Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 128
Dossier 67
Jaar 1939
Stadsarchief

Proces-verbaal (politierapport), bladzijde 2.

Origineel

Proces-verbaal (politierapport), bladzijde 2. Bladzijde 2.

Proces-Verbaal No. . . 2e Sectie 2e Afdeeling.

op de bakfiets, welke Van Ekeren bij zich had, laadde. Vervolgens zag ik dat Van Ekeren met de aldus geladen bakfiets naar het pakhuis van BAREND VAN DIJK, op pier C reed en de kisten in dat pakhuis afleverde. Ik heb de kisten aldaar in beslag genomen en Van Ekeren staande gehouden. Hij verklaarde:

"Ik heb zooeven van JAN WILLEM VAN SMEERDIJK, knecht van L. van Smeerdijk, 20 kisten meegekregen, welke kisten hij heeft weggenomen van een stapel die aan zijn baas toebehoort. Ik ben met Jan Willem van Smeerdijk afgesproken, dat ik die kisten tegen ontvangst van statiegeld zou afleveren bij BAREND VAN DIJK, om daarna het ontvangen geld tusschen Jan Willem van Smeerdijk en mij te deelen. Wij doen zulks al geruimen tijd en ik schat het totaal bedrag dat ik als mijn portie behield op f 20,-. Hoeveel keren wij dat hebben gedaan, weet ik niet, Van Dijk wist niet, dat de kisten die ik bij hem inleverde door misdrijf in mijn bezit waren gekomen. Hij vroeg mij heden voor wien ik de kisten kwam inleveren, waarop ik hem antwoordde, dat ik dat deed in opdracht van mijn baas, ABRAM VAN SMEERDIJK. Hij zeide toen: "Laat dan je baas maar komen om het statiegeld in ontvangst te nemen." Ik heb thans geen statiegeld ontvangen. Wel heeft Van Dijk een emballagebon geschreven doch ook deze heeft hij in zijn bezit gehouden."

Op dien zelfden dag heb ik, verbalisant, gehoord: JAN WILLEM VAN SMEERDIJK, voornoemd, die nadat ik hem de door mij in beslag genomen kisten had vertoond, verklaarde:

"Ik ben als pakhuisknecht in dienst bij mijn neef, LEENDERT VAN SMEERDIJK en in den regel werkzaam in zijn pakhuis op pier B. Ik ben onder meer belast met het innemen van ledige kisten tegen afgifte van het daarvoor betaalde statiegeld. Dit innemen geschiedt altijd aan de achterzijde van vermeld pakhuis. Hedenmorgen bevond zich een stapel ledige kisten aan de achterzijde en bij het pakhuis, welke kisten aan mijn baas, Leendert van Smeerdijk, toebehooren. Heden, te ongeveer 7.15 uur voormiddag vervoegde zich achter dat pakhuis bij mij, PIETER VAN EKEREN, met een driewielige bakfiets. Ik laadde 20 ledige kisten, welke ik van vorenbedoelde stapel afnam, op de bakfiets en Van Ekeren zou deze, in gevolge een van te voren tusschen hem en mij gemaakte afspraak, tegen ontvangst van statiegeld, inleveren bij BAREND VAN DIJK. Dat geld zouden Van Ekeren en ik deelen. Het waren waarschijnlijk de zelfde kisten die U mij toont, doch daar het kisten waren met zeer uiteenloopende merken, kan ik ze slechts als soortgelijk herkennen. Van Ekeren is niet bij mij teruggekeerd om het geld te deelen. Samen hebben wij dat reeds geruimen tijd gedaan en ik [handgeschreven: schat] het totalen bedrag, dat ik aldus op vermelde wijze in mijn bezit heb gekregen op f 25,-. Ik heb dat geld niet bij mij, maar ik zal zorgen dat U dit zoo spoedig mogelijk ter hand gesteld wordt."

