Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 201
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt afschrift van een verzoekschrift/brief.

Van: Abraham Swaab, kruier op de Centrale Markt te Amsterdam. Aan: De Edelachtbare Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen te Amsterdam (destijds wethouder Florentinus Marinus Wibaut jr.).

Origineel

Getypt afschrift van een verzoekschrift/brief. Abraham Swaab, kruier op de Centrale Markt te Amsterdam. De Edelachtbare Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen te Amsterdam (destijds wethouder Florentinus Marinus Wibaut jr.). No. 77/30/11 M. 1939 AFSCHRIFT

No. 48/7 L.M. 1939.
den E.A. Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen
te Amsterdam.

Edelachtbare Heer,

Ondergeteekende, Abraham Swaab, kruier op de Centrale Markt te Amsterdam, wonende aldaar aan de Rapenburgerstraat no. 83 2 hg., heeft zich op 5 Mei jl. met een verzoekschrift tot U.E.A. gewend naar aanleiding van een schrijven van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam van 29 April jl., waarin hem werd medegedeeld, dat hij wegens het plegen van een strafbaar feit op de Centrale Markt op 12 April jl. was gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van een jaar en drie maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

Bij schrijven van 13 Mei jl. heeft U.E.A. aan ondergeteekende bericht, dat ondergeteekende, indien hij niet weet aan welk strafbaar feit hij zich op 12 April jl. op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt, zich tot het verkrijgen van inlichtingen, ter zake moest wenden tot den Directeur van het Marktwezen.

Ondergeteekende nu heeft dit gedaan en van den Directeur vernomen, dat het strafbare feit, waaraan ondergeteekende zich op 12 April jl. zou hebben schuldig gemaakt is: het verstoren van den goeden gang van zaken op de Centrale Markt op genoemden datum.

Hoewel ondergeteekende van meening is, dat hij zich geenszins aan verstorint van de goede gang van zaken heeft schuldig gemaakt, zal ondergeteekende deze ontkenning niet verder motiveeren, omdat hij zeer goed begrijpt, dat aan de eenmaal gegeven beslissing van den Directeur van het Marktwezen hoegenaamd niets meer te veranderen zal zijn.

Doch ondergeteekende wendt zich eerbieding met het onderhavige verzoekschrift tot U.E.A., omdat naar ondergeteekende 's meening de straf, die hem voor die dan toch waarlijk niet ernstige verstoring van de goeden gang van zaken is opgelegd, hem buitengewoon zwaar treft, trouwens niet in overeenstemming is met de grootte van het strafbare feit, waaraan ondergeteekende zich zou hebben schuldig gemaakt.

Deze straf, ingaande 13 Juni 1939 en eerst eindigende op 13 Juni 1940, staat voor ondergeteekende gelijk met het hem ontnemen van iedere mogelijkheid voor zich en zijn gezin het brood te verdienen, terwijl ondergeteekende ook geen steun krijgt. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode. Kenmerkend is het gebruik van de derde persoon ("ondergeteekende") en eerbiedige aanspreekvormen ("U.E.A." voor Uw Edelachtbare). Er staan enkele kleine typefouten in het origineel (zoals "verstorint" in plaats van verstoring en "eerbieding" in plaats van eerbiedig).
* Kern van het geschil: Abraham Swaab is voor 15 maanden verbannen van de Centrale Markt (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat). De reden was een vage beschuldiging van "het verstoren van de goede gang van zaken".
* Argumentatie: Swaab voert geen juridisch verweer tegen de schuldvraag, omdat hij de autoriteit van de Directeur van het Marktwezen als onwrikbaar ziet. In plaats daarvan pleit hij voor clementie op humanitaire gronden: de straf is volgens hem disproportioneel zwaar en ontneemt hem en zijn gezin hun enige bron van inkomen, temeer omdat hij geen aanspraak kan maken op "steun" (werkloosheidsuitkering).
* Sociaal-economische status: Als kruier behoorde Swaab tot de onderklasse van de Amsterdamse arbeiders. Het verlies van toegang tot de markt betekende voor hem directe armoede. * Historische achtergrond: De brief is geschreven in de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening van Amsterdam. Voor een zelfstandig kruier was de markt zijn enige werkplek.
* Persoonlijke context: De naam Abraham Swaab en het adres Rapenburgerstraat 83 duiden erop dat de betrokkene Joods was. De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Archiefonderzoek (zoals via het Joods Monument) bevestigt dat een Abraham Swaab op dit adres woonde; hij is tijdens de Holocaust vermoord in Sobibor (1943).
* Rechtsgang: In die tijd hadden marktmeesters en directeuren van gemeentelijke diensten grote discretionaire bevoegdheden om disciplinaire maatregelen op te leggen zonder dat daar uitgebreide rechtsbescherming tegenover stond voor de werknemer of kleine zelfstandige. De wanhoop in de laatste alinea illustreert hoe kwetsbaar men was voor dergelijke administratieve besluiten.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode. Kenmerkend is het gebruik van de derde persoon ("ondergeteekende") en eerbiedige aanspreekvormen ("U.E.A." voor Uw Edelachtbare). Er staan enkele kleine typefouten in het origineel (zoals "verstorint" in plaats van verstoring en "eerbieding" in plaats van eerbiedig).
  • Kern van het geschil: Abraham Swaab is voor 15 maanden verbannen van de Centrale Markt (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat). De reden was een vage beschuldiging van "het verstoren van de goede gang van zaken".
  • Argumentatie: Swaab voert geen juridisch verweer tegen de schuldvraag, omdat hij de autoriteit van de Directeur van het Marktwezen als onwrikbaar ziet. In plaats daarvan pleit hij voor clementie op humanitaire gronden: de straf is volgens hem disproportioneel zwaar en ontneemt hem en zijn gezin hun enige bron van inkomen, temeer omdat hij geen aanspraak kan maken op "steun" (werkloosheidsuitkering).
  • Sociaal-economische status: Als kruier behoorde Swaab tot de onderklasse van de Amsterdamse arbeiders. Het verlies van toegang tot de markt betekende voor hem directe armoede.

Historische Context

  • Historische achtergrond: De brief is geschreven in de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening van Amsterdam. Voor een zelfstandig kruier was de markt zijn enige werkplek.
  • Persoonlijke context: De naam Abraham Swaab en het adres Rapenburgerstraat 83 duiden erop dat de betrokkene Joods was. De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Archiefonderzoek (zoals via het Joods Monument) bevestigt dat een Abraham Swaab op dit adres woonde; hij is tijdens de Holocaust vermoord in Sobibor (1943).
  • Rechtsgang: In die tijd hadden marktmeesters en directeuren van gemeentelijke diensten grote discretionaire bevoegdheden om disciplinaire maatregelen op te leggen zonder dat daar uitgebreide rechtsbescherming tegenover stond voor de werknemer of kleine zelfstandige. De wanhoop in de laatste alinea illustreert hoe kwetsbaar men was voor dergelijke administratieve besluiten.

Gerelateerde Documenten 4