Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 284
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven rapport/brief

8 februari 1939 Van: Marktmeester (ondertekend door Ruygwaart) Aan: Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Handgeschreven rapport/brief 8 februari 1939 Marktmeester (ondertekend door Ruygwaart) Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam No 85/24/M. 1339 10/2
Amsterdam 8 Februari 1939.

Aan den Heer Inspecteur
Marktwezen.

Gezien
[Paraaf]

M. H.!

Bij het opnemen der kramen op de Lindengracht trof ik twee kooplieden aan n.m. L. Knegje en B Groothuis welke met schoenmak uitgestald waren op een bakfiets, eerstgenoemde had een bakfiets van S. abrams Joden Houttuinen 77 en B Groothuis had een bakfiets van A. Schaap Joden Houttuinen 44-46.
Op mijn vraag van wie zij deze bakfiets hadden gehuurd antwoordde zij „eigenstal”; ik wil U even opmerken dat zij niet bij elkander stonden; Doch des middags was ik op de markt Ten Katestraat waar ik den karrenverhuurder Pikaar aantrof welke mij zijn misnoegen kenbaar maakte over bovengenoemd geval, nu wilde het toeval dat beide kooplieden op de markt waren uitgestald, waarvan ik gebruik maakte om B Groothuis erop te wijzen dat hij dit niet doen mocht, waarop hij antwoordde, ik heb die duimelier in huurkoop, volgens mij is het een openlijk ontduiken der stallen belasting, waarin kennelijk de verhuurders mee werken bovengenoemde belasting te ontduiken.

Ruygwaart
L Knegje voorkeurskaart 286 nw Kerkstr. 7 I
en
B Groothuis " 270 Weesperstr 22 h

K. v. G.
Oproepen 10-2-39
[Paraaf]

[In de linkermarge:]
Knegje en Groothuis bij mij ontboden deelde mij mede niet de bedoeling te hebben gehad opzettelijk een onjuiste opgave te doen. Genoemde kooplieden ernstig onderhoud.
16-2-39
[Paraaf] * De kern van de zaak: De marktmeester ontdekt dat twee kooplieden (Knegje en Groothuis) op de Lindengrachtmarkt goederen verkopen vanaf bakfietsen. Wanneer gevraagd, beweren zij dat de voertuigen hun eigendom zijn ("eigenstal"). Dit doen zij om de 'stallenbelasting' te ontduiken die geldt voor gehuurde voertuigen.
* De getuige: Een professionele karrenverhuurder, Pikaar, klaagt bij de marktmeester. Dit suggereert concurrentievervalsing: de kooplieden huren karren maar betalen niet de bijbehorende heffingen, terwijl de verhuurder zich gepasseerd voelt of de regels wel volgt.
* De confrontatie: De marktmeester treft de kooplieden later die dag weer aan op de Ten Katemarkt. Groothuis verandert zijn verhaal naar "huurkoop", wat de marktmeester ziet als een listige manier om de belasting te omzeilen met hulp van de verhuurders (Abrams en Schaap).
* Afhandeling: De aantekening in de marge laat zien dat de kooplieden een week later op het matje moesten komen. Ze claimden onschuld ("geen opzet"), maar kregen een "ernstig onderhoud" (een officiële berisping). Dit document biedt een boeiend inkijkje in het Amsterdamse marktwezen van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de strikte handhaving van lokale belastingen en de sociale controle op de markt; verhuurders en toezichthouders hielden elkaar scherp in de gaten.

De genoemde locaties, met name de Joden Houttuinen en de Weesperstraat, waren in 1939 het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Veel van de genoemde personen (zowel de kooplieden als de verhuurders) waren waarschijnlijk Joodse Amsterdammers die werkzaam waren in de ambulante handel, een sector die kort daarna door de bezetter zwaar getroffen zou worden. De "voorkeurskaart" was een officieel bewijs dat een koopman recht gaf op een vaste standplaats, wat essentieel was voor hun levensonderhoud.

Samenvatting

  • De kern van de zaak: De marktmeester ontdekt dat twee kooplieden (Knegje en Groothuis) op de Lindengrachtmarkt goederen verkopen vanaf bakfietsen. Wanneer gevraagd, beweren zij dat de voertuigen hun eigendom zijn ("eigenstal"). Dit doen zij om de 'stallenbelasting' te ontduiken die geldt voor gehuurde voertuigen.
  • De getuige: Een professionele karrenverhuurder, Pikaar, klaagt bij de marktmeester. Dit suggereert concurrentievervalsing: de kooplieden huren karren maar betalen niet de bijbehorende heffingen, terwijl de verhuurder zich gepasseerd voelt of de regels wel volgt.
  • De confrontatie: De marktmeester treft de kooplieden later die dag weer aan op de Ten Katemarkt. Groothuis verandert zijn verhaal naar "huurkoop", wat de marktmeester ziet als een listige manier om de belasting te omzeilen met hulp van de verhuurders (Abrams en Schaap).
  • Afhandeling: De aantekening in de marge laat zien dat de kooplieden een week later op het matje moesten komen. Ze claimden onschuld ("geen opzet"), maar kregen een "ernstig onderhoud" (een officiële berisping).

Historische Context

Dit document biedt een boeiend inkijkje in het Amsterdamse marktwezen van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de strikte handhaving van lokale belastingen en de sociale controle op de markt; verhuurders en toezichthouders hielden elkaar scherp in de gaten.

De genoemde locaties, met name de Joden Houttuinen en de Weesperstraat, waren in 1939 het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Veel van de genoemde personen (zowel de kooplieden als de verhuurders) waren waarschijnlijk Joodse Amsterdammers die werkzaam waren in de ambulante handel, een sector die kort daarna door de bezetter zwaar getroffen zou worden. De "voorkeurskaart" was een officieel bewijs dat een koopman recht gaf op een vaste standplaats, wat essentieel was voor hun levensonderhoud.

Gerelateerde Documenten 6