Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 158
Dossier 109
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (rapportage).

13 januari 1939. Van: Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter, ondertekend door J.C. Albitz... (handtekening deels onleesbaar).

Origineel

Handgeschreven brief (rapportage). 13 januari 1939. Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter, ondertekend door J.C. Albitz... (handtekening deels onleesbaar). Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen. Alhier.

In antwoord op het schrijven 85/3/1 M 1939
van M. Polak, kan ik u mededeelen dat op
Zondag 8 Januari 1939 voor het eerst klachten
bij mij kwamen over het te laat zetten van
stallen, (van een drietal kooplieden). Voordien
zijn nog nimmer klachten bij mij ingekomen,
over het te laat zetten van stallen. Op 8 Januari zag
het weer eerst slecht aan en werd de markt
dan ook slecht bezet. Tegen tien uur zag het
weer gunstiger uit, waardoor de kooplieden
hun plaatsen gingen bezetten. Dit schijnt
mij dan ook de reden, dat de stallenzetter
de heer Cohen overbelast werd met het zetten
van stallen en hierdoor eenige kooplieden
wat laat geholpen werden.

Amsterdam 13 Januari 1939
(w.g.) J.C. Albitz... * Inhoud: De brief dient als ver tekst bij een klacht over vertragingen bij het opbouwen van de markt op zondag 8 januari 1939. De auteur legt uit dat het slechte weer in de vroege ochtend zorgde voor een lage opkomst. Toen het weer rond 10:00 uur opklaarde, kwamen veel kooplieden tegelijkertijd hun plek opeisen. Hierdoor raakte de "stallenzetter", de heer Cohen, overwerkt, wat tot vertraging leidde voor enkele kooplieden, waaronder de klager M. Polak.
* Schrift: Een duidelijk, zakelijk handschrift in lopend cursiuif, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse administratie.
* Toon: Verdedigend en verklarend; de auteur benadrukt dat dit de eerste keer is dat er klachten over deze kwestie zijn binnengekomen. Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (zoals de Waterloopleinmarkt) een centrale rol speelden in het dagelijks leven. De namen Cohen en Polak duiden op de significante aanwezigheid van de Joodse gemeenschap in de Amsterdamse markthandel van die tijd. De brief geeft inzicht in de logistieke uitdagingen van het "Marktwezen": het beheer van de marktkramen (stallen) was een strak gereguleerd proces waarbij weersomstandigheden direct invloed hadden op de werkdruk van het personeel. Het feit dat het om een zondag gaat, wijst op de specifieke zondagsmarkten die in bepaalde wijken werden gehouden.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief dient als ver tekst bij een klacht over vertragingen bij het opbouwen van de markt op zondag 8 januari 1939. De auteur legt uit dat het slechte weer in de vroege ochtend zorgde voor een lage opkomst. Toen het weer rond 10:00 uur opklaarde, kwamen veel kooplieden tegelijkertijd hun plek opeisen. Hierdoor raakte de "stallenzetter", de heer Cohen, overwerkt, wat tot vertraging leidde voor enkele kooplieden, waaronder de klager M. Polak.
  • Schrift: Een duidelijk, zakelijk handschrift in lopend cursiuif, kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse administratie.
  • Toon: Verdedigend en verklarend; de auteur benadrukt dat dit de eerste keer is dat er klachten over deze kwestie zijn binnengekomen.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (zoals de Waterloopleinmarkt) een centrale rol speelden in het dagelijks leven. De namen Cohen en Polak duiden op de significante aanwezigheid van de Joodse gemeenschap in de Amsterdamse markthandel van die tijd. De brief geeft inzicht in de logistieke uitdagingen van het "Marktwezen": het beheer van de marktkramen (stallen) was een strak gereguleerd proces waarbij weersomstandigheden direct invloed hadden op de werkdruk van het personeel. Het feit dat het om een zondag gaat, wijst op de specifieke zondagsmarkten die in bepaalde wijken werden gehouden.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6