Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 10 juni 1920 De Marktmeester (ondertekend door S. Mol) Nº / 333 M. 1020.
MARKTWEZEN
VAN
AMSTERDAM.
AMSTERDAM, 10 Juni 1920.
Keizersgracht 756.
Den Heer
Directeur v/h Marktwezen.
Ingevolge Uwen opdracht van
9 Juni l.l. heb ik de eer U mede te
deelen, dat, wanneer tot verplaatsing
van het marktkantoor wordt overgegaan,
de geschiktste plaats hiervoor is in het
eerste plantsoentje van het Waterlooplein
recht tegenover de Mozes en Aäronkerk.
Hiervoor is dan noodig, dat het daar-
geplaatste urinoir wordt weggenomen,
wat niet hinderlijk zal zijn, daar tus-
schen het eerste en tweede plantsoentje
en op het J. D. Meijerplein dergelijke inrichtingen
bestaan. Bovendien is op den Zwanenburgwal
nog een openbaar privaat gevestigd. Het geheel
zal dan een aanzien hebben als achterstaande
teekening aanwijst. Eenige verandering zal door
de verplaatsing aan het kantoor moeten plaats-
hebben. Ik geef U beleefd in overweging in
bovenbedoelden geest Uwe beslissing te nemen.
De Marktmeester
S. Mol. * Onderwerp: De verplaatsing van het marktkantoor op het Waterlooplein in Amsterdam.
* Voorgestelde locatie: Het "eerste plantsoentje" op het Waterlooplein, pal tegenover de Mozes en Aäronkerk.
* Obstakel: Op de beoogde plek staat momenteel een urinoir. De marktmeester adviseert dit te verwijderen.
* Argumentatie: Het verwijderen van het urinoir zou geen overlast veroorzaken voor het publiek, omdat er in de directe nabijheid (tussen de plantsoentjes, op het Jonas Daniël Meijerplein en aan de Zwanenburgwal) voldoende alternatieve sanitaire voorzieningen ("inrichtingen" en een "openbaar privaat") aanwezig zijn.
* Status: Het document dient als een formeel advies aan de directeur, waarbij verwezen wordt naar een bijgevoegde tekening (niet zichtbaar op deze afbeelding) die de nieuwe situatie visualiseert. Dit document stamt uit 1920, een periode waarin het Waterlooplein het kloppende hart was van de Amsterdamse Jodenbuurt en de dagelijkse handel. Het beheer van de markten was een complexe gemeentelijke taak die strikt gereguleerd werd door de afdeling "Marktwezen".
De brief illustreert de pragmatische aanpak van stedelijke inrichting in die tijd: voor de optimale plaatsing van een administratief kantoor moest wijken wat als minder essentieel werd beschouwd (een urinoir), mits de openbare hygiëne gewaarborgd bleef door nabijgelegen alternatieven. De genoemde locaties (Waterlooplein, Mozes en Aäronkerk, J.D. Meijerplein en Zwanenburgwal) vormen nog steeds een herkenbaar historisch ensemble in het centrum van Amsterdam. De Marktmeester had de dagelijkse leiding over de markt en was verantwoordelijk voor orde, standplaatsen en de naleving van reglementen.