Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 214
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte oproepbrief met uitgebreide handgeschreven administratieve aantekeningen.

25 januari 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Aan: Den Heer D. Ton, Utrechtschedwarsstraat 24, Amsterdam-Centrum (Wijk 4).

Origineel

Getypte oproepbrief met uitgebreide handgeschreven administratieve aantekeningen. 25 januari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer D. Ton, Utrechtschedwarsstraat 24, Amsterdam-Centrum (Wijk 4). [Handgeschreven bovenmarge:]
1/2 '39 bij directeur geweest; zal niet meer gebeuren; zal nu betalen

[Handgeschreven linksboven:]
a.s. Dinsdag f 10.-
en vervolgens elke
Dinsdag f 10.-

[Getypt bovenstuk:]
Eveneens gezonden aan: S.Schelvis Waterloo-plein 56
L.M.Geerling Alb.Cuypstraat 141
J.Brand Fann.Scholtenstr.47 III
F.Wayeret le V.d.Helststr.19

[Handgeschreven aantekening bij bovenstaande namen, deels met accolade:]
door Insp. [Inspecteur]
behandeld
zullen vóór
1/2 betalen, terwijl
extra
Geerling vergunning op 3/2 '39
zal afhalen

[Midden links, getypt:]
85/12/1 M.

[Midden rechts, getypt:]
D/G.
25 Januari 1939.

[Centraal, geadresseerde:]
den Heer D.Ton,
Utrechtschedwarsstraat 24,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 4.

[Omcirkelde handgeschreven aantekening over het adres heen:]
telef. door Dir
afgedaan op 1/2 '39
moet vóór 4/2 '39
betalen

[Getypte hoofdtekst:]
Daar ik U dringend moet spreken in verband met
betaling van het kramengeld, verzoek ik U a.s. Woensdag-
morgen, 1 Februari a.s., te mijnen kantore te komen.

[Rechtsonder, getypt:]
De Directeur,

[Rechtsonder, handgeschreven paraaf/teken:]
(onleesbaar) Dit document is een officieel schrijven van de gemeente Amsterdam aan een marktkraamhouder (D. Ton) wegens een betalingsachterstand van het "kramengeld" (staangeld voor de markt). De brief toont de administratieve afhandeling van een incassoproces uit het begin van 1939.

De handgeschreven aantekeningen zijn essentieel voor de reconstructie van het verloop:
1. De afspraak: De geadresseerde is op 1 februari 1939 (de gevraagde datum) bij de directeur verschenen.
2. De regeling: Er is een betalingsregeling getroffen waarbij hij voortaan elke dinsdag 10 gulden moet betalen. Een telefonische aantekening meldt dat een eerste betaling uiterlijk 4 februari binnen moet zijn.
3. Collectieve actie: Uit de lijst bovenaan blijkt dat er op dezelfde dag gelijke brieven zijn gestuurd naar andere marktkooplieden op bekende locaties zoals het Waterlooplein en de Albert Cuypstraat. Dit wijst op een gecoördineerde actie van de inspectie om achterstallige gelden te innen. Het document geeft een inkijkje in de economische realiteit van Amsterdamse marktkooplieden kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het bedrag van 10 gulden per week was voor die tijd aanzienlijk.

De namen op de lijst (zoals S. Schelvis op het Waterlooplein) zijn illustratief voor de Joodse geschiedenis van de Amsterdamse markthandel; veel van de genoemde adressen bevinden zich in de Jodenbuurt of de Pijp. De bureaucratische toon ("zal niet meer gebeuren") getuigt van de strenge controle door de gemeente op het marktwezen in deze periode. De genoemde "Wyk 4" verwijst naar de oude Amsterdamse wijkindeling.

Samenvatting

Dit document is een officieel schrijven van de gemeente Amsterdam aan een marktkraamhouder (D. Ton) wegens een betalingsachterstand van het "kramengeld" (staangeld voor de markt). De brief toont de administratieve afhandeling van een incassoproces uit het begin van 1939.

De handgeschreven aantekeningen zijn essentieel voor de reconstructie van het verloop:
1. De afspraak: De geadresseerde is op 1 februari 1939 (de gevraagde datum) bij de directeur verschenen.
2. De regeling: Er is een betalingsregeling getroffen waarbij hij voortaan elke dinsdag 10 gulden moet betalen. Een telefonische aantekening meldt dat een eerste betaling uiterlijk 4 februari binnen moet zijn.
3. Collectieve actie: Uit de lijst bovenaan blijkt dat er op dezelfde dag gelijke brieven zijn gestuurd naar andere marktkooplieden op bekende locaties zoals het Waterlooplein en de Albert Cuypstraat. Dit wijst op een gecoördineerde actie van de inspectie om achterstallige gelden te innen.

Historische Context

Het document geeft een inkijkje in de economische realiteit van Amsterdamse marktkooplieden kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het bedrag van 10 gulden per week was voor die tijd aanzienlijk.

De namen op de lijst (zoals S. Schelvis op het Waterlooplein) zijn illustratief voor de Joodse geschiedenis van de Amsterdamse markthandel; veel van de genoemde adressen bevinden zich in de Jodenbuurt of de Pijp. De bureaucratische toon ("zal niet meer gebeuren") getuigt van de strenge controle door de gemeente op het marktwezen in deze periode. De genoemde "Wyk 4" verwijst naar de oude Amsterdamse wijkindeling.

Gerelateerde Documenten 6