Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 22 mei 1939 (gebaseerd op het paarse stempel en handgeschreven datum rechtsboven). [Stempel in paars linksboven:] Nº 221474 M. 1939 [Stempel loopt over tekst]
[Rechtsboven handgeschreven:] 22/5 '39 opb.
Mijnheer
Naar aanleiding van
het gebeurde van j.l.
Zaterdag en waarvoor mijn
toegangskaart is ingehouden
verzoek ik beleefd Uw
aandacht voor het volgende
Mijnheer ik weet dat
ik iets verkeerd gedaan heb
maar eerlijk mijnheer, ik
heb niet de opzet gehad om
dit niet te betalen. Ik had
voor ’s middags aardappelen
besteld en had gelijk betaald
Ik had het niet mogen
doen en ik vraag U beleefd
om mijn straf te verzichten
Ik ben een arme koopman
en ik moet van de markt
bestaan. Met de vorst
heb ik schade gehad van
bevroren aardappelen waar
door ik geen kostgeld heb.
[Rechtsonder:] 22 De schrijver van deze brief richt zich tot een autoriteit (waarschijnlijk een marktmeester of een gemeentelijke instantie) naar aanleiding van een incident op de voorgaande zaterdag. Als gevolg van dit incident is zijn "toegangskaart" ingehouden, wat betekent dat hij zijn beroep als koopman op de markt niet meer kan uitoefenen.
De kern van het betoog is een schuldbekentenis gecombineerd met een verzoek om genade. De schrijver geeft toe dat hij "iets verkeerd" heeft gedaan — het lijkt te gaan om een betalingskwestie — maar benadrukt dat er geen sprake was van opzet. Hij voert verzachtende omstandigheden aan: hij is een "arme koopman" die voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de markt. Bovendien heeft hij recentelijk financiële tegenslag gehad doordat zijn voorraad aardappelen door vorst verloren is gegaan, waardoor hij zelfs geen geld meer heeft voor zijn dagelijkse levensbehoeften ("kostgeld"). Hij vraagt beleefd om zijn "straf te verzichten" (verlichten). De brief dateert van mei 1939, een periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Economisch gezien was het voor kleine zelfstandigen en marktkooplieden een zware tijd. De referentie naar de schade door vorst suggereert een strenge winter of late nachtvorst in het voorjaar van 1939, wat rampzalig was voor handelaren in bederfelijke waar zoals aardappelen.
Het document biedt een inkijkje in de precaire overlevingsstrijd van de onderklasse in de jaren '30. De formele maar nederige toon ("Mijnheer", "verzoek ik beleefd") was gebruikelijk in verzoekschriften aan instanties, waarbij de burger hoopte op clementie door zijn armoede en goede wil te benadrukken. Het stempel bovenaan duidt op een formele administratieve verwerking door een overheidsapparaat.