Op 11 December 1939 gehoord: BAREND VAN DIJK, oud 47 jaar, wonende Da Costakade 200 te Amsterdam (W), die verklaarde:

"Zoo als U bekend is, maak ik er een beroep van, tegen een bepaalde provisie voor verscheidene handelaren, fust in te nemen, tegen afgifte van het daarvoor betaalde statiegeld. Ik betaal in den regel dit geld onmiddellijk bij ontvangst van het fust uit. Hedenmorgen te ongeveer 7.30 uur voormiddag, kwam PIETER VAN EKEREN, aan mijn pakhuis met 20 ledige kisten op een bakfiets, de zelfde welke U later in * De handeling: Er is sprake van een georganiseerde vorm van verduistering en heling. Jan Willem van Smeerdijk stal lege kisten (fust) van zijn werkgever/neef Leendert van Smeerdijk. Pieter van Ekeren vervoerde deze met een bakfiets naar een andere handelaar (Barend van Dijk) om het statiegeld te incasseren en de winst te delen.
* De fraude: Om de herkomst te maskeren, loog Van Ekeren tegenover de ontvanger door te beweren dat hij handelde in opdracht van een "Abram van Smeerdijk".
* Omvang: De verdachten geven toe dit al "geruimen tijd" te doen. De genoemde bedragen (f 20,- en f 25,-) waren in 1939 aanzienlijke sommen (ter vergelijking: een arbeidersloon lag toen vaak tussen de 20 en 30 gulden per week).
* Opvallend: In de getuigenis van Jan Willem is boven de getypte regel handgeschreven het woord "schat" toegevoegd om de schatting van het bedrag te preciseren. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse haveneconomie en de informele handel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het systeem van statiegeld op houten kisten was een essentieel onderdeel van de logistiek. Omdat kisten vaak gemerkt waren met verschillende merknamen van diverse handelaren ("uiteenloopende merken"), was het voor een malafide werknemer relatief eenvoudig om kisten te ontvreemden zonder dat dit direct opviel in de administratie, zolang de fysieke voorraad niet strikt werd gecontroleerd. De politie (de "verbalisant") lijkt de verdachten op heterdaad te hebben betrapt tijdens de observatie van de bakfietsrit tussen Pier B en Pier C.

Samenvatting

  • De handeling: Er is sprake van een georganiseerde vorm van verduistering en heling. Jan Willem van Smeerdijk stal lege kisten (fust) van zijn werkgever/neef Leendert van Smeerdijk. Pieter van Ekeren vervoerde deze met een bakfiets naar een andere handelaar (Barend van Dijk) om het statiegeld te incasseren en de winst te delen.
  • De fraude: Om de herkomst te maskeren, loog Van Ekeren tegenover de ontvanger door te beweren dat hij handelde in opdracht van een "Abram van Smeerdijk".
  • Omvang: De verdachten geven toe dit al "geruimen tijd" te doen. De genoemde bedragen (f 20,- en f 25,-) waren in 1939 aanzienlijke sommen (ter vergelijking: een arbeidersloon lag toen vaak tussen de 20 en 30 gulden per week).
  • Opvallend: In de getuigenis van Jan Willem is boven de getypte regel handgeschreven het woord "schat" toegevoegd om de schatting van het bedrag te preciseren.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse haveneconomie en de informele handel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het systeem van statiegeld op houten kisten was een essentieel onderdeel van de logistiek. Omdat kisten vaak gemerkt waren met verschillende merknamen van diverse handelaren ("uiteenloopende merken"), was het voor een malafide werknemer relatief eenvoudig om kisten te ontvreemden zonder dat dit direct opviel in de administratie, zolang de fysieke voorraad niet strikt werd gecontroleerd. De politie (de "verbalisant") lijkt de verdachten op heterdaad te hebben betrapt tijdens de observatie van de bakfietsrit tussen Pier B en Pier C.

Locaties

Amsterdam (2e Sectie 2e Afdeling; omgeving havens/Pier B en C).

Gerelateerde Documenten 6