Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 144
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (officiële correspondentie).

14 juli 1939. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Aan: Den Heer B.A. Pouw, Centrale Markt D 11, Amsterdam-West.

Origineel

Getypte brief (officiële correspondentie). 14 juli 1939. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer B.A. Pouw, Centrale Markt D 11, Amsterdam-West. Handgeschreven aantekening bovenaan: Verzonden 14/7

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

AMSTERDAM-West, 14 Juli 1939
Jan van Galenstraat 14.

AAN
den Heer B.A.Pouw,
Centrale Markt D 11,
Amsterdam-West.

No.64/35/7 M

In bylage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.

Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.

Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vooraf met mij te verstaan.

De Directeur, Deze brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen aan een huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is tweeledig:
1. Juridische afwikkeling: Het toezenden van het officieel geregistreerde huurcontract.
2. Huishoudelijke en wettelijke bepalingen: De directeur wijst de huurder nadrukkelijk op zijn plichten. Ten eerste wat betreft het onderhoud; via een verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek (artikel 1619, destijds de bepaling voor kleine herstellingen) wordt de huurder verantwoordelijk gesteld voor dagelijks onderhoud zoals ruiten en sloten. Ten tweede wordt de huurder herinnerd aan het verbod op eigenmachtige reclame-uitingen aan de buitenkant van het pand.

De toon is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse bureaucratie in Nederland. De brief dateert van juli 1939, slechts anderhalve maand voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam-West was destijds nog relatief nieuw (geopend in 1934) en fungeerde als het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening en groothandel.

De Directie van het Marktwezen was een gemeentelijke dienst die toezag op de orde, veiligheid en exploitatie van de marktterreinen. De heer B.A. Pouw was waarschijnlijk een handelaar of grossier die een van de pakhuisunits huurde. De strikte regels omtrent reclameborden wijzen op de wens van de gemeente om de architectonische eenheid en orde op het marktterrein te bewaren. Het genoemde wetsartikel 1619 uit het 'oude' Burgerlijk Wetboek regelde de zogenoemde "geringe herstellingen" die voor rekening van de huurder kwamen, een principe dat ook in het huidige huurrecht nog grotendeels standhoudt.

Samenvatting

Deze brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen aan een huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is tweeledig:
1. Juridische afwikkeling: Het toezenden van het officieel geregistreerde huurcontract.
2. Huishoudelijke en wettelijke bepalingen: De directeur wijst de huurder nadrukkelijk op zijn plichten. Ten eerste wat betreft het onderhoud; via een verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek (artikel 1619, destijds de bepaling voor kleine herstellingen) wordt de huurder verantwoordelijk gesteld voor dagelijks onderhoud zoals ruiten en sloten. Ten tweede wordt de huurder herinnerd aan het verbod op eigenmachtige reclame-uitingen aan de buitenkant van het pand.

De toon is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse bureaucratie in Nederland.

Historische Context

De brief dateert van juli 1939, slechts anderhalve maand voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam-West was destijds nog relatief nieuw (geopend in 1934) en fungeerde als het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening en groothandel.

De Directie van het Marktwezen was een gemeentelijke dienst die toezag op de orde, veiligheid en exploitatie van de marktterreinen. De heer B.A. Pouw was waarschijnlijk een handelaar of grossier die een van de pakhuisunits huurde. De strikte regels omtrent reclameborden wijzen op de wens van de gemeente om de architectonische eenheid en orde op het marktterrein te bewaren. Het genoemde wetsartikel 1619 uit het 'oude' Burgerlijk Wetboek regelde de zogenoemde "geringe herstellingen" die voor rekening van de huurder kwamen, een principe dat ook in het huidige huurrecht nog grotendeels standhoudt.

Gerelateerde Documenten 6