Archiefdocument
Origineel
PRO JUSTITIA.
No. 77/11/3 17.39
Gezien [handtekening]
PROCES-VERBAAL.
Ik, ondergeteekende, Petrus Cornelis Postema
Ambtenaar van het Marktwezen tevens buitengewoon veldwachter der Gemeente Amsterdam, verklaar te hebben gezien, dat op Dinsdag 7 Februari 1939 des voor middags omstreeks te 6 uur 45 minuten, een persoon, die mij desgevraagd opgaf genaamd te zijn,
HENDRIK SOMMER
geboren te Amsterdam , den 7en Augustus 1904 , van beroep kok , wonende te Amsterdam(West) Mercatorstraat 73 III
liep op het terrein van de Centrale Markt van Amsterdam, welk terrein gelegen is aan de Jan van Galenstraat te Amsterdam en aan die Gemeente in eigendom toebehoort. Dat terrein is door hekwerken geheel van den openbaren weg afgesloten, terwijl ter plaatse waar in deze hekwerken toegangen tot het terrein bestaan en op verschillende plaatsen langs de watergrens van het terrein borden stonden met het van buiten dat terrein duidelijk leesbare opschrift: „„Verboden toegang” volgens art. 461 Wetb. v. Strafrecht.” Bedoelde persoon verklaarde mij, desgevraagd, niet uit eenigerlei hoofde gerechtigd te zijn om aldaar te loopen. Sommer had zich verstopt in een dichte vrachtauto en had zich op deze wijze de markt laten oprijden. Op de Centrale Markt is hij uit de auto gestapt. Ik, verbalisant trof hem dan ook op de Centrale Markt aan. Sommer verklaarde mij dat het hem bekend was dat slechts personen, in het bezit van een toegangskaart voor de Centrale Markt, het marktterrein mogen betreden. Een dergelijke kaart was hem door de Directie van het Marktwezen niet verstrekt.
belofte
Hiervan heb ik op mijn ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt.
AMSTERDAM, 15 Februari 1939
De Ambtenaar van het Marktwezen:
[handtekening: P.C. Postema]
Gezien:
De Commissaris van Politie in de 2e Sectie
(Volgens ontvangen schriftelijke mededeeling van het Bevolkingsregister is op het adres Mercatorstraat 73 III te Amsterdam(West) een persoon woonachtig, wiens naam, geboorteplaats en datum overeenstemmen met de hierboven vermelde gegevens omtrent de verdachte.)
Model C.M. 38. 200-9-'37-981
--- * Overtreding: De kern van de zaak is de overtreding van artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht: het zich zonder toestemming bevinden op andermans grond die herkenbaar is afgesloten (hekken en borden).
* Modus Operandi: De verdachte, Hendrik Sommer, gebruikte een list om de bewaking te omzeilen. Hij verstopte zich in een gesloten vrachtwagen om zo het streng bewaakte terrein van de Centrale Markt op te komen.
* Bekentenis: In het proces-verbaal staat genoteerd dat de verdachte toegaf dat hij wist dat hij een toegangskaart nodig had en dat hij deze niet bezat.
* Verificatie: De verbalisant heeft de identiteit en het woonadres van de verdachte laten controleren bij het Bevolkingsregister, wat de nauwkeurigheid van het rapport onderstreept.
* Opmerkelijk detail: Het woord "ambtseed" is doorgehaald en vervangen door "belofte", wat erop duidt dat de ambtenaar Postema de belofte aflegde in plaats van de eed (mogelijk vanwege geloofsovertuiging of persoonlijke voorkeur).
--- * Locatie (Centrale Markt): De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat werden in 1934 geopend. Het was een modern complex voor de groothandel in groenten en fruit. Vanwege de hygiëne en marktordening was het terrein strikt afgesloten voor onbevoegden; alleen geregistreerde handelaren met een toegangskaart mochten naar binnen.
* Tijdsbeeld: Het incident vond plaats in februari 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van economisch herstel, maar ook van strikte regulering. Een kok die zich op de groothandelsmarkt tracht binnen te smokkelen, probeerde mogelijk direct bij de bron goedkoper in te kopen, buiten de normale retailkanalen om.
* Mercatorstraat: De verdachte woonde in Amsterdam-West (De Baarsjes), een wijk die in de jaren '20 en '30 in rap tempo was opgebouwd. De Mercatorstraat ligt op relatief korte afstand van de Jan van Galenstraat. P.C. Postema Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie