Ambtelijk advies/brief.
Origineel
Ambtelijk advies/brief. 7 maart 1939. Onbekend (vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt of een hiërarchisch gelijke ambtenaar). De Wethouder voor de Levensmiddelen (te Amsterdam). VP/G.
77/17/2 M
1
7 Maart 1939.
[Handgeschreven: Extra]
Verzoek van G. Oudhof om
andermaal tot de Centrale
Markt te worden toegelaten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
2 dezer om advies ontvangen stuk No. 48/5 L.M.1939 heb ik de
eer U te berichten, dat adressant het vorige jaar een soort-
gelyk verzoek heeft ingediend. Daarop adviseerde ik in myn
rapport d.d. 11 Februari 1938 (No. 77/9/2 M) afwyzend. Ik ben
van meening, dat ook dit herhaalde verzoek behoort te worden
van de hand gewezen.
De adressant heeft zich by herhaling op de Centra-
le Markt aan diefstal schuldig gemaakt. In verband daarmede
is hy by Besluit van Burgemeester en Wethouders van 14 Juni
1935 (No. 746 L.M.1935) gestraft met ontneming van het recht
van toegang tot de Centrale Markt voorgoed. Dit Besluit is
door Burgemeester en Wethouders op 3 Juli 1936 gewyzigd in
dien zin, dat de straf vanaf 5 Juli 1936 voorwaardelyk werd
kwytgescholden. Desondanks heeft adressant zich op 22 Juli
1937 andermaal aan diefstal schuldig gemaakt, waarop hy by
Besluit van Burgemeester en Wethouders van 30 Juli 1937 (No.
48/10 L.M.1937) opnieuw is gestraft met ontneming van het
recht van toegang tot de Centrale Markt. Zooals ik U in myn
bovenaangehaald rapport van 11 Februari 1938 mededeelde,
lykt het my, in verband met de veiligheid van de op de Cen-
trale Markt uitgestalde goederen in hooge mate ongewenscht,
dat adressant, die reeds een keer een voorwaardelyke ont-
heffing van straf kreeg en desondanks andermaal in diefstal
verviel, opnieuw tot de Centrale Markt wordt toegelaten. Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is het verzoek van een zekere G. Oudhof om weer toegelaten te worden tot de Centrale Markt. De adviseur raadt dit ten strengste af en baseert zich op een recidive-patroon van de aanvrager:
- 1935: Oudhof krijgt een levenslang toegangsverbod wegens diefstal.
- 1936: De straf wordt omgezet in een voorwaardelijke kwijtschelding (proeftijd).
- 1937: Oudhof steelt opnieuw en het toegangsverbod wordt onmiddellijk weer van kracht.
- 1938: Een eerder verzoek tot herstel van toegang wordt door de adviseur afgewezen.
- 1939 (dit document): De adviseur blijft bij zijn standpunt. Het belang van de veiligheid van de goederen op de markt weegt zwaarder dan het individuele belang van de aanvrager, zeker omdat hij de eerdere kans op rehabilitatie heeft verspeeld. De "Centrale Markt" waarnaar wordt verwezen, is zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam aan de Jan van Galenstraat, die in 1934 werden geopend. Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening voor de stad, waar groothandelaren en winkeliers samenkwamen.
De brief dateert uit maart 1939, een periode van economische spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De strenge handhaving van de regels op de markt was essentieel om de orde en de betrouwbaarheid van de voedseldistributie te waarborgen. Diefstal op een dergelijke centrale plek werd hoog opgenomen. De administratieve gang van zaken, waarbij de wethouder advies vraagt aan een uitvoerende dienst over een individueel verzoek, is tekenend voor de bureaucratische structuur van het Amsterdams gemeentebestuur in die tijd. De gebruikte spelling (zoals "kwytgescholden" en "afwyzend") is conform de schrijfwijze van voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), die in ambtelijke stukken vaak nog lang na de introductie werd aangehouden.