Afschrift van een officieel rapport van de Amsterdamse marktcontroleurs.
Origineel
Afschrift van een officieel rapport van de Amsterdamse marktcontroleurs. Onderstaande tekst volgt de spelling, interpunctie en layout van het originele getypte document, inclusief typefouten (zoals "aaedappelen" en "reed genoemde").
Behoort by brief 77/10/3 M.d.d.28 Maart 1944 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.
A F S C H R I F T .
___________________
RAPPORT.
Op Donderdag 27 Januari 1944 kwam my, controleur J.P.N.Boon, ter
oore dat Simon Couveé, geboren te Amsterdam 19 September 1926, wonende
Gillis van Ledenbergstraat 29 III, alhier, zich zou hebben schuldig
gemaakt aan medeplichtigheid van diefstal van aardappelen gepleegd
op de Centrale Markt. Naar aanleiding hiervan heb ik, tezamen met den
controleur Felthuis een onderzoek ingesteld, waarbij het volgende is
gebleken;
Couveé verklaarde, dat hy op Donderdag 20, Vrydag 21, Zaterdag
22 en Maandag 24 Januari 1944 op verzoek van eenige aardappelverwer-
kers een kar met los gestorte aardappelen van de Centrale Markt had
vervoerd naar een steegje in de Gillis van Ledenbergstraat. Later op
deze dagen waren de aardappelverwerkers naar deze steeg gekomen
en hadden zy de aardappelen onder elkaar verdeeld. Couveé verklaarde
voorts in totaal twee en een half mud van deze aardappelen te hebben
gehad. De kar met aaedappelen stond des morgens gereed en kon dan zoo
worden weggereden.
Op aanwijzing van Couveé hebben Felthuis en ik op Vrijdag 28 Jan-
uari 1944 aan de Motorkade te Amsterdam-Noord gehoord vier aardappe-
lenverwerkers die bij de Amsterdamsche Combinatie van grossiers in
lossen dienst zyn. Deze mannen gaven ons op respectievelyk te zijn ge-
naamd:
Willem Borst, geboren te Amsterdam 8 Mei 1901, wonende Kinkerstraat
298 III,
Christiaan August Nicolaas Nees, geboren te Amsterdam 21 Augustus
1883, wonende Bellamystraat 20 II,
Hendrik Bonte, geboren 4 Mei 1910 te Arnhem, wonende Nieuwe Leliestraat
151, en
Joseph Jan Kowski, geboren te Amsterdam, 2 Juni 1886, wonende Bentinck-
straat 14 III.
Zy bekenden tijdens het lossen van wagons op de Centrale Markt
kans te hebben gezien de laadbak van een handkar met aardappelen te
vullen. Op het verzoek heeft Couveé deze kar overgebracht naar de reed
genoemde plaats in de Gillis van Ledenbergstraat, waar zij later hun de
deel kwamen weghalen. In totaal zouden zy elk ongeveer een mud aard-
appelen hebben gehad. Bonte verklaarde nog het portie van Nees te
hebben overgenomen voor f. 5.- hetwelk door Nees werd bevestigd. Alleen
Borst was in het bezit van een toegangskaart voor de Centrale Markt
als personeel van de A.C. De andere personen was toegang verleend op
een zoogenaamd los betalingsbewijs, omdat zij niet geregeld de markt
bezochten maar hoofdzaakelijk in de stad moesten indragen. Toegangskaart
van Borst gaat hierby. Van de zijde der A.C. doet men aangifte en zal
door ons proces-verbaal worden opgemaakt.
Amsterdam 29 Januari 1944.
Den Heer Bedrijfschef de Controleurs,
van de Centrale Markt.
w.g. J.P.N. Boon
w.gez. H. Steenbeek.
w.g. B. Felthuis
Voor eensluidend afschrift;
De Directeur v/h Marktwezen. Dit document is een verslag van een opsporingsonderzoek naar de diefstal van aardappelen op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is dat vier losse arbeiders (lossers) tijdens hun werk systematisch een handkar vulden met aardappelen en deze door de 17-jarige Simon Couveé lieten wegvoeren naar een steeg in de Gillis van Ledenbergstraat (nabij de Kostverlorenvaart).
Opvallende details in het verslag:
* Hoeveelheden: Er is sprake van aanzienlijke hoeveelheden: Couveé ontving 2,5 mud en de andere vier mannen elk ongeveer 1 mud (een mud aardappelen weegt ca. 70 kg). In totaal gaat het dus om ruim 450 kg aardappelen.
* Transactie: Een deel van de buit werd direct onderling doorverkocht voor f. 5,- (een "portie" van een mud).
* Toegangscontrole: De controleurs merken op dat drie van de vier verdachten geen vaste toegangskaart hadden voor de markt, maar op een 'los betalingsbewijs' werkten. Dit wijst op een verscherping van de controle op personeel tijdens de oorlogsjaren. Het rapport is opgesteld in januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van extreme schaarste en strenge distributie (bonkaarten). Voedseldiefstal werd in deze context niet gezien als een simpel vermogensdelict, maar als een ernstige ondermijning van de voedselvoorziening.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam (op dat moment de NSB'er Edward Voûte, die ook burgemeester was, of een door hem aangestelde gemachtigde) hield scherp toezicht op de Centrale Markt, omdat dit de spil was van de legale voedselstroom. Diefstallen zoals deze voedden de zwarte markt, waar prijzen vele malen hoger lagen dan de officiële prijzen. De betrokkenheid van de "Amsterdamsche Combinatie van grossiers" (A.C.) toont aan dat ook de handelsorganisaties fel tegen deze interne diefstallen optraden om hun eigen toewijzingen veilig te stellen.