Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 394
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage

18 april (vermoedelijk 1939, gezien de verwijzing naar december 1938)

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage 18 april (vermoedelijk 1939, gezien de verwijzing naar december 1938) 1 18 April 9
85/47/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

Zooals uit myn voorstel d.d. 8 November 1937 no.
85/13/1 M en het daarbij gevoegde rapport van den Inspecteur
van myn dienst blykt, heerschte er eenige jaren geleden op
de verschillende markten, wat het plaatsen van kramen voor
markttyd betreft, een ongeregelde toestand, daar iedereen
vry was om kramen te plaatsen. Het gevolg was, dat zich een
hevige concurrentiestryd ontwikkelde en dat de orde en de
rust op de markten herhaaldelyk werden verstoord. Eenige ja-
ren lang zyn onder leiding van den Inspecteur van myn dienst
tusschen vertegenwoordigers der kramenverhuurders eenerzijds
en der marktkooplieden anderzijds besprekingen gevoerd, ten-
einde tot een prysregeling van de hier ter stede te heffen
kramenhuren te geraken. Aan het einde van het jaar 1937 is
hieromtrent overeenstemming tusschen beide partyen bereikt,
hetgeen tot resultaat heeft gehad, dat op 1 December 1938 de
kramenbelasting kon worden ingevoerd.

Zooals uit het hierboven genoemde rapport van den
Inspecteur blykt (bladzijde 5) bestond reeds tydens de onder-
handelingen de afspraak tusschen de kramenverhuurders onder-
ling om niet te trachten elkanders klanten af te nemen. Hier-
door werd inderdaad voorkomen, dat er wanordelykheden op de
markten plaatsvonden. Thans, nu de gemeentelyke regeling
werkt, blykt echter, dat enkele verhuurders, die niet zyn
georganiseerd, zich niet meer aan de afspraak houden, het-
geen zy aanvankelyk wel deden. Zy trachten de klanten van
andere verhuurders af te nemen; dit geschiedt onder het voor-
wendsel, dat zy hun materiaal aan de marktkooplieden - klan-
ten van andere verhuurders of hun eigen klanten - "verkoo-
pen". Van een reëelen verkoop is meestentyds geen sprake; de
koopman ontvangt zoo noodig een kwitantie, om daarmede aan
te toonen, dat hy de kar heeft gekocht, al of niet in huur-
koop. Deze gang van zaken is voor de Gemeente nadeelig, om-
dat van zoogenaamde "eigen kramen" geen belasting is ver-
schuldigd. Voor de kramenverhuurders, die zich nog aan even-
genoemde afspraak houden, beteekent dit een ondermyning van
hun positie; zy worden zonder meer de dupe van de unfaire
practyken van enkele hunner collega's. Zouden deze practyken * Taalgebruik: Het document is geschreven in ambtelijk Nederlands met de spelling van vóór de hervorming van 1947 (bijv. 'myn', 'blykt', 'prysregeling', en het gebruik van de verbogen naamvallen zoals 'den Inspecteur').
* Inhoud: De tekst beschrijft een overgang van een ongereguleerde markt naar een door de gemeente gereguleerd systeem met kramenbelasting. Het kernprobleem dat wordt aangekaart is belastingontduiking en oneerlijke concurrentie. Niet-georganiseerde verhuurders omzeilen de nieuwe belastingregels door kramen pro forma te "verkopen" aan marktkooplieden. Aangezien eigenaars van een eigen kraam geen belasting verschuldigd zijn, loopt de gemeente inkomsten mis en worden bonafide verhuurders benadeeld.
* Toon: Formeel, rapporterend en licht alarmerend wat betreft de handhaving van de nieuwe gemeentelijke verordening. Dit document stamt uit het Amsterdam van kort voor de Tweede Wereldoorlog (april 1939). In deze periode probeerde het stadsbestuur meer grip te krijgen op de openbare markten, die cruciaal waren voor de voedselvoorziening (vandaar de adressering aan de Wethouder voor Levensmiddelen). De invoering van de kramenbelasting in 1938 was een poging om de wildgroei en de 'concurrentiestrijd' op de markten te ordenen. De brief illustreert de directe weerstand tegen nieuwe belastingmaatregelen via juridische achterdeurtjes (schijnverkoop), een probleem waar de overheid ook destijds direct mee geconfronteerd werd na het invoeren van nieuwe regelgeving.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in ambtelijk Nederlands met de spelling van vóór de hervorming van 1947 (bijv. 'myn', 'blykt', 'prysregeling', en het gebruik van de verbogen naamvallen zoals 'den Inspecteur').
  • Inhoud: De tekst beschrijft een overgang van een ongereguleerde markt naar een door de gemeente gereguleerd systeem met kramenbelasting. Het kernprobleem dat wordt aangekaart is belastingontduiking en oneerlijke concurrentie. Niet-georganiseerde verhuurders omzeilen de nieuwe belastingregels door kramen pro forma te "verkopen" aan marktkooplieden. Aangezien eigenaars van een eigen kraam geen belasting verschuldigd zijn, loopt de gemeente inkomsten mis en worden bonafide verhuurders benadeeld.
  • Toon: Formeel, rapporterend en licht alarmerend wat betreft de handhaving van de nieuwe gemeentelijke verordening.

Historische Context

Dit document stamt uit het Amsterdam van kort voor de Tweede Wereldoorlog (april 1939). In deze periode probeerde het stadsbestuur meer grip te krijgen op de openbare markten, die cruciaal waren voor de voedselvoorziening (vandaar de adressering aan de Wethouder voor Levensmiddelen). De invoering van de kramenbelasting in 1938 was een poging om de wildgroei en de 'concurrentiestrijd' op de markten te ordenen. De brief illustreert de directe weerstand tegen nieuwe belastingmaatregelen via juridische achterdeurtjes (schijnverkoop), een probleem waar de overheid ook destijds direct mee geconfronteerd werd na het invoeren van nieuwe regelgeving.

Gerelateerde Documenten 6