Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 312
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

7 juli 1939.

Origineel

Officieel uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 7 juli 1939. [Bovenaan links, gestempeld en handgeschreven:]
No 48/11 L.M. 1939
Nº 77/41/s M. 1939 22/7

[Bovenaan rechts, handgeschreven:]
Marktw. [?]

[In de linkermarge, handgeschreven:]
20/7-39/45.
vermeld op stamkaart G.M.

[In de rechtermarge, handgeschreven parafen:]
n.i. d.W.e
H. Boevene [?]

[Hoofdtekst:]
No. 48/11 L.M. 1939. Straf bezoeker Centrale Markt.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Vrijdag, 7 Juli 1939.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgen-
de besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van
het Marktwezen dd. 29 Juni 1939, No. 77/41/3 M.;
Gelet op art. 35, 2e lid van het Reglement op de Centrale
Markt;

B e s l u i t e n :

te bepalen, dat L.Sluyter, 2e Oosterparkstraat 81^II, met ingang
van 13 Juli 1939 gestraft zal worden met ontneming van het recht
van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van zes maanden,
met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte,
n.l. een maand, dus tot 13 Augustus 1939, ten uitvoer zal worden
gebracht, terwijl het overige gedeelte van die straf in werking
zal treden, indien Sluyter voornoemd binnen den tijd van 3 jaren
wederom een strafbaar feit op die markt zal plegen.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdee-
ling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtin-
gen (3 stuks).
AL.
[Paraaf] Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
[Handtekening: Van Rijn]

[Rechtsonder, handgeschreven:]
77 Dit document betreft een formele tuchtmaatregel opgelegd door het Amsterdamse gemeentebestuur aan een burger, de heer L. Sluyter. De juridische basis voor de straf is gelegen in het specifieke 'Reglement op de Centrale Markt'.

De strafmaat is een toegangsverbod van zes maanden, waarvan het grootste deel (vijf maanden) voorwaardelijk is gesteld met een proeftijd van drie jaar. Slechts één maand is onvoorwaardelijk. Dit wijst op een beleid gericht op preventie en gedragscorrectie binnen de marktregels.

Opvallend is de administratieve routing:
1. Rapporten: Het proces start bij de Directeur van het Marktwezen.
2. Voordracht: De wethouder wiens portefeuille Levensmiddelen omvatte (een opmerkelijke combinatie met wasch-, bad- en zweminrichtingen) doet het voorstel.
3. Besluitvorming: Het College van B&W bekrachtigt het besluit.
4. Registratie: De handgeschreven notitie "vermeld op stamkaart G.M." toont aan dat er een centrale administratie bijgehouden werd van personen die overtredingen begingen op de markt (G.M. staat waarschijnlijk voor Gemeentelijk Marktwezen). Het document dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het vitale logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege het belang van de hygiëne, orde en eerlijke handel werd de markt streng gereguleerd door een eigen korps marktmeesters en specifieke regelgeving.

Bezoekers van de markt waren vaak handelaren of leveranciers. Een toegangsverbod was een zware sanctie omdat het direct de beroepsuitoefening of inkoopmogelijkheden kon hinderen. De zorgvuldige, bijna juridische formulering van dit extract onderstreept de autoriteit die het gemeentebestuur uitoefende over deze economische zone. De aanduiding "L.M." in de kenmerken verwijst naar de Afdeling Levensmiddelen.

Samenvatting

Dit document betreft een formele tuchtmaatregel opgelegd door het Amsterdamse gemeentebestuur aan een burger, de heer L. Sluyter. De juridische basis voor de straf is gelegen in het specifieke 'Reglement op de Centrale Markt'.

De strafmaat is een toegangsverbod van zes maanden, waarvan het grootste deel (vijf maanden) voorwaardelijk is gesteld met een proeftijd van drie jaar. Slechts één maand is onvoorwaardelijk. Dit wijst op een beleid gericht op preventie en gedragscorrectie binnen de marktregels.

Opvallend is de administratieve routing:
1. Rapporten: Het proces start bij de Directeur van het Marktwezen.
2. Voordracht: De wethouder wiens portefeuille Levensmiddelen omvatte (een opmerkelijke combinatie met wasch-, bad- en zweminrichtingen) doet het voorstel.
3. Besluitvorming: Het College van B&W bekrachtigt het besluit.
4. Registratie: De handgeschreven notitie "vermeld op stamkaart G.M." toont aan dat er een centrale administratie bijgehouden werd van personen die overtredingen begingen op de markt (G.M. staat waarschijnlijk voor Gemeentelijk Marktwezen).

Historische Context

Het document dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het vitale logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege het belang van de hygiëne, orde en eerlijke handel werd de markt streng gereguleerd door een eigen korps marktmeesters en specifieke regelgeving.

Bezoekers van de markt waren vaak handelaren of leveranciers. Een toegangsverbod was een zware sanctie omdat het direct de beroepsuitoefening of inkoopmogelijkheden kon hinderen. De zorgvuldige, bijna juridische formulering van dit extract onderstreept de autoriteit die het gemeentebestuur uitoefende over deze economische zone. De aanduiding "L.M." in de kenmerken verwijst naar de Afdeling Levensmiddelen.

Gerelateerde Documenten 4