Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 11 Juni 1920. De Wethouder voor de Levensmiddelen (S.R. de Miranda). [Linksboven, gestempeld/getypt:]
№ 1442 M. 1920.
[Bovenaan midden, handgeschreven:]
12/6
[Rechtsboven:]
em [handgeschreven]
11 Juni 20 [getypt]
C.H.C. [handgeschreven]
[Midden links:]
435
[Body tekst:]
Onder toezending van eenige brieven betreffende den aankoop van perceel Keizersgracht 756, breng ik U in herinnering, dat Burgemeester en Wethouders in hun vergadering dd. 8 Juni in beginsel geen bezwaar hadden tegen het openen van onderhandelingen om tot den aankoop van dit perceel te komen.
Ik noodig U daarom uit de verdere onderhandelingen met den eigenaar te willen voeren.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
[Flets getypt:]
Get. de Miranda
[Linksonder, geadresseerde:]
den Heer Wethouder voor de
Rentegevende Eigendommen
Precario en Kadaster
ALHIER Dit document is een interne correspondentie binnen het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De toon is zakelijk en procedureel. Het document legt vast dat er een besluit "in beginsel" is genomen door het college op 8 juni 1920 om over te gaan tot aankoop van een specifiek pand.
Opvallend is de functieverdeling: de Wethouder voor de Levensmiddelen (Salomon 'Monne' de Miranda) draagt de uitvoering van de onderhandelingen over aan zijn collega van Rentegevende Eigendommen. Dit wijst op een strakke ambtelijke taakverdeling waarbij de ene wethouder de behoefte vaststelt (mogelijk voor huisvesting van een dienst gerelateerd aan de voedselvoorziening) en de andere wethouder verantwoordelijk is voor de vastgoedtransactie. De brief dateert uit de periode kort na de Eerste Wereldoorlog. In deze tijd was er in Amsterdam een grote behoefte aan uitbreiding van gemeentelijke diensten. Monne de Miranda, een prominent sociaaldemocratisch wethouder, speelde een cruciale rol in de stadsuitbreiding en de verbetering van de leefomstandigheden van de arbeidersklasse.
Het genoemde pand, Keizersgracht 756, bevindt zich in de buurt van de Utrechtsestraat. In de jaren '20 werden veel van dit soort grachtenpanden door de gemeente aangekocht om te dienen als kantoorruimte voor de groeiende bureaucratie van de moderne verzorgingsstad. De afdeling 'Levensmiddelen' was in die tijd van groot belang vanwege de nasleep van de schaarste tijdens de oorlogsjaren en de regulering van de voedseldistributie.