag, waarop zijn pensioen zou zijn bepaald, indien hij op den dag, waarop hem ontslag uit den gemeentedienst werd verleend, gepensioneerd zou zijn geworden.

(2) De uitkeering, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de ambtenaren, die reeds vóór het in werking treden van de Pensioenwet voor de Gemeente-ambtenaren-1913 in dienst der Gemeente waren, eventueel verminderd met het bedrag van het pensioen, dat is toegekend krachtens de Gemeentelijke Pensioenverordening. Het document bevat juridische bepalingen die de verhouding tussen de gemeente als werkgever, de gemeente-arts en de ambtenaar regelen bij ziekte en ontslag.
* Artikel 26: Legt de ambtenaar de verplichting op om medische voorschriften van de gemeente-arts strikt te volgen, inclusief de opdracht tot werkhervatting.
* Artikel 27: Biedt een rechtsmiddel (beroep) bij een 'Commissie van Geneeskundigen' als de ambtenaar het niet eens is met de medische beoordeling.
* Artikel 28: Regelt een specifieke en complexe situatie waarin er onenigheid is over de arbeidsgeschiktheid tussen de gemeente-arts en de landelijke Pensioenraad. Het artikel voorziet in een overbruggingsuitkering voor ambtenaren die 'tussen de wal en het schip' dreigen te vallen (geen werk meer wegens ontslag, maar ook nog geen pensioen). Dit document stamt uit een periode (vroege 20e eeuw) waarin de sociale zekerheid voor ambtenaren in Nederland steeds verder werd geformaliseerd. De verwijzingen naar de "Pensioenwet-1922" en de "Gemeente-ambtenaren-1913" duiden op de opbouw van een stelsel van ouderdoms- en invaliditeitsvoorzieningen. Het document illustreert de sterke controle die de overheid als werkgever uitoefende op zieke werknemers via de gemeente-arts, maar toont ook het ontstaan van bezwaarprocedures en vangnetten bij medische geschillen.

Samenvatting

Het document bevat juridische bepalingen die de verhouding tussen de gemeente als werkgever, de gemeente-arts en de ambtenaar regelen bij ziekte en ontslag.
* Artikel 26: Legt de ambtenaar de verplichting op om medische voorschriften van de gemeente-arts strikt te volgen, inclusief de opdracht tot werkhervatting.
* Artikel 27: Biedt een rechtsmiddel (beroep) bij een 'Commissie van Geneeskundigen' als de ambtenaar het niet eens is met de medische beoordeling.
* Artikel 28: Regelt een specifieke en complexe situatie waarin er onenigheid is over de arbeidsgeschiktheid tussen de gemeente-arts en de landelijke Pensioenraad. Het artikel voorziet in een overbruggingsuitkering voor ambtenaren die 'tussen de wal en het schip' dreigen te vallen (geen werk meer wegens ontslag, maar ook nog geen pensioen).

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (vroege 20e eeuw) waarin de sociale zekerheid voor ambtenaren in Nederland steeds verder werd geformaliseerd. De verwijzingen naar de "Pensioenwet-1922" en de "Gemeente-ambtenaren-1913" duiden op de opbouw van een stelsel van ouderdoms- en invaliditeitsvoorzieningen. Het document illustreert de sterke controle die de overheid als werkgever uitoefende op zieke werknemers via de gemeente-arts, maar toont ook het ontstaan van bezwaarprocedures en vangnetten bij medische geschillen.

Gerelateerde Documenten 3