Administratief bijblad / Interne correspondentie.
Origineel
Administratief bijblad / Interne correspondentie. Mei 1939 (specifieke data: 8/5, 11/5 en 12/5). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
Mʳ No. 77/17/6 193 9
DOORGEZONDEN: 8/5
[Midden boven]
W. Bunting 12/5 39
H. van den Hof
even bij mij komen.
[Linker hoofdtekst]
Volgens de vrouw van H. v. d. Hof is deze in steun gegaan, omdat hij geen handel meer kan koopen, daar hij wegens diefstal (bij herhaling) geen toegang tot C.M. heeft. De zoon, die wel toegang heeft wil niet meer voor zijn Vader inkoopen, daar hij daarmede te veel geld inschiet. Zijn Vader betaalt niet altijd aan de zoon, voor de artikelen, die de zoon inkoopt.
[Handtekening] J. v.d. Broecke
z.o.z. [zie ommezijde]
[Rechterzijde, handgeschreven kanttekeningen]
Th. Broerse
Hebben de omstandigheden van v.d. Hof zich gewijzigd?
Koopt zoon niet meer voor hem in? Blijkbaar niet want hij is in steun!
Advies s.v.p.
Informeren bij de zoon waarom vader in steun is gegaan.
Daarna rapport s.v.p.
[Paraaf] Th B 11/5-39
[Paraaf] W Haas
[Rechtsonder]
Heemstra
Reclasseering
Voorburg m.m.
[Linksonder, gedrukte tekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratief dossierstuk betreffende een verzoek om of controle op "steun" (werkloosheidsuitkering/sociale bijstand) voor een zekere H. van den Hof in mei 1939.
De kern van de zaak is een zakelijk en familiair conflict. Van den Hof is een handelaar die niet meer zelfstandig zijn goederen kan inkopen bij de "C.M." (waarschijnlijk de Centrale Markt) omdat hij daar een ontzegging heeft gekregen wegens herhaaldelijke diefstal. Aanvankelijk kocht zijn zoon de goederen voor hem in, maar deze is daarmee gestopt omdat zijn vader hem niet terugbetaalde. Hierdoor is de vader brodeloos geworden en heeft hij een beroep moeten doen op de steunverlening.
De ambtenaren (Bunting en Broerse) zetten vraagtekens bij de situatie en willen dat de Reclassering in Voorburg (Heemstra) de zaak onderzoekt, specifiek door de zoon te horen, om te verifiëren of de vader inderdaad recht heeft op steun of dat er sprake is van een verwijtbare situatie. 1. De Crisisjaren: Het document stamt uit 1939, het einde van de Grote Depressie. De "steun" was in die tijd streng gereguleerd. Men kreeg alleen een uitkering als men buiten eigen schuld werkloos was en er geen andere middelen van bestaan waren.
2. De Reclassering: De betrokkenheid van de reclassering en de vermelding van "diefstal (bij herhaling)" duidt erop dat H. van den Hof een strafrechtelijk verleden had. In die tijd hield de reclassering zich niet alleen bezig met toezicht, maar ook met maatschappelijk werk voor (ex-)gedetineerden.
3. C.M. (Centrale Markt): Voor handelaren in levensmiddelen was toegang tot de Centrale Markt (zoals in Amsterdam of Den Haag) essentieel. Een ontzegging betekende effectief het einde van de beroepsuitoefening.
4. Tijdsgeest: De korte, zakelijke maar dwingende toon van de interne notities ("Advies s.v.p.", "Rapport s.v.p.") is typerend voor de vooroorlogse bureaucratie, waarin gezinssituaties en moreel gedrag (het niet betalen van je eigen zoon) direct invloed hadden op het recht op overheidssteun. H. v. d. Hof J. v.d. Broecke W. Bunting