Proces-verbaal / Getuigenverklaring.
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring. Barend van Dyk, oud 47 jaar, wonende Da Costakade 200 huis
te Amsterdam(West), die er zyn beroep van maakt om ledig fust in te
nemen, verklaarde op 21 April 1939 het volgende: "De persoon, dien U
my aanwyst en die volgens Uw verklaringen eenige oogenblikken geleden
een kar met ledige kisten op pier C. heeft neergezet, ken ik van aan-
zien, doch niet van naam. Hy heeft den laatsten tyd hier regelmatig
ledige kisten gebracht, die ik hem na inlevering heb uitbetaald onder
aftrek van myn provisie. Op welke data dit precies is geweest en
hoeveel kisten hy by die gelegenheden inleverde, kan ik niet opgeven.
Myn administratie is hierop uit den aard van myn bedryf moeiylk in
te richten."
De zich nog op de handkar van Tankink bevindende ledige ki-
kisten, welke door den kooper als zyn eigendom werden herkend, alsmede
de gemerkte handkar, heb ik aan den eigenaar teruggegeven.
Ik, verbalisant heb Vos een proces-verbaal aangezegd.
Hiervan op ambtseed opgemaakt dit proces-verbaal te
Amsterdam, den 4en Mei 1939.
Gezien:
De Commissaris van Politie
in de 2e Sectie: Dit document is een ambtelijk verslag van een politieverhoor of -onderzoek naar aanleiding van een mogelijke diefstal of illegale handel in "ledig fust" (lege kratten/verpakkingen).
* De getuigenis: Barend van Dyk, een handelaar in leeg fust, verklaart dat hij de verdachte (Vos) herkent als iemand die vaker kratten kwam inleveren tegen betaling. Hij geeft echter aan geen sluitende administratie te voeren, wat een vaker voorkomend fenomeen was in deze kleinschalige handel.
* De inbeslagname: Er is sprake van een handkar van een zekere "Tankink". De kratten op deze kar werden door de oorspronkelijke koper/eigenaar herkend, waarna de politie de goederen heeft teruggegeven.
* De afhandeling: De verbalisant (de politieagent) heeft de verdachte Vos een proces-verbaal aangezegd. De commissaris van de 2e Sectie (een Amsterdams politiedistrict) moet het document nog viseren (ondertekenen voor "gezien"). Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1939). In deze periode was de handel in emballage en oud ijzer een gangbare manier voor kleine zelfstandigen of werklozen om wat bij te verdienen. De Da Costakade en de omliggende buurten in Amsterdam-West waren indertijd volksbuurten waar veel van dit soort kleinschalige bedrijvigheid plaatsvond. De vermelding van "Pier C" duidt op een locatie in de Amsterdamse haven of aan de grachten waar goederen werden overgeslagen. Juridisch gezien illustreert dit document de politiepraktijk van die tijd: het op ambtseed opmaken van verklaringen ter ondersteuning van een strafdossier wegens diefstal of heling. Politie