Proces-verbaal (officieel rapport van een overtreding).
Origineel
Proces-verbaal (officieel rapport van een overtreding). PRO JUSTITIA.
No. 77/24/4 M. 39 PROCES-VERBAAL.
[Stempel: Gezien [Handtekening]]
Art. 461 W. v. S.
Ik, ondergetekende, Petrus Cornelis Postema
Ambtenaar van het Marktwezen tevens buitengewoon veldwachter der Gemeente Amsterdam, verklaar te hebben gezien, dat op Zaterdag 18 Maart 1939 des na middags omstreeks te 2 uur 30 minuten, een persoon, die mij desgevraagd opgaf genaamd te zijn ,
ALBERTUS CHRISTIAAN MEYER
geboren te Amsterdam den 23en Januari 1903, van beroep koopman, wonende te Amsterdam(West), Torrestraat 26 III
liep op het terrein van de Centrale Markt van Amsterdam, welk terrein gelegen is aan de Jan van Galenstraat te Amsterdam en aan die Gemeente in eigendom toebehoort. Dat terrein is door hekwerken geheel van den openbaren weg afgesloten, terwijl ter plaatse waar in deze hekwerken toegangen tot het terrein bestaan en op verschillende plaatsen langs de watergrens van het terrein borden stonden met het van buiten dat terrein duidelijk leesbare opschrift: „„Verboden toegang” volgens art. 461 Wetb. v. Strafrecht.” Bedoelde persoon verklaarde mij, desgevraagd, niet uit eenigerlei hoofde gerechtigd te zijn om aldaar te loopen. Hij had het marktterrein betreden op vertoon van een toegangskaart, welke aan zijn broer L.C. Meyer was verstrekt. A.C. Meyer was dan ook niet gerechtigd op het marktterrein te betreden, daar dit slechts is toegestaan aan personen, die door den directeur van het Marktwezen in het bezit zijn gesteld van een toegangskaart. Een dergelijke toegangskaart is aan den overtreder voor het jaar 1939 niet ter hand gesteld.
Hiervan heb ik op mijn belofte dit proces-verbaal opgemaakt.
AMSTERDAM, 6 April 1939
De Ambtenaar van het Marktwezen:
[Handtekening: P.C. Postema]
(Volgens ontvangen schriftelijke mededeeling van het Bevolkingsregister is op het adres Torrestraat 26 III te Amsterdam(West) een persoon woonachtig, wiens naam, geboorteplaats en datum overeenstemmen met de hierboven vermelde gegevens omtrent de verdachte.)
Model C.M. 38. 200-9-’37-981 Het document is een standaardformulier (Model C.M. 38) dat gebruikt werd door de gemeente Amsterdam voor het rapporteren van kleine overtredingen. De kern van de zaak is de handhaving van de toegangseisen voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
- De Overtreding: De verdachte, Albertus Christiaan Meyer (een koopman), bevond zich op het terrein zonder geldige persoonlijke toegangspas. Hij had geprobeerd binnen te komen met de pas van zijn broer, L.C. Meyer.
- Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar Artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel stelt het betreden van andermans grond waarvan de toegang door de rechthebbende op een voor de overtreder blijkbare wijze is verboden, strafbaar.
- Ambtsbelofte: Onderaan is het woord "ambtseed" doorgestreept en vervangen door "belofte". Dit wijst erop dat de verbalisant op basis van zijn levensbeschouwing de belofte aflegde in plaats van de eed.
- Controle: De toevoeging onderaan bevestigt dat de personalia van de verdachte zijn geverifieerd bij het Bevolkingsregister, wat de zorgvuldigheid van de administratieve afhandeling aantoont. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West werden in 1934 geopend. Het was een besloten terrein waar de groothandel in levensmiddelen plaatsvond. Vanwege de aard van de handel en de belastingtechnische controles was strikte toegangsbewaking essentieel. Alleen geregistreerde handelaren met een persoonlijke kaart mochten het terrein op.
De verbalisant, Petrus Cornelis Postema, trad op als 'buitengewoon veldwachter'. Dit was een voorloper van de huidige Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA), die specifieke bevoegdheden had om binnen een bepaald domein (in dit geval de markten) de wet te handhaven.
Het document dateert uit april 1939, slechts een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de Centrale Markt het kloppende hart van de voedselvoorziening voor Amsterdam en omstreken. Overtredingen zoals deze werden serieus genomen om de integriteit van de markt en de inkomsten van de gemeente (marktgeld en leges voor kaarten) te beschermen.