Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 127
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Proces-verbaal van de Politie te Amsterdam.

Dossier: 2, 3

Origineel

Proces-verbaal van de Politie te Amsterdam. [Stempel paars:] № 77/78 SM. 1939 10/1 - 40.

PRO JUSTITIA

Politie te Amsterdam.

Hoofdbureau
e sectie e afdeeling PROCES-VERBAAL
No.
Onderwerp: Op Zaterdag 9 December 1939 werd ik, BAREND FELTHUIS,
Ambtenaar bij het Marktwezen en tevens Buitengewoon veld-
[Handgeschreven:] Gezien wachter der gemeente Amsterdam, op de terreinen van de
[Paraaf] Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat te Amsterdam,
aangesproken door LEENDERT VAN SMEERDIJK, oud 29 jaar,
grossier in groenten en fruit, wonende Wilhelminastraat
3 te Halfweg, gemeente Halfweg en Haarlemmerliede. Hij
overhandigde mij een aan hem toegezonden anoniemen brief,
welke bij dit proces-verbaal wordt toegevoegd, en waarin
Van Smeerdijk wordt medegedeeld, dat hij door den in zijn
dienstzijnden knecht, JAN, dagelijks wordt benadeeld, door-
dat die knecht groentenkisten ten nadeele van genoemden
Smeerdijk uit diens pakhuis wegneemt en tegen ontvangst
van statiegeld bij een anderen grossier in groenten en
fruit inlevert en dat geld ten eigen bate aanwendt. In
verband met dezen brief deelde Van Smeerdijk mij nog het navolgende mede: " Zoo als
U bekend zal zijn heb ik een pakhuis op pier B genummerd No. 2 op de Centrale Markt
in gebruik ten behoeve van mijn grossierderij in groenten en fruit. Dagelijks zijn daar-
in in mijn dienst werkzaam mijn broer MARINUS CORNELIS VAN SMEERDIJK, oud 26 jaar,
pakhuis-knecht, wonende Dennenlaan 90 te Zwanenburg, gemeente Haarlemmermeer, en
mijn neef JAN WILLEM VAN SMEERDIJK, geboren te Zwanenburg gemeente Haarlemmermeer 11
December 1920, pakhuis-knecht, wonende Ceintuurbaan 64 te Huizen (N.H.) Zij zijn behal-
ve het verkoopen van groenten en fruit ook belast met het innemen van ledige kisten
tegen afgifte van het daarvoor betaalde statiegeld. De ledige kisten worden in den
regel aan de achterzijde van dit pakhuis in ontvangst genomen, Ten aanzien van dit
fust wordt door mij geen administratie gehouden en kan ik thans niet vaststellen of
er eventueel door mijn personeel met dat fust wordt geknoeid. Ik acht dat eventueel
niet uitgesloten. Volgens den inhoud van vorenbedoelden anoniemen brief zou het
door mijn personeel verduisterde fust ingeleverd worden bij BAREND VAN DIJK, houder
van de z.g. Kistencentrale en van pakhuis No. 3 aan pier C op de Centrale Markt.
Naar aanleiding van vorenstaande mededeeling heb ik, verbalisant, bijzondere aandacht
besteed aan de handelingen van het personeel van L. van Smeerdijk en genoemden Van
Dijk met een en ander in kennis gesteld.
Op Maandag 11 December 1939 te ongeveer 7.15 uur voormiddag bevond ik mij in
de omgeving van het pakhuis van L. van Smeerdijk en zag ik dat een persoon, die mij
later desgevraagd opgaf genaamd te zijn: PIETER VAN EKEREN, geboren te Amsterdam
9 Januari 1920, fietsjongen, wonende 1 ste Jan van der Heijdenstraat 63 te Amsterdam
(Z), met een driewielige bakfiets kwam aanrijden en deze tot stilstand bracht ach-
ter vermeld pakhuis. Genoemde Van Ekeren was niet in dienst bij genoemden L. van
Smeerdijk. Een knecht van L. van Smeerdijk, genaamd JAN WILLEM VAN SMEERDIJK, stond
op die plaats blijkbaar reeds op Van Ekeren te wachten. Ik zag althans, dat zij een
oogenblik met elkaar spraken en dat Jan Willem van Smeerdijk daarna 20 kisten van
een stapel nam, welke achter vorenbedoeld pakhuis was geplaatst, en deze kisten Het document is een getypt proces-verbaal dat de start van een strafrechtelijk onderzoek beschrijft naar de verduistering van emballage (groentenkisten). De zaak komt aan het rollen door een anonieme brief die aan de eigenaar, Leendert van Smeerdijk, werd gestuurd. Hij vermoedt dat zijn eigen personeel (familieleden) betrokken is bij het frauderen met statiegeld.

Opvallend is de gedetailleerde observatie door de opsporingsambtenaar op de vroege ochtend van 11 december. De tekst stopt op het moment dat de feitelijke onttrekking van de kisten wordt waargenomen: Jan Willem van Smeerdijk overhandigt 20 kisten aan een externe bakfietsjongen. De term 'fust' wordt hier specifiek gebruikt voor de kisten. De verklaring van de eigenaar dat hij "geen administratie" bijhoudt van de lege kisten, verklaart waarom dergelijke diefstallen destijds eenvoudig konden plaatsvinden op de drukke Centrale Markt. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was de markt de spil van de voedselvoorziening voor de stad.

Diefstal en verduistering van emballage was een groot probleem; houten kisten waren waardevol bezit voor grossiers. Het statiegeldsysteem bood een makkelijke manier om zwart geld te genereren als de controle (administratie) ontbrak. De vermelding van "pier B" en "pier C" verwijst naar de specifieke indeling van het marktterrein aan het water, waar goederen vaak per schip werden aangevoerd. Het document is tevens een voorbeeld van hoe familiebanden in de handel (broer en neef als personeel) destijds de norm waren, maar ook voor interne conflicten konden zorgen bij vermoedens van diefstal. L. van Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie

Samenvatting

Het document is een getypt proces-verbaal dat de start van een strafrechtelijk onderzoek beschrijft naar de verduistering van emballage (groentenkisten). De zaak komt aan het rollen door een anonieme brief die aan de eigenaar, Leendert van Smeerdijk, werd gestuurd. Hij vermoedt dat zijn eigen personeel (familieleden) betrokken is bij het frauderen met statiegeld.

Opvallend is de gedetailleerde observatie door de opsporingsambtenaar op de vroege ochtend van 11 december. De tekst stopt op het moment dat de feitelijke onttrekking van de kisten wordt waargenomen: Jan Willem van Smeerdijk overhandigt 20 kisten aan een externe bakfietsjongen. De term 'fust' wordt hier specifiek gebruikt voor de kisten. De verklaring van de eigenaar dat hij "geen administratie" bijhoudt van de lege kisten, verklaart waarom dergelijke diefstallen destijds eenvoudig konden plaatsvinden op de drukke Centrale Markt.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was de markt de spil van de voedselvoorziening voor de stad.

Diefstal en verduistering van emballage was een groot probleem; houten kisten waren waardevol bezit voor grossiers. Het statiegeldsysteem bood een makkelijke manier om zwart geld te genereren als de controle (administratie) ontbrak. De vermelding van "pier B" en "pier C" verwijst naar de specifieke indeling van het marktterrein aan het water, waar goederen vaak per schip werden aangevoerd. Het document is tevens een voorbeeld van hoe familiebanden in de handel (broer en neef als personeel) destijds de norm waren, maar ook voor interne conflicten konden zorgen bij vermoedens van diefstal.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie

Gerelateerde Documenten 6