Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 308
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / Geleidebrief (doorslag).

5 januari 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief / Geleidebrief (doorslag). 5 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:] M. Muller

[Midden boven:] VP/HG.

[Linksboven, deels in rood potlood:] 64/55/2 M. 1939

[Rechts:] 5 Januari 1940.

[Links:] Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling Centrale Markt.

[Rechts:] den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat B. van
Thijn, Wielingenstraat 18, die pakhuisafdeeling no. E 21 op
de Centrale Markt heeft gehuurd voor den prijs van ƒ 800,-
per jaar, voor de periode van 15 Juni 1939 tot en met 30
Juni 1940, mij schriftelijk heeft verzocht met ingang van
1 Januari 1940 van de verplichtingen van het bedoelde huur-
contract te worden ontheven. Van Thijn blijkt financieel
niet langer in staat te zijn om in de bedoelde pakhuisafdee-
ling zijn zaken te doen; de afdeeling is gesloten en Van
Thijn is van de Centrale Markt verdwenen. Op dien grond be-
staat mijnerzijds tegen inwilliging van zijn verzoek geen
bezwaar, weshalve ik de eer heb U te adviseeren wel te willen
bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en Wethouders
het bedoelde huurcontract wordt ontbonden verklaard, zulks
rekend te zijn ingegaan 1 Januari jl.

[Rechts:] De Directeur,

[Linksonder, handgeschreven:] aantekenen en terug aan Muller Dit document is een ambtelijk advies van de directeur van de Centrale Markt (Amsterdam) aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van de zaak is een verzoek tot voortijdige beëindiging van een huurcontract.

De huurder, B. van Thijn, woonachtig aan de Wielingenstraat 18, huurde sinds juni 1939 een pakhuisruimte (E 21). Hij kan echter de huur niet meer opbrengen ("financieel niet langer in staat"). De directeur stelt vast dat de bedrijfsruimte al gesloten is en de huurder feitelijk vertrokken is.

De directeur adviseert de wethouder om het contract officieel te laten ontbinden door het college van Burgemeester en Wethouders met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1940. De formele, eerbiedige taal ("heb ik de eer U te berichten") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De datum van het document, 5 januari 1940, is historisch relevant. Nederland bevindt zich op dat moment in de periode van de 'Mobilisatie', enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. De economische onzekerheid van die tijd is voelbaar in de financiële problemen van de kleine ondernemer Van Thijn.

De locatie (Centrale Markt) en de naam (B. van Thijn) zijn typerend voor de Joodse handelsgeschiedenis van Amsterdam. De Wielingenstraat ligt in de Rivierenbuurt, een wijk waar in 1940 veel Joodse gezinnen woonden. Het feit dat een ondernemer in januari 1940 "van de markt is verdwenen" wegens financiële nood, kan een voorbode zijn van de enorme ontwrichting die de bezetting later dat jaar teweeg zou brengen, al wordt dat in dit puur administratieve document niet expliciet benoemd.

De handgeschreven notitie onderaan ("aantekenen en terug aan Muller") wijst op de interne administratieve verwerking van het dossier door de genoemde ambtenaar Muller.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies van de directeur van de Centrale Markt (Amsterdam) aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van de zaak is een verzoek tot voortijdige beëindiging van een huurcontract.

De huurder, B. van Thijn, woonachtig aan de Wielingenstraat 18, huurde sinds juni 1939 een pakhuisruimte (E 21). Hij kan echter de huur niet meer opbrengen ("financieel niet langer in staat"). De directeur stelt vast dat de bedrijfsruimte al gesloten is en de huurder feitelijk vertrokken is.

De directeur adviseert de wethouder om het contract officieel te laten ontbinden door het college van Burgemeester en Wethouders met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1940. De formele, eerbiedige taal ("heb ik de eer U te berichten") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Historische Context

De datum van het document, 5 januari 1940, is historisch relevant. Nederland bevindt zich op dat moment in de periode van de 'Mobilisatie', enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. De economische onzekerheid van die tijd is voelbaar in de financiële problemen van de kleine ondernemer Van Thijn.

De locatie (Centrale Markt) en de naam (B. van Thijn) zijn typerend voor de Joodse handelsgeschiedenis van Amsterdam. De Wielingenstraat ligt in de Rivierenbuurt, een wijk waar in 1940 veel Joodse gezinnen woonden. Het feit dat een ondernemer in januari 1940 "van de markt is verdwenen" wegens financiële nood, kan een voorbode zijn van de enorme ontwrichting die de bezetting later dat jaar teweeg zou brengen, al wordt dat in dit puur administratieve document niet expliciet benoemd.

De handgeschreven notitie onderaan ("aantekenen en terug aan Muller") wijst op de interne administratieve verwerking van het dossier door de genoemde ambtenaar Muller.

Gerelateerde Documenten 6