Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 83
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

22 november 1939

Origineel

22 november 1939 [Rechtsboven]
A’dam 22 Nov. 1939.
77/17/2017
W.C.M.

[Linksboven]
Concept
MNv.
Verzoek van G. Oudhof om
andermaal tot de CM te
worden toegelaten.

[Hoofdtekst]
Onder terugzending van de met
Uw kaartbrief d.d. 9 dezer en nevensgaande
stukken no. 48/5 Delf/1939 heb ik de eer U
te berichten, dat mij bij onderzoek is
gebleken, dat de Protestantsch-Christelijke
Reclasseeringsvereeniging inderdaad
aanbeveelt om G. Oudhof nogmaals tot
de CM toe te laten. Oudhof ontvangt thans
ondersteuning van het Gemeentelijk Bureau
voor Maatschappelijken Steun. Als hij [doorgehaald: weer]
tot de CM wordt toegelaten, zal
een zijner familieleden hem financieel in
staat stellen om daar inkoopen te doen,
zoodat de kans bestaat, dat hij geen
steun meer behoeft te worden verleend.
Oudhof was destijds houder
van ventvergunning serie 19 no. 48, die hem
het recht gaf om met aardappelen, groente
en fruit te venten. De bedoelde vergunning
werd echter reeds op 28 Feb. 1935
wegens wanbetaling ingetrokken. Uit dien hoofde
is hij aan achterstallig ventgeld nog ƒ 2,50
schuldig, zij het dat deze schuld is verjaard.
Het ligt in zijn bedoeling om voor deze
ventvergunning opnieuw aan te vragen, teneinde
daarmede op de markt
zijn brood te verdienen.
Mijnerzijds bestaat – gezien het vorenstaande –
geen bezwaar
indien aan Oudhof nogmaals een kans
wordt gegeven en hij opnieuw tot de CM
wordt toegelaten, terwijl hem onderhand een ventvergunning wordt verleend. Uiteraard zal deze toelating
tot de CM onmiddellijk ongedaan gemaakt
worden indien hij zich opnieuw zou misdragen.
Ik stel U voor, dienovereenkomstig

[Kantlijn links]
Dat familielid
is een bekende
fruitwinkelier, die
verklaart, dat
Oudhof van jongs af
in den fruithandel
was
en voldoende
bekwaamheid heeft
met eigen (des winkeliers)
financieele
steun, voorgoed
buiten den
Maatschappelijken
Steun te blijven.

[Verticaal links onder]
aan B en W te doen besluiten
28/11 ’39 [Paraaf] Dit document is een ambtelijke correspondentie (een concept voor een besluit of advies aan Burgemeester en Wethouders) over de re-integratie van een burger, G. Oudhof. Oudhof was blijkbaar uitgesloten van de Centrale Markt (CM), de plek waar handelaren hun waar moesten inkopen.

De kern van het betoog is economisch en sociaal:
1. Sociale steun: Oudhof trekt momenteel een uitkering (Maatschappelijke Steun). Door hem weer toe te laten tot de handel, kan hij zelfvoorzienend worden.
2. Garantstelling: Een familielid, zelf een gevestigd fruitwinkelier, staat garant voor het startkapitaal. Dit verkleint het risico op herhaalde wanbetaling.
3. Verleden: Oudhof verloor zijn vergunning in 1935 door een schuld van slechts ƒ 2,50 (een klein bedrag, zelfs voor die tijd, maar blijkbaar genoeg voor intrekking). Deze schuld is inmiddels verjaard.
4. Reclasseering: De aanbeveling van een christelijke reclasseeringsvereniging geeft het verzoek een moreel gewicht; hij wordt gezien als iemand die een tweede kans verdient.

Het document toont de zorgvuldige, bijna paternalistische wijze waarop de overheid in de jaren '30 toezag op de 'bekwaamheid' en het morele gedrag van kleine zelfstandigen. Het document dateert van november 1939, een periode van grote onzekerheid. Hoewel Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, was de mobilisatie in volle gang en de economische situatie precair na de crisisjaren '30.

De "CM" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 waren geopend. Toegang tot deze hallen was cruciaal voor elke Amsterdamse marktkoopman of venter. De strikte handhaving van vergunningen en het innen van 'ventgeld' waren instrumenten om de ambulante handel te reguleren en te voorkomen dat mensen die in de armoede dreigden te vallen oncontroleerbaar op straat gingen handelen. Het feit dat men een dossier aanlegt voor een schuld van ƒ 2,50 illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid van die tijd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correspondentie (een concept voor een besluit of advies aan Burgemeester en Wethouders) over de re-integratie van een burger, G. Oudhof. Oudhof was blijkbaar uitgesloten van de Centrale Markt (CM), de plek waar handelaren hun waar moesten inkopen.

De kern van het betoog is economisch en sociaal:
1. Sociale steun: Oudhof trekt momenteel een uitkering (Maatschappelijke Steun). Door hem weer toe te laten tot de handel, kan hij zelfvoorzienend worden.
2. Garantstelling: Een familielid, zelf een gevestigd fruitwinkelier, staat garant voor het startkapitaal. Dit verkleint het risico op herhaalde wanbetaling.
3. Verleden: Oudhof verloor zijn vergunning in 1935 door een schuld van slechts ƒ 2,50 (een klein bedrag, zelfs voor die tijd, maar blijkbaar genoeg voor intrekking). Deze schuld is inmiddels verjaard.
4. Reclasseering: De aanbeveling van een christelijke reclasseeringsvereniging geeft het verzoek een moreel gewicht; hij wordt gezien als iemand die een tweede kans verdient.

Het document toont de zorgvuldige, bijna paternalistische wijze waarop de overheid in de jaren '30 toezag op de 'bekwaamheid' en het morele gedrag van kleine zelfstandigen.

Historische Context

Het document dateert van november 1939, een periode van grote onzekerheid. Hoewel Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, was de mobilisatie in volle gang en de economische situatie precair na de crisisjaren '30.

De "CM" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 waren geopend. Toegang tot deze hallen was cruciaal voor elke Amsterdamse marktkoopman of venter. De strikte handhaving van vergunningen en het innen van 'ventgeld' waren instrumenten om de ambulante handel te reguleren en te voorkomen dat mensen die in de armoede dreigden te vallen oncontroleerbaar op straat gingen handelen. Het feit dat men een dossier aanlegt voor een schuld van ƒ 2,50 illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid van die tijd.

Gerelateerde Documenten 4