Brief (waarschijnlijk een doorslag of concept voor intern gebruik).
Origineel
Brief (waarschijnlijk een doorslag of concept voor intern gebruik). 25 april 1939 (met aantekening 26/4-39). W. G. M. (vermoedelijk de directeur of een hoge ambtenaar van de Centrale Markt). [Marginale notities linksboven:]
Schoonveld. [onderstreept in rood]
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling no. D21
Centrale Markt
[Notities rechtsboven:]
A’dam, 25/4 1939
W. G. M. 26/4-39
[Hoofdtekst:]
64/21/2
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 15 April jl. door H. Verwoerd, ~~huurder van pakhuisafdeeling No. D. 21~~ aan mij gerichten brief. Verwoerd heeft pakhuisafdeeling D. 21 gehuurd voor de periode van 1 Februari 1939 tot en met 31 Januari 1940 en bezet bovendien voor het kalenderjaar 1939 op de Centrale Markt een plaats in de hal. De zaak wordt door 2 broers gedreven; de een bezet de plaats in de hal en de ander drijft de zaak in de pakhuisafdeeling; deze laatste is op 11 April jl. i.v.m. den gespannen internationalen toestand onder de wapenen geroepen, waardoor de pakhuisafdeeling op bovenvermelden datum is gesloten.
Het is uiteraard niet bekend, hoe lang Verwoerd onder de wapenen zal worden gehouden; een door hem ingediend verzoek om voor zakenverlof in aanmerking te komen en zich ~~zoo~~ daarvoor te doen vervangen door een werklooze ~~militair~~, is afgewezen. Het is echter geenszins onmogelijk, dat Verwoerd, ~~in~~ binnen afzienbaren tijd weder terugkomt en dan weer op de Centrale Markt komt.
Ik heb dan ook overwogen het onderhavige verzoek niet in te willigen [Toegevoegd in linker marge:] I en Verwoerd dus te verplichten, het met hem gesloten huurcontract na te komen. Te zijner tijd had Verwoerd dan het verzoek kunnen doen hem, gedurende den tijd, dat het pakhuis gesloten was, (op gronden van billijkheid) restitutie te verleenen. Hiervaan is echter het bezwaar verbonden, dat de pakhuisafdeeling dan voor korteren of langeren tijd voor Verwoerd beschikbaar moet worden gehouden. Waar het hier een pakhuis betreft, dat bij den handel ~~zeer~~ in trek is [Toegevoegd in linker marge:] II, zoodat het gemakkelijk een anderen huurder voor kan worden gevonden, lijkt het mij ongewenscht en niet in het financieel belang van de Gemeente om dezen gedragslijn te volgen.
Ik geef u met dezen beleefd in overweging het onderhavige verzoek ~~Verwoerd~~ in te willigen. In deze brief adviseert een marktfunctionaris over de afhandeling van een huurcontract van de heer H. Verwoerd. Verwoerd exploiteerde samen met zijn broer een zaak op de Centrale Markt: de een stond in de markthal, de ander in pakhuis D21. Vanwege de "gespannen internationalen toestand" is de broer die het pakhuis beheerde op 11 april 1939 gemobiliseerd.
De kern van het document is een zakelijke afweging tussen menselijkheid en gemeentelijk financieel belang. Verwoerd had gevraagd om zakenverlof of vervanging door een werkloze, maar dit werd door de militaire autoriteiten geweigerd. De schrijver van de brief overweegt twee opties:
1. Verwoerd aan zijn contract houden en hem later eventueel compenseren (restitutie). Het nadeel hiervan is dat het pakhuis dan ongebruikt blijft terwijl de gemeente op de inkomsten wacht.
2. Het verzoek tot ontbinding van het contract direct inwilligen.
De schrijver adviseert de tweede optie (het verzoek inwilligen). De argumentatie is puur pragmatisch: omdat de pakhuizen op de Centrale Markt "zeer in trek" zijn, kan de gemeente de ruimte direct aan iemand anders verhuren. Het vasthouden aan het contract met Verwoerd wordt gezien als strijdig met het financiële belang van de stad. Dit document is geschreven in april 1939, een kritieke periode in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Na de Duitse annexatie van Tsjecho-Slowakije in maart 1939 nam de dreiging toe, wat in Nederland leidde tot een gedeeltelijke mobilisatie en het oproepen van reservisten "onder de wapenen".
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam vormden in die tijd het hart van de voedseldistributie voor de stad. Ruimte in de hallen en pakhuizen was schaars en essentieel voor de handel.
De brief illustreert hoe de naderende oorlog diep ingreep in het dagelijks leven en de bedrijfsvoering van kleine ondernemers. Tegelijkertijd toont het de onverstoorbare, bijna kille logica van de gemeentelijke bureaucratie, die zelfs aan de vooravond van een wereldbrand de prioriteit gaf aan maximale bezettingsgraden en inkomsten boven de persoonlijke omstandigheden van een gemobiliseerde burger.