Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 116
Dossier 68
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief/ambtelijk rapport.

Van: De Directeur (van de Centrale Markt). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Brief/ambtelijk rapport. De Directeur (van de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven:] ter. Mr. Brouse.

VP/DV.

77/78/5 M. [Handgeschreven:] Verzonden 15/12 - 39. 14 December 1939.

Uitsluiting Centrale
Markt van P. van Ekeren
en J.W. van Smeerdijk.

den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 11 December jl. door den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.W. van Smeerdijk, John Franklinstraat 35, wien als personeel van den verkooper L. van Smeerdijk toegang tot de Centrale Markt is verleend, benevens P. van Ekeren, wonende 1e Jan v.d. Heydenstraat 63, wien als personeel van den kooper A. van Smeerdijk toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar op 11 December jl. hebben schuldig gemaakt aan diefstal in vereeniging van een partij ledige kisten. Onder mededeeling, dat ik beide voornoemde personen heb gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor de periode van 15 t/m 28 December 1939, heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat zij, in aansluiting op vorenbedoelde straf, ingevolge artikel 35 lid 2 van het Reglement op de Centrale Markt, door Burgemeester en Wethouders worden gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van 29 December a.s. Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat noch Van Smeerdijk, noch Van Ekeren zich eerder aan een strafbaar feit op de Centrale Markt hebben schuldig gemaakt; Van Ekeren had daar trouwens eerst sedert eenige dagen toegang.

De Directeur, Dit document is een formele voordracht van de Directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is de betrapping van twee werknemers (J.W. van Smeerdijk en P. van Ekeren) op de diefstal van een partij lege kisten op 11 december 1939.

De directeur heeft reeds een onmiddellijke sanctie opgelegd (een toegangsontzegging van twee weken), maar verzoekt het College van Burgemeester en Wethouders om een veel zwaardere straf op te leggen: een schorsing van zes maanden. Hij beroept zich hierbij op het geldende marktreglement. Opmerkelijk is de vermelding dat het voor beiden de eerste overtreding is, en dat Van Ekeren zelfs pas enkele dagen werkzaam was op de markt, wat de ernst van de sanctie in perspectief plaatst. De diefstal van "ledige kisten" lijkt wellicht triviaal, maar dergelijke emballage vertegenwoordigde in die tijd een aanzienlijke waarde en was essentieel voor de logistiek van de voedselvoorziening. De brief is geschreven in december 1939, een periode van verhoogde spanning in Nederland. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de rest van Europa al uitgebroken. De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de hoofdstad.

De handhaving van de orde en het voorkomen van diefstal waren cruciaal om de voedselvoorziening stabiel te houden. De hiërarchische structuur van de stad en de centrale rol van de overheid in de marktregulering worden duidelijk door de formele weg die de directeur bewandelt naar de wethouder. De gehanteerde taal is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie, met archaïsche spelling (zoals "contrôleur", "vereeniging") en uiterst beleefde ambtelijke formules ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). De genoemde adressen (John Franklinstraat en 1e Jan van der Heydenstraat) situeren de betrokkenen in de toenmalige Amsterdamse volkswijken.

Samenvatting

Dit document is een formele voordracht van de Directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is de betrapping van twee werknemers (J.W. van Smeerdijk en P. van Ekeren) op de diefstal van een partij lege kisten op 11 december 1939.

De directeur heeft reeds een onmiddellijke sanctie opgelegd (een toegangsontzegging van twee weken), maar verzoekt het College van Burgemeester en Wethouders om een veel zwaardere straf op te leggen: een schorsing van zes maanden. Hij beroept zich hierbij op het geldende marktreglement. Opmerkelijk is de vermelding dat het voor beiden de eerste overtreding is, en dat Van Ekeren zelfs pas enkele dagen werkzaam was op de markt, wat de ernst van de sanctie in perspectief plaatst. De diefstal van "ledige kisten" lijkt wellicht triviaal, maar dergelijke emballage vertegenwoordigde in die tijd een aanzienlijke waarde en was essentieel voor de logistiek van de voedselvoorziening.

Historische Context

De brief is geschreven in december 1939, een periode van verhoogde spanning in Nederland. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de rest van Europa al uitgebroken. De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de hoofdstad.

De handhaving van de orde en het voorkomen van diefstal waren cruciaal om de voedselvoorziening stabiel te houden. De hiërarchische structuur van de stad en de centrale rol van de overheid in de marktregulering worden duidelijk door de formele weg die de directeur bewandelt naar de wethouder. De gehanteerde taal is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie, met archaïsche spelling (zoals "contrôleur", "vereeniging") en uiterst beleefde ambtelijke formules ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). De genoemde adressen (John Franklinstraat en 1e Jan van der Heydenstraat) situeren de betrokkenen in de toenmalige Amsterdamse volkswijken.

Gerelateerde Documenten 6