Zakelijke brief / Formele aanmaning.
Origineel
Zakelijke brief / Formele aanmaning. 5 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen), Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. den Heer J.C. Meyer, Jacob van Lennepstraat 170, Amsterdam-West (Wijk 12). [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. Müller
[Getypt, linksboven:]
85/46/1 M.
1
[Handgeschreven, middenboven:]
Verzonden 6/4
[Getypt, rechtsboven:]
G.
5 April 1939.
[Getypt, adresregel:]
den Heer J.C.Meyer,
Jacob van Lennepstraat 170,
Amsterdam-West.
Wyk 12.
[Hoofdtekst:]
In bylage dezes doe ik U een overzicht toekomen van door U verschuldigd standplaatsgeld wegens het plaatsen van kramen. Indien U deze schuld, alsmede hetgeen U op den betaaldag verder aan kramengeld schuldig is, niet uiterlyk Vrydag 7 April a.s. betaalt by den kassier te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, zal aan Burgemeester en Wethouders worden voorgesteld, de U verleende vergunning tot het plaatsen van kramen in te trekken. Uw kramen enz. zullen dan niet meer op de markten worden toegelaten; Uw huurders zullen dan verplicht zyn hun kramen enz. elders te huren.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft een betalingsachterstand van "standplaatsgeld". De heer Meyer exploiteerde blijkbaar kramen die hij verhuurde aan marktkooplieden.
* Dringendheid: De brief is gedateerd op 5 april en de handgeschreven notitie vermeldt dat deze op 6 april is verzonden. De uiterste betaaldatum is 7 april. Dit geeft de ontvanger nagenoeg geen tijd om te reageren, wat suggereert dat dit een finale waarschuwing is na eerdere contacten.
* Sanctie: De dreiging is aanzienlijk: het intrekken van de vergunning door Burgemeester en Wethouders. Dit zou effectief het einde van de bedrijfsactiviteiten van de heer Meyer op de Amsterdamse markten betekenen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gangbare ambtelijke spelling (zoals bylage, uiterlyk, mynen, zyn). De toon is zakelijk, autoritair en direct. * Locatie: Het genoemde kantoor aan de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen, die in 1934 werden geopend. Het was het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen.
* Tijdsbeeld: April 1939. Nederland verkeert in de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische controle op marktactiviteiten was streng; markten vormden een cruciale schakel in de voedselvoorziening en handel van de stad.
* Sociaal-economisch: De brief illustreert de hiërarchie tussen de gemeente (als vergunningverlener), de kramenexploitant (de heer Meyer) en de uiteindelijke marktkooplieden (de huurders). De gemeente zet de exploitant onder druk door te wijzen op het risico voor zijn klanten.