Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 129
Dossier 106
Jaar 1939
Stadsarchief

Proces-verbaal (officiële verklaring afgelegd aan de politie).

11 december 1939. Dossier: 2

Origineel

Proces-verbaal (officiële verklaring afgelegd aan de politie). 11 december 1939. Bladzijde 3.

Proces-Verbaal No.
2e Sectie 2e Afdeeling.

beslag heeft genomen, om deze tegen ontvangst van statiegeld in te leveren. In verband met het feit, dat U mij van te voren had medegedeeld, dat er ten nadeele van L. van Smeerdijk verduisterde kisten bij mij werden ingeleverd, heb ik aan Van Ekeren geen statiegeld voor die kisten afgegeven. Wel nam ik ze in ontvangst en schreef een desbetreffende embalagebon, welke ik thans aan U ter hand stel. Ik vroeg aan Van Ekeren voor wien hij de kisten kwam inleveren en toen hij daarop antwoordde dat hij dat in opdracht van zijn baas, BRAM VAN SMEERDIJK, deed, zeide ik hem, dan zijn baas maar moest komen om het statiegeld in ontvangst te nemen. Genoemde Van Ekeren heeft dikwijls ledige kisten bij mij ingeleverd. Ik meende dat hij zulks deed voor zijn baas, Bram van Smeerdijk, Als ik had vermoed, dat hij door middel van misdrijf aan die kisten was gekomen, zou ik maatregelen tegen hem hebben genomen en zeer zeker de kisten niet in ontvangst hebben genomen."

Op 11 December 1939 hoorde ik, verbalisant, den patroon LEENDERT VAN SMEERDIJK, voornoemd, die aangifte deed en verklaarde:
"Zoo als ik thans van U verneem, heeft U heden 11 December 1939 te 7.15 uur voormiddag geconstateerd, dat mijn knecht JAN WILLEM VAN SMEERDIJK, 20 kisten heeft weggenomen van een stapel welke achter mijn pakhuis op pier B was geplaatst en deze heeft afgegeven aan PIETER VAN EKEREN, een knecht van broer BRAM, die ze op een bakfiets heeft vervoerd naar het pakhuis van BAREND VAN DIJK, gelegen op pier C en de kisten aldaar heeft afgeleverd, wel zeer waarschijnlijk om met de bedoeling om daardoor in het bezit te komen van het statiegeld. Deze stapel kisten behoort aan mij in eigendom toe, dat wil zeggen ik heb er statiegeld voor betaald en kan ze weer tegen ontvangst van statiegeld inleveren. Ik heb aan mijn knecht JAN WILLEM VAN SMEERDIJK geen opdracht gegeven de kisten bij BAREND VAN DIJK of bij wie dan ook in te leveren en ook heb ik daartoe geen opdracht gegeven aan genoemden Van Ekeren. Indien dit inleveren door U niet was ontdekt, zou ik een schade hebben geleden, van een bedrag van f 7,20, zijnde het bedrag aan statiegeld dat bij het inleveren van vorenbedoelde 20 kisten is te vorderen. Ik heb thans dit bedrag van Van Dijk ontvangen. Ik verneem van U, dat JAN WILLEM VAN SMEERDIJK en VAN EKEREN aan U hebben verklaard, dat zij samen, over een geruimen tijd, voor ongeveer f 45.- aan statiegeld voor kisten, ten mijne nadeele hebben verduisterd. Zooals ik U reeds eerder mededeelde, kan ik dat aan de hand van mijn administratie niet controleeren, maar ik acht het inderdaad wel mogelijk. De kisten die U mij toont (Ik, verbalisant, toon de door mij in beslag genomen kisten) zijn voorzien van merken als de kisten die zich op vorenbedoelde stapel bevinden. Ik kan ze slechts als soortgelijk herkennen. Na voorlezing en volharding teeken ik deze aangifte."

