Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 251
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

28 april 1939.

Origineel

Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 28 april 1939. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
Nº 77/31/3 M. 1939

[Linkermarge, handgeschreven:]
v
Bruining
m.v.v.
376
JG Stuit(?)

[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw.

[Rechtsmarge, getypt:]
Straf bezoeker Centrale Markt.

[Rechtsmarge, handgeschreven parafen:]
m.i. v.d.W.
M. Broerse

[Hoofdtekst:]
No. 48/8 L.M. 1939.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 28 April 1939.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,

Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 20 April 1939, No. 77/31/3 M.;

Gelet op art. 35, 2e lid van het Reglement op de Centrale Markt;

B e s l u i t e n :

te bepalen, dat G. Wijnschenk, Rapenburgerstraat 39 I met ingang van 1 Mei 1939 gestraft zal worden met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van twee maanden, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte, n.l. één maand, dus tot 1 Juni 1939, ten uitvoer zal worden gebracht, terwijl het overige gedeelte van die straf in werking zal treden, indien Wijnschenk voornoemd binnen den tijd van een jaar, wederom een strafbaar feit op die markt zal plegen.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks).
(3 stuks).
S.
p

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,

(get.) VAN LIER.

[Rechtsonder, handgeschreven:]
77 Dit document is een formeel administratief besluit van het Amsterdamse college van B&W. De kern van het besluit is een disciplinaire maatregel tegen een burger, de heer G. Wijnschenk.

Juridische en administratieve aspecten:
1. Grondslag: Het besluit baseert zich op een specifiek artikel (art. 35, lid 2) van het 'Reglement op de Centrale Markt' en op een ambtelijk rapport van de directeur van de Dienst van het Marktwezen.
2. Strafmaat: Er is sprake van een voorwaardelijke strafopbouw. Van de totale ontzegging van twee maanden dient één maand direct uitgezeten te worden. De tweede maand fungeert als een 'proeftijd' van een jaar.
3. Portefeuille: Het voorstel komt van de Wethouder voor Levensmiddelen (L.M.). In 1939 was dit een uitgebreide portefeuille die ook over de bad- en wasinrichtingen ging.

Opvallende details:
De vele handgeschreven parafen en namen in de marges (zoals 'Bruining' en 'M. Broerse') wijzen op de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd ter goedkeuring of archivering. De afkorting "get." bij "VAN LIER" geeft aan dat dit een kopie (extract) is van het originele besluit dat door de gemeentesecretaris is ondertekend. Historische context:
Het document dateert van april 1939, slechts een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt van Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening in de stad. Streng toezicht op de orde en naleving van de reglementen was essentieel voor de hygiëne en de eerlijke handel.

Sociaal-geografische context:
De gestrafte, G. Wijnschenk, woonde in de Rapenburgerstraat. Dit was destijds een straat in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel bewoners van deze buurt waren als koopman of handelaar werkzaam op de verschillende markten in de stad. De naam Wijnschenk komt veelvuldig voor in de archieven van de Joodse gemeenschap van Amsterdam uit die periode. De aard van het "strafbaar feit" wordt niet nader gespecificeerd in dit extract, maar dergelijke maatregelen werden vaak genomen bij overtredingen van de handelsregels of verstoring van de orde op het marktterrein.

Samenvatting

Dit document is een formeel administratief besluit van het Amsterdamse college van B&W. De kern van het besluit is een disciplinaire maatregel tegen een burger, de heer G. Wijnschenk.

Juridische en administratieve aspecten:
1. Grondslag: Het besluit baseert zich op een specifiek artikel (art. 35, lid 2) van het 'Reglement op de Centrale Markt' en op een ambtelijk rapport van de directeur van de Dienst van het Marktwezen.
2. Strafmaat: Er is sprake van een voorwaardelijke strafopbouw. Van de totale ontzegging van twee maanden dient één maand direct uitgezeten te worden. De tweede maand fungeert als een 'proeftijd' van een jaar.
3. Portefeuille: Het voorstel komt van de Wethouder voor Levensmiddelen (L.M.). In 1939 was dit een uitgebreide portefeuille die ook over de bad- en wasinrichtingen ging.

Opvallende details:
De vele handgeschreven parafen en namen in de marges (zoals 'Bruining' en 'M. Broerse') wijzen op de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd ter goedkeuring of archivering. De afkorting "get." bij "VAN LIER" geeft aan dat dit een kopie (extract) is van het originele besluit dat door de gemeentesecretaris is ondertekend.

Historische Context

Historische context:
Het document dateert van april 1939, slechts een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt van Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening in de stad. Streng toezicht op de orde en naleving van de reglementen was essentieel voor de hygiëne en de eerlijke handel.

Sociaal-geografische context:
De gestrafte, G. Wijnschenk, woonde in de Rapenburgerstraat. Dit was destijds een straat in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Veel bewoners van deze buurt waren als koopman of handelaar werkzaam op de verschillende markten in de stad. De naam Wijnschenk komt veelvuldig voor in de archieven van de Joodse gemeenschap van Amsterdam uit die periode. De aard van het "strafbaar feit" wordt niet nader gespecificeerd in dit extract, maar dergelijke maatregelen werden vaak genomen bij overtredingen van de handelsregels of verstoring van de orde op het marktterrein.

Gerelateerde Documenten 4