Getypte officiële brief (oproeping/waarschuwing).
Origineel
Getypte officiële brief (oproeping/waarschuwing). 27 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer G.v.d. Woudt, Staalstraat 26, Amsterdam-Centrum. 85/44/1 M
extra
G.
27 Maart 1939.
den Heer G.v.d.Woudt,
Staalstraat 26,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 3.
Op Vrydag 24 Maart jl. is geconstateerd, dat op de markt Lindengracht materiaal, bestemd voor het uitstallen van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig was, zonder dat U hiervoor vergunning is verleend.
In verband hiermede verzoek ik U Woensdag 29 Maart a.s. te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, te komen.
Indien U aan deze oproeping niet zoudt voldoen, zou U niet langer kunnen worden toegestaan, materiaal op de markten te plaatsen.
De Directeur, * Kernboodschap: De heer G. v.d. Woudt wordt op het matje geroepen omdat hij zonder vergunning marktmateriaal (zoals kramen of planken) heeft verhuurd en geplaatst op de Lindengracht-markt.
* Toon en taal: De brief is geschreven in een formele, ambtelijke stijl met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "Vrydag", "mynen", "zoudt"). De toon is streng en bevat een direct dreigement: bij het niet verschijnen op de afspraak volgt een verbod op het plaatsen van materiaal op alle markten.
* Administratieve context: Het adres Jan van Galenstraat 14 was het hoofdkantoor van de Centrale Markthallen in Amsterdam, geopend in 1934. Vanuit hier werd de controle op de Amsterdamse markten uitgevoerd. De referentie "85/44/1 M" duidt op een dossiernummer in het archief van de betreffende dienst. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een belangrijke locatie voor de Amsterdamse straathandel. In de jaren '30 was de controle op vergunningen voor marktkooplieden en toeleveranciers (zoals verhuurders van materiaal) zeer streng om wildgroei en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De heer v.d. Woudt trad blijkbaar op als tussenpersoon/verhuurder van marktmateriaal, een essentiële rol in de logistiek van de dagmarkt, maar hij overtrad hierbij de gemeentelijke verordeningen. De brief illustreert de directe machtsuitoefening van de directeur van het Marktwezen over de economische levensvatbaarheid van kleine ondernemers in de stad. G. v.d. Woudt Marktwezen