Op 11 December 1939 vervoegde zich later bij mij, verbalisant, een persoon zich noemende: WILLEM MEINSTER, oud 25 jaar, kruier, wonende John Franklinstraat 35 te Amsterdam (W), die mij een bedrag van f 37,- ter hand stelde en verklaarde:
"JAN WILLEM VAN SMEERDIJK, pakhuis knecht, wonende Ceintuurbaan 64 te Huizen (N.H.) is eenigen tijd bij mij in den kost geweest. Hij is heden vertrokken naar * Kern van de zaak: Dit document beschrijft een geval van verduistering van emballage (kisten met statiegeld). De knecht van Leendert van Smeerdijk, Jan Willem, stal kisten van zijn werkgever en leverde deze via een tussenpersoon (Pieter van Ekeren) in bij een ander pakhuis om het statiegeld op te strijken.
* Modus operandi: De kisten werden per bakfiets vervoerd van Pier B naar Pier C. De verdachten bekenden dat ze dit over een langere periode hadden gedaan voor een totaalbedrag van circa 45 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd).
* Bewijsvoering: Er is sprake van een "embalagebon", in beslag genomen kisten met specifieke merken, en getuigenverklaringen. Willem Meinster overhandigt bovendien een bedrag van 37 gulden dat Jan Willem van Smeerdijk bij hem had achtergelaten of in bewaring had gegeven.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk-juridisch Nederlands uit het interbellum, met termen als "verbalisant" (agent die het proces-verbaal opmaakt), "ten mijne nadeele" en "volharding" (het blijven bij de verklaring). * Tijdsbeeld: December 1939. Nederland is gemobiliseerd maar nog niet in oorlog (de inval van Duitsland volgt in mei 1940). De economische waarde van statiegeld op houten kisten was in die tijd relatief hoog, wat dit type kleinschalige pakhuisdiefstal uitlokte.
* Sociale context: Het document toont de hiërarchie in de haven of het pakhuiswezen: de "patroon" (eigenaar), de "knechten" en de "kruier" (iemand die goederen sjouwt). Veel van deze arbeiders woonden "in de kost" bij anderen, zoals Jan Willem bij Willem Meinster.
* Locatie: De vermelding van "Pier B" en "Pier C" duidt op een havenomgeving, zeer waarschijnlijk het havengebied van Amsterdam, gezien de woonplaats van de getuige Meinster. De adressen (John Franklinstraat en Ceintuurbaan in Huizen) geven een inkijkje in de mobiliteit van arbeiders in de regio. C. De L. van Smeerdijk Politie

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Dit document beschrijft een geval van verduistering van emballage (kisten met statiegeld). De knecht van Leendert van Smeerdijk, Jan Willem, stal kisten van zijn werkgever en leverde deze via een tussenpersoon (Pieter van Ekeren) in bij een ander pakhuis om het statiegeld op te strijken.
  • Modus operandi: De kisten werden per bakfiets vervoerd van Pier B naar Pier C. De verdachten bekenden dat ze dit over een langere periode hadden gedaan voor een totaalbedrag van circa 45 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd).
  • Bewijsvoering: Er is sprake van een "embalagebon", in beslag genomen kisten met specifieke merken, en getuigenverklaringen. Willem Meinster overhandigt bovendien een bedrag van 37 gulden dat Jan Willem van Smeerdijk bij hem had achtergelaten of in bewaring had gegeven.
  • Taalgebruik: Typisch ambtelijk-juridisch Nederlands uit het interbellum, met termen als "verbalisant" (agent die het proces-verbaal opmaakt), "ten mijne nadeele" en "volharding" (het blijven bij de verklaring).

Historische Context

  • Tijdsbeeld: December 1939. Nederland is gemobiliseerd maar nog niet in oorlog (de inval van Duitsland volgt in mei 1940). De economische waarde van statiegeld op houten kisten was in die tijd relatief hoog, wat dit type kleinschalige pakhuisdiefstal uitlokte.
  • Sociale context: Het document toont de hiërarchie in de haven of het pakhuiswezen: de "patroon" (eigenaar), de "knechten" en de "kruier" (iemand die goederen sjouwt). Veel van deze arbeiders woonden "in de kost" bij anderen, zoals Jan Willem bij Willem Meinster.
  • Locatie: De vermelding van "Pier B" en "Pier C" duidt op een havenomgeving, zeer waarschijnlijk het havengebied van Amsterdam, gezien de woonplaats van de getuige Meinster. De adressen (John Franklinstraat en Ceintuurbaan in Huizen) geven een inkijkje in de mobiliteit van arbeiders in de regio.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waarschijnlijk Amsterdam (gezien de adressen John Franklinstraat en Ceintuurbaan in Huizen).

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Politie

Gerelateerde Documenten 6